Het agrarisch landschap van de Totara-vallei in Peru dat al zeshonderd jaar voor Christus vorm kreeg.

Prehistorische menselijke activiteit had mogelijk al drieduizend jaar geleden invloed op het klimaat. Domesticatie van dieren en het onstaan van permanente landbouw veroorzaakten toen al grote veranderingen in natuurlijke ecosystemen, en beïnvloedden waarschijnlijk ook de atmosfeer. Deze resultaten publiceert een internationaal, interdisciplinair team 30 augustus in Science. Door het samenbrengen van wereldwijde archeologische expertise wil het ArcheoGLOBE-project zo veel mogelijk van de menselijke effecten op de aarde vaststellen. Het onderzoeksteam heeft voor dit onderzoek gekeken naar de activiteiten van de mens van de afgelopen tienduizend jaar: het vroege Holoceen. 

 

Onomkeerbaar
Hieruit blijkt dat zelfs de mens als jager en verzamelaar soms al onomkeerbare veranderingen aan de natuur toebracht. Door het transporteren en meebrengen van geliefde plant- en diersoorten naar nieuwe gebieden, of het verbranden van bosgebieden om zich te kunnen vestigen, veranderde de vroege mens zijn leefomgeving en de atmosfeer. De verbranding verhoogde bijvoorbeeld de emissie van broeikasgassen. Tevens lijken watercycli te zijn aangepast door bijvoorbeeld veranderingen in vegetatie door de komst van landbouw.

 

Databases
De veranderingen zijn vastgelegd in verschillende databases. Kees Klein Goldewijk, werkzaam als onderzoeker bij de Universiteit Utrecht en het Planbureau voor de Leefomgeving, is een van de vele medeauteurs en stelde zijn database met historische landgebruiksschattingen beschikbaar. Zijn schattingen werden vergeleken met een enquête onder vele archeologen, historici en andere disciplines.

 

Legpuzzel
‘Voor elke tijdsperiode zijn we eigenlijk een grote legpuzzel aan het leggen over het landgebruik,’ vertelt Klein Goldewijk over zijn database, ‘en ik heb wel een heleboel puzzelstukjes, maar in heel veel gebieden mis ik er ook een heleboel. De archeologen kunnen bijvoorbeeld op hun expertisegebied puzzelstukjes toevoegen aan de puzzel: zij hebben soms empirische data over wanneer mensen zijn begonnen met de landbouw. Daarmee kan ik weer kijken hoe dat past in mijn database en vervolgens die informatie weer doorgeven aan de klimaatmodellen. Dat is wel heel erg leuk.’

 

De legpuzzels worden zo steeds verder voltooid, ondanks dat er over sommige regio’s nog niet veel bekend is. Met name in regio’s in Afrika en de Amazone is er nog niet veel bekend.

 

Klimaatmodellen
Toch wordt hier steeds meer aandacht aan besteed, om de gaten in kennis steeds verder op te vullen. De klimaatmodellen zijn echter niet alleen goed voor het creëren van een historisch overzicht. Klein Goldewijk: ‘Stel dat we het hele mondiale historisch landgebruik goed in kaart kunnen brengen, dan kunnen we dat in onze klimaatmodellen stoppen.

 

En wanneer we het verleden goed kunnen reproduceren, en dus alle onderliggende processen voor het klimaat blijkbaar goed begrepen hebben, kunnen we die modellen ook op de toekomst richten tot ongeveer 2100. Zo kunnen we met meer vertrouwen ook naar beleidsmakers een boodschap uitbrengen.’