Het bedenken van goeie en betekenisvolle vragen voor een schoolexamen vraagt om creativiteit. Voor twee biologiedocenten in Oldenzaal dienen Bionieuws en andere bronnen van wetenschapsnieuws steevast als inspiratie.

Wanneer hun 5-vwo-leerlingen maandagochtend 1 juli het lokaal uitlopen, weten biologiedocenten Mirjam van de Vliet en Rudy Jonker het meteen: het eerste schoolexamen biologie, dat deze leerlingen zojuist gemaakt hebben, is goed gevallen.


‘Als vragen van een toets of examen onduidelijk zijn of niet aansluiten op de leerstof, zijn leerlingen echt boos. Dan gaan ze met veel lawaai naar buiten. Maar nu zag je ze grijnzen’, zegt Van de Vliet. Ze is er blij mee, want ze heeft het examen zelf opgesteld, grotendeels op basis van stukjes uit Bionieuws . Zo doet ze het al jaren, deze keer samen met Jonker; de docenten werken op het Twents Carmel College de Thij in Oldenzaal.


De leerlingen die blijven voor een na-bespreking schieten in de lach om de vraag of ze het examen leuk vonden. Examen, leuk? ‘Het was anders dan de toetsen die we hiervoor kregen’, begint Iris dan. Waar die toetsen over één onderwerp gingen, waren er nu, zoals bij een centraal examen, stukjes tekst met vragen die alle vijf thema’s van het afgelopen jaar bestreken: stofwisseling, regeling, waarnemingen en gedrag, dna en planten. Iris: ‘De stukjes waren interessant, waardoor je sneller door de vragen ging. Er was bijvoorbeeld een stuk over trekkende ganzen met vragen over gedrag, stofwisseling, hormonen en dna-onderzoek’ ( Bionieuws , 2011). De uitdaging was om te bedenken welke theorie nodig was om de vragen te beantwoorden en die toe te passen. ‘De vragen sloten goed op de teksten aan’, vindt Sem.



Lychees

Maud was vooral geboeid door een heel recent stuk over een hersenziekte bij kinderen in India, ontleend aan het NOS-journaal. Problemen ontstonden door het stofje hypoglycine A in onrijpe lychees. Kinderen werden duizelig, kregen geheugenverlies, en konden zelfs in coma raken en overlijden. Maud: ‘Met zo’n context erbij ga je de vragen, onder meer over vetzuurmetabolisme, heel anders maken.’



‘Het schoolexamen moet toetsen of ze hun kennis kunnen toepassen, niet of ze zich de antwoorden herinneren’






Van de Vliet vertelt dat ze stukken uit Bionieuws bewaart als ze mogelijkheden ziet om er vragen aan te koppelen. Jonker volgt de media op biologisch wetenschapsnieuws. Het schoolexamen maken ze pas nadat het lesprogramma is afgerond. Jonker: ‘Dan kom je niet in de verleiding om de leerlingen alvast te tippen.’ Het kost hen ongeveer een dag om het examen in elkaar te draaien. ‘We verzinnen vragen en bewerken de uitgekozen stukjes’, vertelt Van de Vliet. ‘We zorgen bijvoorbeeld dat de antwoorden er niet al in staan.’


Het mooie is, dat hun vragen helemaal nieuw zijn voor de leerlingen, zegt ze. Veel leerlingen downloaden oude examens van examenblad.nl of schaffen de examenbundel aan om te oefenen. ‘Prima, dat moedigen we aan. Maar het schoolexamen moet toetsen of ze hun kennis kunnen toepassen, niet of ze zich de vragen en antwoorden herinneren. Daarom halen we vrijwel geen materiaal uit oude examens.’


Het is leuk werk om een examen te maken, vinden beiden. Jonker: ‘Na een aantal jaar lesgeven, is het nieuwe eraf. Door zelf een examen te maken heb je dan weer iets waar je je creativiteit in kwijt kunt.’ Het is al een paar keer gebeurd dat Van de Vliet een context gebruikte voor een schoolexamen dat vervolgens ook opdook in het centraal examen. ‘Voor havo-leerlingen had ik vorig jaar vragen gemaakt over de zwarte Sigatoka, een schimmelziekte bij bananen. Dat onderwerp kwam terug in het centraal examen voor havo, met ongeveer dezelfde vragen. Tot grote vreugde van de leerlingen, natuurlijk.’ Maar het belangrijkste, vindt ze: ‘Onze leerlingen scoren bij het centraal examen bovengemiddeld bij de open vragen. Ze zijn kennelijk goed voorbereid.’


Maud: ‘Het is wel even wennen om op deze manier je kennis toe te passen.’ Maar de leerlingen hebben al een handige strategie te pakken. Als er één punt voor een vraag te verdienen is, moet je er niet te veel achter zoeken. Maar is de beloning voor een goed antwoord drie punten, dan is de vraag een doordenker.


Toch kun je ook bij makkelijke vragen de mist in gaan, zo blijkt. Bijvoorbeeld: welke spieren zijn gespannen bij de typerende pupillen van blije gezichten? ‘Accommodatiespieren, toch?’, denkt Maud. Van de Vliet: ‘Nee, die regelen de lensvorm. Dit zijn de straalvormige spieren.’ ‘Hou maar op’, lacht Iris. ‘Dit heb ik dus fout.’



Pupillen zijn spiegels van de ziel

Bionieuws 17 november 2018


‘Oogcontact is een evolutionair oud fenomeen’, stelt de Leidse cognitief psycholoog Mariska Kret. Ze bestudeert gezichtsexpressie en lichaamstaal bij mensen en mensapen om achtergronden van vertrouwen beter te doorgronden. Mensen en chimpansees passen de groottes van hun pupillen aan elkaar aan en dat zegt iets over in hoeverre we elkaar vertrouwen. Dit heet het spiegelen van de pupillen. Als je mensen vraagt tekeningen te maken van blije figuren dan tekenen ze steevast grote pupillen in het blije gezicht.’


Het spiegelen van de pupillen is een soortspecifiek fenomeen. Geef hiervan de biologische functie. (1 punt) Welke spieren zijn gespannen bij de typerende pupillen van blije gezichten? (1 punt)