Wetenschapsjournalist Nienke Beintema: ‘Ik heb mezelf moeten dwingen om mijn zwartgallige natuurbeeld van Nederland bij te stellen.’ Foto: Renuka Badhe



Terwijl onze natuur achteruit holt, ontwikkelt zich iets moois tussen land en water, constateerde Nienke Beintema toen ze op zoek ging naar de zeearend.

 

‘Het is een magisch feit dat de zeearend zich thuis voelt in Nederland. Terwijl de natuur er slecht voor staat, hebben we hem kennelijk voldoende te bieden. Dat heeft me echt verrast’, zegt wetenschapsjournalist, bioloog en natuurliefhebber Nienke Beintema. Ze schreef De zeearend, als onderdeel van de serie boeken over vogelsoorten van uitgeverij Atlas Contact; het boek kwam op 12 februari uit.

 

Vogelserie
Beintema ontmoette de redacteur van de vogelserie een paar jaar geleden en zei hem dat het een prachtige serie was, maar met jammer genoeg alleen mannelijke auteurs. Doe er wat aan, antwoordde hij. Afgesproken, voegde hij toe toen ze niet meteen terugkrabbelde. ‘Dus daar stond ik met mijn grote mond. Ik zat eraan vast. Na een tijd mailde hij dat het serieus bedoeld was en of ik maar met een voorstel wilde komen.’ Ze koos de stoerste soort die er is: de zeearend. ‘Een coole vogel, waar ik een band mee had. Ik had ze als student gezien in Noord-Duitsland, en later toen ik als walvisgids werkte in Noord-Noorwegen, onder meer bij het eiland Andøya. Daar vlogen ze de hele dag om je heen en als je aan land ging en tegen de bergrug opklom, vlogen ze je haast in het gezicht. Ik vroeg me af: hoe kon die indrukwekkende vogel zich in 2006 succesvol vestigen in ons aangeharkte, natuurarme en vervuilde land? Er broeden nu twintig paren en kenners verwachten dat dat in tien jaar zal oplopen tot honderd.’



WILDERNIS

Zelf had ze geen hoge pet op van de Nederlandse natuur. Om ruige landschappen en ongerepte wildernis te kunnen beleven, week ze zo vaak als maar mogelijk was uit naar noordelijke streken. Zo verbleef ze twee keer met haar gezin (man en twee zoons) in een geïsoleerd dorpje in Noordwest-Canada, vlak bij de grens met Alaska, eerst een half jaar, daarna nog eens een jaar. Er was wifi, dus ze kon haar werk blijven doen. ‘Ik denk er met weemoed aan terug. Net als de mensen daar bakten we ons eigen brood, kweekten we groente, hakten we hout en gingen we vissen. We hebben er volop gekampeerd, gekanood en fikkie gestookt. De jongens vonden het geweldig. En altijd waren er dieren rondom: eland, zwarte beer, grizzlybeer, lynx, bever.’

 

 

Toen we eens op een strandje zaten, waren we omringd door wel twintig vogels’



Daar woonde ze nog toen het plan voor het boek concreet werd. Ze ging meteen aan de slag: ‘In Canada leeft de Amerikaanse zeearend of bald eagle , die nauw verwant is aan de Europese en dezelfde levenswijze heeft. Als gezin maakten we excursies die we anders ook gedaan zouden hebben, maar nu gingen we doelgericht op zoek naar zeearenden. We zagen er veel. Toen we eens op een strandje zaten, waren we omringd door wel twintig vogels.’

 

Liefde voor natuur had Beintema van huis uit meegekregen. Beide ouders waren bioloog; vader Albert schreef, na een carrière als weidevogel-onderzoeker, voor de vogelserie een deel over de grutto en een over de bergeend. ‘We gingen vroeger op vakantie naar Scandinavië en de Alpen. Mijn hang naar ruige landschappen is jeugdnostalgie, maar ik heb het verder doorgedreven. Toch kende ik amper vogels toen ik biologie ging studeren; mijn ouders hadden me niet willen overvoeren.’



BEJAAGD

Terug na het Canadese avontuur ging ze in Nederland met vogelaars, onderzoekers, boswachters, een fotograaf en een tekenaar op zoek naar de zeearend, ook om te horen hoe die verschillende mensen zijn aanwezigheid beleefden. Ze zat met de vraag waarom de vogel het hier tegenwoordig goed doet, en wilde ook weten waarom mensen dat zo mooi vinden, na hem vroeger gehaat en bejaagd te hebben.

 

Triest
Zelf was ze niet blij geworden toen ze, jaren geleden, haar eerste Nederlandse zeearend zag in Flevoland. ‘Het maakte me indertijd triest, want ik dacht: wat moet die hier in die kale polder?’ Maar nu, net terug uit de Canadese wildernis, kreeg ze in brok in de keel toen ze er drie zag vliegen in de Biesbosch, twee volwassen dieren met een jong: ‘Ik heb mezelf moeten dwingen om mijn zwartgallige natuurbeeld van Nederland bij te stellen. Natuurlijk: het agrarisch landschap en veel natuurgebieden zijn enorm verarmd. Maar er is de afgelopen twintig jaar nieuwe natuur gemaakt, vooral op de grens tussen water en land: vooroevers, uiterwaarden en delta’s. En die natuur blijkt voldoende kwaliteit te hebben voor de zeearend en andere soorten. Het is geen oorspronkelijke wildernis, het wordt geen compleet ecosysteem. Toch vind ik dat we er blij mee mogen zijn en door moeten gaan met natuurontwikkeling. Er is nog heel wat mogelijk.’

 

Als klap op de vuurpijl zag ze vorig jaar een zeearend in de duinen vlak bij haar huis, gespot door haar tienjarige zoon. ‘Geweldig. Maar toch: we hebben plannen om opnieuw naar Canada te gaan. Nu echt voor langere tijd.’

 

 

DE ZEEAREND – Nienke Beintema
Paperback, 224 pagina’s, 23 euro