Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Groot wolvengebied onderdrukt predatoren

Foto: Flickr/Jethro Taylor

Wolven en andere toppredatoren hebben grote aaneengesloten leefgebieden nodig om predatoren die niet aan de top van de voedselketen staan in toom te houden. Dat concludeert een internationaal team van biologen 23 mei in Nature Communications. Door menselijke activiteit is dat vaak niet meer het geval, waardoor deze zogeheten mesopredatoren vrij spel krijgen en ecosystemen in disbalans brengen, zoals de prairiewolf in Noord-Amerika, de gewone jakhals in Europa en de rode vos in Australië. ‘Om de natuurlijke balans van predator-predator-interacties te herstellen, is het nodig wolven over een groter gebied te beschermen dan nu vaak het geval is’, zegt laatste auteur Aaron Wirsing.

Balans
Die balans is nu op alle drie de continenten vaak ver te zoeken, menen de auteurs. Het verspreidingsgebied van de wolf (Canis lupus) in Noord-Amerika en Europa, en de dingo (Canis dingo) in Australië is door jacht en habitatvernietiging verkleind en verschoven, met gefragmenteerde populaties als gevolg. Kleinere roofdieren profiteren hier waarschijnlijk van en nemen sterk in aantal toe door de afwezigheid van een toppredator die hun in bedwang houdt.

Patronen
Om zicht te krijgen op de patronen in populatiedichtheden op grote schaal brachten de biologen het historisch leefgebied van de wolf en dingo in Noord-Amerika, Europa en Australië in kaart met zogenaamde premiedata, informatie van overheden die roofdierpopulaties reguleren door middel van afschot. Vervolgens deden ze hetzelfde voor de drie mesopredatoren prairiewolf (Canis latrans), gewone jakhals (Canis aureus) en rode vos (Vulpes vulpes) en analyseerden hoe aantal en verspreiding van toppredator en mesopredator van elkaar afhing.

Vraagtekens
Alleen bij hoge populatiedichtheden en een groot verspreidingsgebied blijken wolven en dingo’s de kleinere roofdieren in bedwang te kunnen houden. Bovendien lukt dat het beste in de kern van hun verspreidingsgebied en minder goed aan de randen. Wirsing: ‘Dit zet vraagtekens bij de effectiviteit van de huidige behoudsmaatregelen. Als we wolven hun historische rol in ecosystemen willen teruggeven, moeten we gefragmenteerde leefgebieden en geïsoleerde populaties weer met elkaar verbinden.’ Nu gebeurt dat volgens Wirsing niet.

Indrukwekkend
‘Mooi, indrukwekkend en zeer relevant voor mijn eigen werk hier in Polen’, noemt de in het Białowieża-oerbos werkende Nederlandse ecoloog Dries Kuijper de studie. ‘Ze leggen op gigantische schaal patronen bloot van effecten die grote predatoren op mesopredatoren uitoefenen. Toch zien we op het gebied van aantallen toppredatoren in Europa een ander beeld dan in Australië en Noord-Amerika: ze zijn juist in opkomst! Vooral wolven zijn succesvol, alhoewel hun leefgebied wel versnipperd blijft.’

Angstlandschap
Het angstlandschap dat wolven maken kan volgens Kuijper ook een belangrijke rol spelen in dit verhaal. ‘Soms zijn een paar wolven genoeg om sterke gedragsveranderingen in hun prooidieren teweeg te brengen, waardoor ze delen van een gebied kunnen mijden. Dat is in deze studie niet meegenomen. En ook de rol van mensen blijft onderbelicht. Het is logisch dat er veel mesopredatoren aan de rand van wolvengebieden zitten: daar zitten doorgaans mensen. En wolven mijden ons, terwijl kleinere predatoren juist kunnen profiteren van mensen. Al die factoren lopen nu wat door elkaar heen. Maar dat kan ook bijna niet anders bij zo’n groot opgezette studie.’

Dit bericht verscheen in Bionieuws 10 van 3 juni 2017