Maar weinig biologen rennen onder werktijd in het veld met netjes achter vlinders aan, of jagen met blote handen op slangen. De meeste pas afgestudeerde biowetenschappers werken in medische labs aan hun proefschrift, blijkt uit een recente arbeidsmarktinventarisatie van het Nederlands Insitituut voor Biologie (NIBI). ‘Het heeft ons ook verrast dat zoveel biowetenschappers hun eerste baan in de medische sector vinden. Het zit vooral in promotieplaatsen, die blijkbaar bij universitaire medische centra en medische faculteiten nog in ruime mate aanwezig zijn’, zegt Ingeborg Scheurwater, coördinator arbeidsmarkt bij het NIBI.
Liefst 47 procent van de biologen en biomedische wetenschappers vindt zijn of haar eerste baan in sector Life Sciences & Health, blijkt uit de NIBIarbeidsmarktenquête die Scheurwater eind januari 2016 hoopt af te ronden. Ruim zevenhonderd recent afgestudeerde biowetenschappers werkten eraan mee. Zo’n 8 procent van de afgestudeerden vindt werk in de tuinbouw en Agri & Food, 7 procent in het onderwijs en 6 procent in de ecologie, met name bij ecologische adviesbureaus. In communicatie en educatie werken 2 procent van de afgestudeerden en 2 procent in beleidsfuncties. Bijna een kwart van de alumni valt onder de rubriek overig, omdat de sector onbekend is of niet onder een van de bovenstaande noemers valt (zie diagram Werksector).



Het onderzoek is een vervolg op de uitgebreide arbeidsmarktenquêtes die het NIBI tot 2011 jaarlijks hield onder pasafgestudeerde biologen, maar waarop de respons steeds lager werd. ‘We hebben daarom nu een beknopte enquête gehouden via de universiteiten onder masterstudenten die tussen januari 2012 en januari 2015 zijn afgestudeerd. Dit geeft een representatiever beeld van de huidige arbeidsmarkt voor biowetenschappers’, meent Scheurwater. De uiteindelijke werkloosheid onder recent afgestudeerden lijkt laag: slechts 5 procent van de respondenten is werkzoekend of net begonnen met een nieuwe studie. Scheurwater: ‘Werkzoekenden doen misschien minder mee aan een arbeidsmarktenquête en kunnen daardoor ondervertegenwoordigd zijn. Maar in eerder onderzoek lag het percentage werklozen ook rond de 5 procent; dat zou betekenen dat de crisis niet echt heeft toegeslagen onder biologen.’ Gemiddeld vinden respondenten ruim drie maanden na hun afstuderen hun eerste baan en 64 procent binnen de drie maanden.
Maandsalaris
De salarissen verschillen heel weinig tussen de verschillende sectoren waarin afgestudeerden in de biowetenschappen werkzaam zijn. ‘Dat komt deels doordat veel afgestudeerden als promovendi werkzaam zijn, bij wie het salaris ongeveer gelijk is’, aldus Scheurwater. Bijna de helft, 44 procent, heeft omgerekend naar een werkweek van 40 uur een bruto maandsalaris tussen de 2000 en 2500 euro. Van 31 procent ligt het maandsalaris lager dan 2000 euro en 25 procent verdient meer dan 2500 euro per maand (zie diagram Salaris). ‘Ongeveer 6 procent van de respondenten zegt minder te verdienden dan 1000 euro per maand, ruim onder het minimumloon, dat duidt misschien op verborgen werkloosheid of startende ZZP-ers’, vermoedt Scheurwater.


Zelfstandige ondernemers zijn dun gezaaid onder de pas afgestudeerde biowetenschappers
Als eerste baan staat de promotieplaats nog steeds met stip op nummer één. In de sector Life Sciences & Health werkt zelfs 61 procent als promovendus. In de groene sector – ecologie, tuinbouw en Agri & Food samengenomen – begint 39 procent zijn of haar loopbaan met een promotie (zie diagrammen werksectoren). ‘Promoveren is nog steeds populair en zeker geen slechte opstap. Uit ons werkgeversonderzoek uit 2014 blijkt dat gepromoveerden gewild zijn op de arbeidsmarkt’, vertelt Scheurwater. De meeste organisaties zeggen een voorkeur te hebben voor gepromoveerden boven afgestudeerde masters. ‘Ze noemen als voordeel dat PhD-ers echt getraind zijn in het rapporteren van uitkomsten van onderzoek en van doorzetten weten, omdat het promotietraject als een stevige klus bekend staat.’

Liefst 47 procent van de biologen en biomedische wetenschappers vindt zijn of haar eerste baan in sector Life Sciences & Health.


Netwerk
In de groene sector werken relatief veel afgestudeerden bij een bedrijf en in de medische sector juist veel bij een universitair medisch centrum, ziekenhuis, universiteit of onderzoeksinstituut. ‘In de ecologie zijn het vooral de groene adviesbureaus en in de agrifood veredelings- en zaadbedrijven die in Nederland een sterke positie innemen’, weet Scheurwater. Zelfstandige ondernemers zijn dun gezaaid onder de pas afgestudeerde biowetenschappers. In de medische sector zegt niemand als ondernemer of freelancer werkzaam te zijn. Het hoogst ligt dit percentage in de sectoren communicatie, educatie en onderwijs, met 2 procent. ‘Een onderneming opstarten is meestal iets voor mensen die al wat langer werkzaam zijn in een bepaalde sector’, meent Scheurwater. ‘Pas dan zie je de kansen en gaten in de markt, en heb je ook het netwerk om daarin te springen. Van starters kun je dat niet verwachten, die leggen nu de basis voor hun toekomstige loopbaan.’
Maud Theelen (master nutrition in health and disease, Wageningen Universiteit, 2012), adviseur voeding en gezondheid bij Schuttelaar & Partners in Den Haag:
‘Zonder mijn opleiding had ik deze baan nooit kunnen doen. Een groot deel van het advieswerk bestaat uit communiceren over inhoudelijke onderwerpen rondom voeding en gezondheid, daarvoor moet je op niveau kunnen meepraten. Ik heb gereageerd op een vacature en wat zeker heeft meegeholpen is mijn stage bij Nestlé. Omgaan met stakeholders in de levensmiddelenindustrie is een belangrijk aspect van mijn werk. Wat ik heb gemist in de Wageningse opleiding is aandacht voor wat er allemaal speelt rond voeding en gezondheid in de politiek en bij ngo’s. Uiteindelijk is kennis hiervan essentieel om voeding gezonder en duurzamer te kunnen maken.’
Maikel Aragon van den Broeke (master environmental biology, Universiteit Utrecht, 2009), adviseur/projectleider natuur bij Tauw in Utrecht:
‘Ik ben na mijn stage blijven hangen. Dat was niet helemaal toevallig, want die stage heb ik strategisch uitgekozen. Voor mijn functie heb je niet echt een universitaire opleiding nodig, die leidt toch vooral op voor onderzoek. Toch heb ik wel vaardigheden geleerd die ik goed kan gebruiken, zoals analytisch denken, organiseren en rapporteren. Wat ik heb gemist in de opleiding is de wet- en regelgeving rond natuur, terwijl ik dat dagelijks nodig heb. Meer soortenkennis was ook handig geweest, vooral vleermuizen zijn een soortgroep waarmee ik nu bijna dagelijks te maken heb.’
Nathalie Strookman (master biology and science based business, Universiteit Leiden, 2012), projectleider energie bij Natuur & Milieu in Utrecht:
‘Mijn baan heb ik vooral doordat ik ben blijven bellen over een vacature voor een trainee. Die positie was al vervuld, maar iemand heeft toen mijn brief en cv onthouden. Zo kon ik in een latere ronde alsnog als trainee beginnen.
Door stages bij het Wereld Natuur Fonds en IUCN had ik er ook al bewust naartoe gewerkt. Dankzij mijn opleiding weet ik genoeg van biologie en bedrijfsleven, maar vaardigheden als organiseren en plannen dank ik eerder aan bijbaantjes en nevenactiviteiten. Ik heb in het bestuur gezeten van de studievereniging en gewerkt voor het International Office.
Presenteren leerde ik vooral door mijn werk bij de Sterrenwacht en Sea Life, het aquarium in Scheveningen.’
Hanneke Monsuur (master biology of disease, Universiteit Utrecht, 2011), promovendus bij het VUmc in Amsterdam:
‘Het was wel een traject met veel frustratie. Na mijn afstuderen ben ik eerst even gaan werken bij het RIVM. Ik wilde voor mezelf zeker weten wat ik wilde. Dat werd dan toch solliciteren op een promotieplaats. Daar ben ik een paar keer als tweede geëindigd, terwijl je wist dat er wel 60 tot zelfs 120 sollicitanten waren. Tweede worden is dan gewoon niks. Ik ben er zelfs een tijdje mee gestopt en met een stagevergoeding gaan werken bij het AMC. Na twee jaar heb ik toch een promotieplaats gekregen op een brandwondenproject. Ik weet dat na promotie de rat race volgt voor postdocs. Die omzeil ik voortaan, ik zoek liever een baan in de industrie.’


foto ImageSelect
