Een kleine vos kan een meerderheid van de ondervraagde mensen niet thuisbrengen. Foto ImageSelect.


Het staat er belabberd voor met de soortenkennis bij het Nederlandse publiek. Ligt hier een taak voor het onderwijs?


Niet-biologen, waaronder middelbare scholieren, kennen nog minder diersoorten bij naam dan bioloog Michiel Hooykaas van de Universiteit Leiden had verwacht. Hij onderzocht de soortenkennis met een quiz over 27 gangbare, inheemse diersoorten, die hij voorlegde aan basisschoolkinderen, aan een algemeen publiek van 12 jaar en ouder en aan mensen die in hun werk of als vrijwilliger bezig zijn met natuur (Biological Conservation, oktobernummer). Veel mensen die meededen, reageerden wat beschaamd op hun fouten, vertelt hij. Maar is het gemeten gebrek aan soortenkennis erg? Ligt hier een taak voor het onderwijs? Wat zouden leraren, die toch al een overvol programma hebben, eraan kunnen doen?

 

‘Op school en tijdens mijn studie was ik verbaasd dat niet iedereen de dieren kende die je gewoon om je heen ziet’, vertelt hij. ‘Daarom besloot ik om de soortenkennis in kaart te brengen. We vonden een opvallende kenniskloof tussen ‘profs’ en het algemene publiek. En dat publiek bestond dan nog uit mensen die het leuk vonden om de quiz te maken. In werkelijkheid zal de kennis nog slechter zijn.’

 

Moeite
Vos, eekhoorn en egel herkende iedereen wel, merel en mus benoemden de meeste mensen ook goed. Maar kauw en fuut waren voor bijna de helft van de deelnemers onbekend, en vink, waterhoen, atalanta en kleine vos kon de meerderheid niet thuisbrengen. Kinderen van de basisschool – Hooykaas bezocht zeventien scholen met zijn quiz – hadden nog meer moeite. De meesten herkenden zelfs merel, mus en ekster niet.

 

‘Het beeld is herkenbaar’, zegt Constantijn Mennes, biologieleraar aan het Rijnlands Lyceum in Sassenheim. ‘Ik liet vorige week in 4-havo een plaatje zien van een dagpauwoog, en niemand uit de klas herkende deze vlinder.’ Ook Bastiaan Kikkert van het Veenlanden College in Mijdrecht is niet verbaasd. ‘Ik denk dat geen enkele van mijn leerlingen de quiz foutloos had kunnen maken.’

 

Eindexamen
Voor het eindexamen biologie is soortenkennis niet vereist: je kunt dat prima doen als je geen mus van een merel kunt onderscheiden. ‘Er is in het middelbaar onderwijs niet veel aandacht voor natuurbeleving en soortenkennis’, constateert Mennes. Hij vindt dat jammer: ‘Kennis over soorten kan helpen bij het denken over huidige milieuproblemen en de afname van biodiversiteit. Het artikel van Hooykaas is voor mij een oproep om die kennis te vergroten, met het benoemen van veelvoorkomende dieren als eerste stap.’ Kikkert: ‘Bij planten zal het gebrek aan kennis nog groter zijn.’ Ook hij zou wat aan de kennisleemte willen doen. 

 

Daarmee moet je beginnen op de basisschool, vindt Hooykaas: ‘Op die leeftijd staan kinderen er open voor en verdienen ze de kans om iets over natuur te leren. Ik gun elke leerling dat hij een keer de sloot in gaat of in de modder graaft op zoek naar beestjes. Dan kan hij daar later, als hij wil, mee door.’

 

Veldwerkproject
Wat zijn de mogelijkheden op de middelbare school? Hooykaas: ‘Leraren kunnen lessen over gedrag, ecologie, evolutie of seksuele selectie illustreren met voorbeelden van inheemse dieren. Bijvoorbeeld door te vertellen over het kickboksen van mannetjeshazen om een vrouwtje te veroveren.’ Mennes heeft op zijn school net groen licht gekregen voor een veldwerkproject. ‘De leerlingen gaan in groepjes onderzoek doen en mijn bedoeling is dat het hun affiniteit met natuur aanwakkert en dat ze wat soortenkennis opdoen.’

 

De Nationale Tuinvogeltelling, jaarlijks in de winter georganiseerd door Vogelbescherming Nederland, is geschikt voor de hoogste klassen van de basisschool en voor de eerste twee jaar van de middelbare school, al doen middelbare scholen momenteel nauwelijks mee. Marc Scheurkogel, persvoorlichter bij Vogelbescherming zegt: ‘De telling is in een weekend, maar scholen kunnen op de vrijdag voor dat weekend meedoen. Leerlingen tellen gedurende een halfuur de vogels op het schoolplein of in de omgeving en sturen de score in via de website. We hebben bijpassend lesmateriaal, waaronder een telformulier met afbeeldingen van de vijftien meest voorkomende soorten.’


Herbariumopdracht Veenlanden College Mijdrecht

Leraar Bastiaan Kikkert doet niet speciaal iets aan soortenkennis van dieren, maar wel van planten. Met zijn collega’s geeft hij leerlingen van 5-atheneum de mogelijkheid om een herbarium te maken als onderdeel van het schoolexamen. ‘Het is niet verplicht, maar ze kunnen er hun cijfer mee ophogen. Zeven op de tien leerlingen doen dat.’

 

De leerlingen moeten kruidachtige bloemplanten verzamelen van een lijst van zeventig algemene, onbedreigde soorten. Twintig soorten zijn verplicht, maar wie een van die twintig mist, kan dat goedmaken met vijf andere soorten van de lijst. De leerlingen moeten elke soort op naam brengen en de Nederlandse naam en de wetenschappelijke naam opschrijven, met vinddatum en gegevens over de vindplaats. Kikkert: ‘Omdat de soorten niet tegelijk bloeien, komen de leerlingen drie maanden regelmatig buiten. Sommigen gaan helemaal los en leveren een werkstuk met honderd planten in. En het leuke is: een deel van de kennis blijft hangen. Als ze in de zesde klas op kamp gaan, hoor je ze soms planten opnoemen die ze in de berm zien.’