Bionieuws

Ecologie & Evolutie

‘De neanderthaler zit in ons’

Paleogeneticus Svante Pääbo met een Neandertal schedel: 'Humane evolutie is niet langer alleen een zaak van stenen en botten.’ Foto: Frank Vinken - MPI Evolutionary Anthropology, Leipzig

De Zweedse paleogeneticus Svante Pääbo is maandag 21 augustus hoofdspreker op de gezamenlijke dag van de congressen van de International Society for Evolution, Medicine & Public Health en de European Society for Evolutionary Biology in Groningen. Bionieuws sprak in 2014 in Parijs met de uitvinder van de paleogenetica. ‘Als we willen weten wat ons tot mens maakt, moeten we ook het genoom van onze nauwste verwanten kennen’, aldus Pääbo.

‘Dat de moderne mens een keer seks heeft gehad met neanderthalers kun je nauwelijks schokkend noemen. Het was pas vreemd geweest als we in de prehistorie nooit een keer vreemd waren gegaan’, zegt de in Zweden geboren Svante Pääbo (1955), directeur evolutionaire genetica van het Max Planck Institute for Evolutionary Anthropology in Leipzig. Pääbo heeft recht van spreken, want hij geldt als de uitvinder van paleogenetica. Zelf kent hij het verschijnsel vreemdgaan van dichtbij. Allereerst is hij het resultaat van een slippertje tussen de Estse chemicus Karin Pääbo en de Zweedse biochemicus en latere Nobelprijswinnaar Sune Bergström. En in zijn recent verschenen memoires Neanderthal Man verhaalt hij openhartig over zijn affaire met de vrouw van een directe collega, die nu zijn echtgenote en moeder van zijn kind is.

Grot
‘Seks is een belangrijke menselijke activiteit en het leuke is dat je de gevolgen deels in het dna kunt teruglezen. Het geeft een inkijkje in het sociale leven in de grot’, zegt Pääbo breed lachend op 30 augustus in het Palais des Congrès van Parijs. Hij heeft net de openingstoespraak verzorgd van de FEBS-EMBO jubileumconferentie, waarmee de Europese biochemische en moleculair biologische verenigingen hun 50-jarig bestaan vierden. Pääbo is een enthousiast spreker met een lange publicatielijst: sinds 2010 heeft hij twintig publicaties in de big fourScience, Nature, PNAS en Cell – op zijn naam staan. ‘Natuurlijk komt dat mede door de combinatie van dna, menselijke voorouders en soms ook nog seks. Iedereen weet dat seks en oermensen goed verkopen. Als ik dit onderzoek had gedaan bij muizen, stond de teller een stuk lager’, erkent Pääbo ruiterlijk.

‘Het liefst noem ik mezelf moleculair bioloog of paleogeneticus, want mijn werk wijkt sterk af van de klassieke paleoantropologie. Toen ik begon met dna-analyses aan prehistorisch materiaal was er niemand die dat deed. In die zin heb ik het vakgebied paleogenetica zelf opgebouwd’, zegt Pääbo. ‘Er was ook veel kritiek, maar gelukkig trek ik me daar niet al te veel van aan. Waar ik trots op ben is dat de moleculaire biologie nu serieus genomen wordt in humane evolutie. Het is niet langer alleen een zaak van stenen en botten.’ Pääbo publiceerde in 1984 zijn eerste dna-analyses aan een Egyptische mummie en specialiseerde zich in de paleogenetica door dna-analyes aan subfossiel dna uit reuzenluiaarden, Tasmaanse tijgers, holenberen en moa’s.


'Verontreiniging met modern
menselijk dna was mijn nachtmerrie '

‘Vooral bij mijn latere werk aan neanderthalers en andere fossiele mensachtigen was verontreiniging met modern menselijk dna mijn nachtmerrie. Je bent immers op zoek naar verschillen. Door heel schoon werken en extra methodologische checks houden we het probleem beheersbaar, maar de optie van vervuiling moet je altijd in je achterhoofd houden’, vindt Pääbo. Lang niet alle genetische verschillen zijn relevant. ‘Het genoom van de mens heeft 3,2 miljard baseparen, maar ieder individu heeft zo’n 3 miljoen afwijkende baseparen. Dus tussen menselijke individuen vindt je ook altijd 0,1 procent verschil’, doceert hij.

Supertrots
Dankzij high-throughput sequencing en goed botmateriaal van een Kroatische vindplaats reconstueerden Pääbo en medewerkers in 2010 de volle drie miljard basenparen van neanderthaler-dna. Pääbo: ‘Zo’n twee procent van het genoom van de huidige Aziatische en Europese mensen is zo nauw gerelateerd aan neanderthalers dat er sprake moet zijn geweest van genetische vermenging. Die uitwisseling kun je ook dateren, ergens tussen negentig- en veertigduizend jaar geleden, dus nadat een deel van de moderne mensen uit Afrika wegtrok. De moderne mens heeft de neanderthalers dus niet volledig geassimileerd en ook niet compleet weggevaagd. We noemen dat lekke vervanging: er zit een beetje neanderthaler in ieder van ons.’

Supertrots is Pääbo dat puur op basis van dna-analyses aan een stukje pinkbot uit de Denisovagrot in Zuid-Siberië een compleet nieuwe groep mensachtigen aan de menselijke stamboom is toegevoegd: de denisovamens. ‘Dit is een afsplitsing van de neanderthaler, die genetisch weer zijn sporen heeft achtergelaten in de Polynesische bevolking. We hebben nu al minstens vijf van zulke genoverdrachten tussen verschillende mensachtigen in kaart gebracht. Als we willen weten wat ons tot mens maakt, moeten we ook het genoom van onze nauwste verwanten beter leren kennen. Dat is een andere manier om jezelf in de ogen te kijken’.

Speculatie
Dankzij zulke genoomanalyses is het volgens Pääbo mogelijk onderbouwd te speculeren over welke genen de moderne mens heeft behouden en welke hij heeft verloren. ‘Er zijn neanderthalergenen die geassocieerd zijn met keratine en dus haar- of huidskleur die behouden zijn gebleven en juist genen verloren gegaan die te maken hebben met de mannelijke voortplanting. Het is verleidelijk om dat te koppelen aan haardracht en de mogelijkheid dat hybride mannen steriel waren. Maar om bijvoorbeeld te speculeren dat alle mannelijke neanderthalers gedood werden en de vrouwen werden gehouden, gaat mij wat ver. Ik ben bang dat speculatie vaak meer zegt over hoe wij nu denken, dan over wat er echt in het verleden is gebeurd.’

Neanderthal Man: In Search of Lost Genomes
Svante Pääbo
Basic Books
ISBN 9780465020836
Hardcover, 288 pagina's, 22 euro

Dit interview verscheen in Bionieuws 14 van 13 september 2014