Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Bijvoeren geeft koolmees langere snavel

Koolmezen met een lange snavel zijn frequente bezoekers van de voederinstallaties. Foto: Dennis van de Water

Britse koolmezen hebben genen die hen een langere snavel geven dan Nederlandse soortgenoten. Mezen met de langste snavels hebben de beste kansen op reproductie, schrijven Nederlandse en Britse onderzoekers in Science van 19 oktober. Ze vermoeden dat dit een evolutionaire aanpassing is aan kunstmatig voeren van vogels, een wijdverspreide traditie in het Verenigd Koninkrijk.

Vanuit Nederland zijn het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) en Wageningen Universiteit (WU) betrokken. Eerste auteur en WU-onderzoeker Mirte Bosse zag in eerder onderzoek als postdoc bij NIOO opvallende verschillen in het genoom van Britse en Nederlandse koolmezen. ‘Ze waren bijna identiek, op enkele gebieden na. Veel van die genen liggen in regio’s die bij mensen gerelateerd zijn aan gezichtsafwijkingen en die waarvan we weten dat ze bij de bekende darwinvinken met snavelvorm te maken hadden’, vertelt Bosse. De Britse koolmezen kwamen uit Wytham, het bosgebied bij Oxford waar door de universiteit van Oxford al tientallen jaren onderzoek gedaan wordt naar ecologie bij koolmezen. Hun snavels worden sinds de jaren ‘80 gemeten. Ook in Nederland zijn vervolgens mezensnavels gemeten. Britse snavels blijken gemiddeld groter, en zijn in afgelopen 25 jaar ook gegroeid.

Verband
Nadere genetische analyse liet zien dat met name het collageen-gen COL4A5 bepalend is voor de snavellengte. Met behulp van gegevens uit eerdere onderzoeken in beide landen tonen de onderzoekers een verband tussen het hebben van een variant van dit gen en reproductiesucces. ‘We hebben gekeken hoeveel nakomelingen vogels krijgen die van het langesnavel-allel op dit gen een, twee, of geen kopie hadden’, zegt Bosse.

‘In Engeland levert het hebben van het allel een evolutionair voordeel op. In Nederland komt het allel in mindere mate voor, en daar blijkt het ook niet te leiden tot meer nageslacht.’ Kortom, koolmezen met grote snavels lijken in Groot-Brittannië een evolutionair voordeel te hebben. Ook ontdekten de onderzoekers een mogelijke oorzaak van de grotere snavel: het voer dat mezen vinden in de tuinen. Uit onderzoek met gezenderde koolmezen in Wytham, bleek dat koolmezen met een lange snavel frequente bezoekers zijn van de voederinstallaties die her en der in het bos aanwezig zijn. ‘En we weten dat in Engeland 50 procent meer vogelvoer wordt verkocht dan in de rest van Europa bij elkaar, en dat het voeren in tuinen al veel langer een traditie is’, aldus Bosse.

Revolutionair
Naar het nut van de aanpassing is het nog een beetje gissen. ‘Misschien kunnen ze beter bij het voer, misschien kunnen ze het efficiënter verzamelen of makkelijker meenemen, we weten het niet.’ Bosse ziet het onderzoek als een grote stap in haar vakgebied. ‘Wat revolutionair is aan deze studie is dat we begonnen zijn vanuit de genetica. Dat hebben we gerelateerd aan een eigenschap die mogelijk onder selectiedruk staat en we laten zien dat die selectie daadwerkelijk plaatsvindt. En we hebben zelfs een mogelijke driver van die selectie gevonden.’

Dit bericht verschijnt in Bionieuws 17 van 21 oktober 2017.