Bionieuws

Ecologie & Evolutie

‘Evolutie volgt ingesleten paden’

Simon Conway Morris: ‘De boom van het leven is meer voorgebakken dan biologen denken.’ Foto: Theo Hendriks.

Het verloop van de evolutie is voorspelbaar en de evolutietheorie nog lang niet af. Dat is de vaste overtuiging van de Britse paleobioloog Simon Conway Morris, die 27 oktober spreekt op het afscheidsymposium van de Leidse wetenschapscommunicator en voormalig Bionieuws-hoofdredacteur Jos van den Broek. Een van zijn opvolgers sprak Conway Morris precies acht jaar geleden.

‘Het is grote onzin dat we voor de biologie, een wetenschap met zoveel lagen, alles al op een rijtje hebben. The End of Science? Nonsense. We zitten nog met ladingen onbeantwoorde vragen’, zegt Conway Morris (1951), hoogleraar paleobiologie in Cambridge. Het interview met deze onconventionele denker vindt plaats op een al even onorthodoxe locatie: in de trein op weg naar Groningen. Daar gaf Conway Morris op dinsdag 27 oktober 2009 een lezing over zijn visie op evolutie in de Studium Generale-lezingen-serie Darwin Today.

Cambrische explosie
Conway Morris is graag bereid zijn denkbeelden uit de doeken te doen. Ook al weet hij dat die niet allemaal even goed vallen onder biologen, zeker niet onder hardline darwinisten. Hij dankt zijn bekendheid een beetje aan de inmiddels overleden Amerikaanse paleontoloog Stephen Jay Gould, die zijn bestseller Wonderful life baseerde op het onderzoek dat Conway Morris deed aan de beroemde fossielen van de Burgess Shale, een gesteentelaag in de Canadese Rocky Mountains. Deze unieke en soms macabere fauna getuigt van de Cambrische explosie, de enorme toename van soortendiversiteit die zo’n 500 miljoen jaar geleden plaatsvond.

‘Het fossiele bewijs staarde ons
de hele tijd recht in de ogen, maar
ook ik zag het eerst niet'

Voor Gould was de Burgessfauna een prachtvoorbeeld van contingentie, het idee dat toeval een belangrijke rol speelt in de evolutie. Als we in staat zouden zijn het bandje van de evolutie opnieuw af te draaien, dan was het volgens hem nog maar zeer de vraag of gewervelde dieren, laat staan mensen, nu de aarde zouden bevolken. Conway Morris, die aanvankelijk op hetzelfde spoor zat, is nu juist overtuigd van het tegenovergestelde: er is in de evolutie vooral sprake van convergentie. Bepaalde bouwplannen en lichaamseigenschappen bieden de beste oplossing en ontstaan dus steeds opnieuw. ‘Ik ben 180 graden gedraaid’, zegt hij. ‘Het fossiele bewijs staarde ons de hele tijd recht in de ogen, maar ook ik zag het eerst niet. We waren gewoon niet klaar voor het idee. Het is bijna ongepast, maar ik denk echt dat er evolutionair maar een beperkt aantal oplossingen mogelijk zijn. Dat verklaart bijvoorbeeld waarom bepaalde succesvolle modules – zoals ogen, vleugels, vingers of het middenoor – meermalen in de evolutionaire geschiedenis en in verschillende groepen opduiken.’

Bouwplannen
De Burgess Shale is volgens hem vooral het fossiele archief waarin het maken van biologische bouwplannen is vastgelegd. ‘Volgens mij is evolutie voorspelbaar. Sommige biologische oplossingen zijn onontkoombaar, alleen snappen we nog niet op welke manier die toestand wordt bereikt. De mechanismen van Darwin, natuurlijke en seksuele selectie, spelen zeker een rol. Daar heb ik ook helemaal geen probleem mee’, vervolgt Conway Morris. ‘Alleen denk ik dat het niet de complete verklaring is.’

De mogelijke EvoDevo-verklaringen voor convergentie in bouwplannen van evolutionaire ontwikkelingsbiologen – zoals diepe homologie, het idee dat groei- en ontwikkelingsprocessen worden geregeld door geconserveerde regelgenen – overtuigen Conway Morris niet. ‘In mijn visie ligt de oorzaak fundamenteler, een soort hiërarchisch arrangement dat verklaart waarom evolutie steeds dezelfde paden bewandelt. Er zijn maar beperkte mogelijkheden om bepaalde dingen goed te doen. Vaak wordt geroepen dat bijna alle oplossingen mogelijk zijn, maar ik denkt dat vrijwel niks werkt. Daarom komen steeds dezelfde oplossingen bovendrijven. De boom van het leven is veel meer voorgebakken dan veel biologen denken.’

'Hersenen zijn ook het product
van evolutie, maar bewustzijn is
iets van een hogere orde'

Het voortbewegen op vier poten, vliegen met vleugels, de constructie van een middenoor, de productie van bloemen en zaden, het zijn volgens Conway Morris allemaal voorbeelden van dezelfde ‘uitvindingen’ die meermalen en in verschillende groepen zijn opgetreden. Het komt vervolgens merkwaardig over dat hij wel volhoudt dat alleen de mens en zijn directe voorouders over bewustzijn beschikken. ‘Het is de uitzondering die de regel bevestigt’, zegt hij resoluut. ‘Primatologen als Frans de Waal stellen chimpansees bijna gelijk aan mensen, maar daar ben ik het niet mee eens. Ze kennen empathie en emotie, akkoord. De hersenen van mensen en apen zijn ook beide het product van evolutie, maar bewustzijn is iets van een hogere orde’.

Verdacht
Conway Morris, een belijdend Anglicaans christen, weet dat zijn religieuze achtergrond hem verdacht maakt. ‘Meestal word ik in het kamp van de creationisten geduwd, maar ik wil niet kiezen: ik voel me oprecht evolutionist én creationist. Ik zit ergens in het midden en word vanaf beide zijden onder vuur genomen’, glimlacht hij. ‘Terwijl ik juist denk dat wetenschap en religie veel voor elkaar kunnen betekenen en ook veel op elkaar lijken. Voor beide geldt dat je constant reflecteert op de vraag waarom de wereld eigenlijk zo in elkaar zit.’
Zijn tegenpool, evolutiebioloog en atheïsmepropagandist Richard Dawkins, heeft volgens hem vooral last van ‘dwangmatige jeuk en paranoia’ en is het perspectief op de werkelijkheid verloren. ‘Wetenschap zou het antwoord hebben op bijna alles, maar volgens mij is eerder het tegenovergestelde het geval. Dat is geen somber perspectief. Het kan jonge mensen juist motiveren om wetenschapper te worden. Er valt nog zo ongelooflijk veel te ontdekken.’

Dit interview verscheen in Bionieuws 18 van 31 oktober 2009.