Gert van Maanen - Hoofdredacteur Bionieuws

 

Een haring kun je braden, roken, inleggen, opzouten of gewoon rauw verslinden. Het bekendst is natuurlijk de Atlantische haring (Clupea harengus), maar haring is blijkens Fishbase een verzamelnaam voor nog minstens twee andere soorten en drie ondersoorten. Allemaal koren op de molen van de Leidse volksfilosoof Bas Haring, die in de komkommertijd uitgebreid de kans kreeg zijn stokpaardje te berijden: ‘de natuur kan best wat soorten missen’ (de Volkskrant, 2 augustus). Zijn portee is dat biologen met ongegrond fanatisme biodiversiteit willen behouden en zich daarbij beroepen op valse argumenten. Deels een herhaling van zetten, want Haring deed eerder hierover al de nodige stof opwaaien rond zijn boek Plastic panda’s (zie interview ‘Een soort heeft op zichzelf geen waarde, punt’, Bionieuws, 26 mei 2012). Biologen lijden volgens hem aan het rommelzoldersyndroom: ze willen een heleboel dingen niet kwijt, ook al hebben die geen echte functionaliteit.

 

Haring maakt zijn verhaal dit keer echt persoonlijk, want hij zet vraagtekens bij de onmisbaarheid van 700 vijgwespjes, insecten waarnaar nota bene zijn bioloogechtgenoot promotieonderzoek doet. ‘Je gaat mij niet vertellen dat de wereld zoveel slechter af is als de helft van die vijgenwespen zou verdwijnen.’ Een beetje relativeren kan geen kwaad: dan hoef je tenminste geen slapenloze nachten door te brengen bij het nieuws dat Indonesië haar nieuwe hoofdstad gaat bouwen in een regenwoud en het Amazonewoud in lichtelaaie staat.

 

Ik realiseer me overigens pas nu – dankzij de aanstaande 250ste verjaardag van bioloog en avonturier Alexander von Humboldt (zie pagina 10-11: ‘Humboldt zette de biologie op de kaart’) – dat onze blinde liefde voor biodiversiteit een gevolg is van besmetting met het Humboldt-virus. Hij zag de natuur als een web van leven, waarin alles met elkaar verbonden is. Een visie die prima past bij gevoelens van verwantschap op evolutionaire grondslag. Iets waarvan Haring wellicht geen kaas heeft gegeten. Ik heb niet alle antwoorden op de diepzinnige vragen van Haring, maar – nu hij aangeeft binnenkort met een serieus vervolg op Plastic panda’s te komen – heb ik wel mijn lesje geleerd.


Haring, ik lust hem het liefst op zijn Amsterdams: rauw, met uitjes en zuur



We moeten vooral zeggen dat we iets mooi, leuk en lekker vinden, want van die argumenten kunnen filosofen niet zo makkelijk gehakt maken. Enfin. Haring, ik lust hem het liefst op zijn Amsterdams: rauw, met uitjes en zuur. Ik vind divers gewoon lekker!