Werksters van de mier Aphaenogaster swammerdami herkennen een slang die het op het broed heeft voorzien en evacueren larven en poppen zodra die slang zijn kop in het nest steekt. Dat schrijven Japanse en Chinese onderzoekers in Open Science (14 augustus). Volgens de auteurs was niet eerder een verdedigingsreactie van mieren bekend die zich zo specifiek richt tegen een gewervelde predator.

De slang in kwestie, de gemiddeld 30 centimeter lange Madatyphlops decorsei, is een specialist die de nesten van mieren en termieten weet binnen te dringen om larven en poppen te eten. De onderzoekers wilden weten of A. swammerdami anders reageert op deze slang dan op andere slangen; de op Madagaskar levende mier heeft ondergrondse nesten met maximaal vijftienhonderd werksters. Ze brachten de vijandige slang met zijn kop 10 centimeter diep in een aantal nesten en filmden het gedrag van de werksters buiten, rond de ingang. Ter vergelijking confronteerden ze nesten met een voor mieren ongevaarlijke slang die kikkers eet (Thamnosophis lateralis), of met een slang die niet alleen ongevaarlijk is, maar zelfs vaak ongestoord in mierennesten bivakkeert: Madagascarophis colubrinus, door de lokale bevolking ook wel ‘mierenmoeder’ genoemd.


Bij het aanzien van een roofslang klimmen de werksters met broed en al in vegetatie.

Tegenover zowel de vijand als de kikkeretende slang toonden de werksters zich alert en agressief; ze beten deze indringers. Maar alleen in het geval van de werkelijke vijand gingen ze er vrijwel onmiddellijk toe over om larven en poppen naar buiten te dragen en ermee in de vegetatie te klimmen. Later brachten ze alles weer terug. De werksters verdedigen hun kolonie daarmee effectief tegen deze specifieke vijand, oordelen de auteurs.

De ‘mierenmoeder’ lieten de werksters altijd met rust, nadat ze hem met hun antennen betast hadden. Deze onschuldige gast heeft in mierennesten een comfortabele plek met een constante, aangename temperatuur en vochtigheidsgraad. Misschien, opperen de auteurs, maakt de gastvrijheid van mieren tegenover deze slang wel deel uit van hun verdediging. Als een van de weinige soorten heeft de gast namelijk de larven- en poppeneter, die de helft kleiner is, op zijn menu staan. Zijn aanwezigheid zal de roofslang dus afschrikken; daarmee zou sprake zijn van mutualisme, een situatie waarvan mier en slang profijt hebben.