Polytrichum juniperinum heeft net als andere mossoorten vermoedelijk een algvoorouder. Foto ImageSelect

 

Zo’n 580 miljoen jaar geleden hielp de horizontale genoverdracht van bodembacteriën naar een alg de evolutie van landplanten.

 

De eerste planten die van water naar land overstapten werden daarbij geholpen door genen die een voorouder leende van bodembacteriën. Dat schrijft een internationale groep biologen 11 november in Cell. De horizontale genoverdracht vond vermoedelijk zo’n 580 miljoen jaar geleden plaats in de gemeenschappelijke voorouder van landplanten en Zygnematophyceae, een klasse van groene algen. Deze voorouder, zelf een alg, leefde in een vergelijkbaar habitat als twee nu levende Zygnematophyceae, de Mesotaenium endlicherianum en de net ontdekte Spirogloea muscicola . In plaats van in het water, vertoeven deze algen op of vlak boven de grond; de voorouderalg zou de overstap naar het land dus al hebben gemaakt.


Overstap
In het gesequenste genoom van M. endlicherianum en S. muscicola vonden onderzoekers een aantal genen die verder alleen in bodembacteriën en landplanten voorkomen. Deze genen vergemakkelijkten de overstap naar het land voor algen en later planten, omdat ze helpen tegen biotische en abiotische stress waar planten mee te maken hebben. Ze spelen bijvoorbeeld een rol bij het tot stand komen van symbiose met schimmels om voedingsstoffen op te nemen. De horizontale genoverdracht zou mogelijk zijn geweest door de nabijheid van bodembacteriën bij de voorouderalgen.