Bionieuws

Nomen est Omen

Flamboyant enig kind

Eudyptes chrysolophus

Wie ooit het nest van een macaronipinguïn heeft gezien, moet het vast zijn opgevallen: twee eieren, maar aanzienlijk verschillend in grootte. Het blijkt geen uitzondering, maar eerder regel. En niet alleen bij de macaronipinguïn: ook andere pinguïns van dit genus vertonen een zogeheten ei-grootte-dimorfisme. Nog opvallender: ondanks de twee eieren in het nest, blijft er zelden een tweeling in leven. Het eerste, kleine ei legt het af tegen het grote, tweede ei.

Twee Canadese onderzoekers ontrafelen in Proceedings of the Royal Society B (28 september) nu het eimysterie. Oorzaak: de periode van overwintering overlapt deels met het broedseizoen. De Eudyptes-pinguïns zijn nog op terugweg van hun duizenden kilometers verre overwinteringsgebieden wanneer ze zich intussen fysiologisch al klaarmaken voor de voortplanting. Energie gaat vooral naar het zwemmen en niet naar de ontwikkeling van het ei. Bovendien zit er bij macaronipinguïns weinig tijd tussen aankomst en eileg, en dat resulteert in een (te) klein eerste ei.

Toch zitten pinguïnkuikens nooit verlegen om gezelschap. De kolonies macaronipinguïns behoren tot de grootste pinguïnpopulaties met tot wel honderdduizend individuen. Met zo’n achttien miljoen exemplaren is de soort de talrijkste van alle pinguïns. Ondanks hun thuisbasis in het Arctische en Subarctische gebied zitten ze er dus warmpjes bij.

Op de koude Falklandeilanden werd de soort als eerst beschreven, in 1837. De maaltijd macaroni had daar weinig mee te maken. Engelse zeilers noemden hem de macaronipinguïn vanwege zijn gele kuif; macaroni is de naam van een flamboyante Engelse kledingstijl uit die tijd met opvallende hoofdtooien. Ook de drager ervan werd wel een macaroni genoemd.

Die gele hoofdtooi is ook terug te zien in zijn soortstoevoeging: chrysolophus is een samentrekking van het Griekse chryse dat goud betekent en het Griekse woord voor kuif, lophus. De genusnaam Eudyptes is eveneens Grieks en betekent zoveel als goede duiker. De pinguïns kunnen dieptes van wel 100 meter bereiken en zijn van alle zeevogels de grootste consument van het mariene buffet. Soms werken ze daarbij ook stenen naar binnen; dat zou hun duikvermogen nog verder vergroten.