Vraag: pesten dieren elkaar?

 

Iemand stelselmatig het leven zuur maken, ofwel zodanig bejegenen dat het leidt tot fysiek of psychisch lijden. Dat is grofweg de definitie van pesten, iets dat bij mensen vrij extreme vormen kan aannemen: van onschuldige woordgrapjes tot zwartmakerij, en van een klein duwtje tot intimidatie en mishandeling. Maar zijn er in het dierenrijk eigenlijk ook pestkoppen die hun soortgenoten stelselmatig dwarszitten?

 

Speelgenoten
‘Ja, die zijn er zeker, in ieder geval onder primaten’, zegt etholoog Jan van Hooff. ‘Maar het is wel goed om direct een onderscheid te maken met plagen. Vooral jonge chimpansees nemen elkaar regelmatig in de maling: pootje haken, aan elkaars haren trekken, bijten, stoeien. Het is allemaal onderdeel van normaal spelgedrag waarbij de chimpansees exploratief bezig zijn met hun omgeving en eigen vermogens. Dit speelse plagen is vrij onschuldig, en nog belangrijker symmetrisch, in de zin dat de speelgenoten ongeveer even vaak elkaar plagen als geplaagd worden.’

 

Balans
Pas wanneer die balans zoekraakt en telkens eenzelfde individu doelwit wordt van het plaaggedrag, dan is er geleidelijk sprake van pesten, weet ook Van Hooff. ‘In onze chimpanseekolonie in Arnhem was er op een zeker moment een jong ventje van een jaar of 6 die flink kon treiteren. Hij liep iedere keer op hetzelfde wijfje af dat tegen een boom zat te rusten, pakte een hand rul zand en smeet het in haar gezicht. En daarna rennen voor zijn leven om een pak slaag te ontlopen. Maar daar ging het hem blijkbaar juist om: de individuen die het sterkst reageerden op zijn pestgedrag, waren gewilde doelwitten. Het geeft een kick, en is tegelijkertijd ook – weliswaar onbewust – leerzaam. Voor het slachtoffer is het dan allang geen spel meer, daarvoor kan het bar vervelend zijn.’

 

Mishandelingen
De grens tussen pesterij en echt agressief gedrag kan vaag zijn. Agressief gedrag wordt als regel gebruikt om iets van belang te bemachtigen of te verdedigen. Als chimpansees volwassen worden, gaat pestgedrag vaak over in imponeergedrag, een machtsmiddel om een plek in de hiërarchie te behouden of bemachtigen. Meestal blijft het bij imponeergedrag, zoals dreigend met rechtovereind staande haren op een ander aflopen, maar soms gaan rangverschuivingen gepaard met ernstige en zich herhalende mishandelingen.

 

Onderdanig
Chimpansees staan overigens niet alleen in hun pest- en plaaggedrag, bij bijna alle primaten komt het in allerlei vormen en maten voor. Maar ook daarbuiten: knaagdieren dienen bijvoorbeeld vaak als diermodel in onderzoek naar sociale stress. Ratten en muizen die vaak de pineut zijn doordat ze herhaaldelijk worden aangevallen of van eten worden beroofd door een soortgenoot, hebben daar last van. Muizen gaan minder eten en drinken (Brain, Behavior, and Immunity, 2007) en ratten kunnen blijvend angstig gedrag gaan vertonen (Behavioural Processes, 2011). Ook blauwvoetgenten blijken de eerste vier maanden in het nest consequent het slachtoffer van hun oudere broers en zussen, zelfs zo erg dat ze zich door gewenning onderdanig gaan gedragen. Als volwassen vogel ondervinden ze daar echter geen hinder meer van (Biology Letters, 2011).



‘Daar waar sprake is van een pikorde, zijn bullies te vinden’



‘Als je maar goed kijkt, zijn er waarschijnlijk nog veel meer voorbeelden van pestgedrag in het dierenrijk’, aldus Van Hooff, ‘vooral bij dieren met sociale gedragssystemen. Daar waar sprake is van een pikorde, zijn bullies te vinden.’

 

Agressie
In 1966 beschrijft Konrad Lorenz in zijn boek On Aggression de term mobbing, een term die in de jaren zeventig al snel gebruikt wordt bij collectieve agressie van een groep kinderen richting een enkel slachtoffer. Maar voor Lorenz had het begrip weinig met pesterij te maken. Hij verwonderde zich tijdens zijn studies naar vogelgedrag waarbij kraaien – maar ook veel andere vogelsoorten – soms samenspannen en uilen, katten en andere predatoren systematisch lastig vallen.

 

‘Ook mobbing zie je bij veel diersoorten, maar dit is natuurlijk niet een of andere vorm van interpecifieke pesterij’, meent Van Hooff. ‘Dit is functioneel antipredatorgedrag, ter verdediging. De term pesten is eigenlijk alleen zinvol binnen soorten. Pesterijen zijn vaak een variant van speels, onschuldig en leerzaam stoeigedrag.’