Bionieuws

Plant & Dier

Hoe zeker is de insectensterfte?

De meikever is een insectensoort die in Nederlands niet meer zo algemeen lijkt voor te komen als vroeger. Foto: Natuurmonumenten

Was het een mediahype of een eerste belangrijke waarschuwing dat er echt iets mis zit? Het onderzoek naar de grote insectensterfte, dat Nijmeegse ecologen in oktober 2017 presenteerden, heeft in ieder geval veel stof doen opwaaien en lijkt nu meer grond onder de voeten te krijgen. Bionieuws ging te rade bij enkele betrokkenen.

PEILING

In 27 jaar is de totale biomassa aan vliegende insecten in Duitse beschermde natuurgebieden met maar liefst 76 procent afgenomen. Dat concludeerden de onderzoekers dankzij de unieke meetreeks die Duitse entomologen hadden verzameld door in 63 gebieden met malaisevallen lokaal een deel van de vliegende insectenfauna weg te vangen en het gewicht te meten (zie ‘Insectencrisis in natuurgebieden’, Bionieuws 17, 2017). De resultaten werden door velen al direct omarmd als bewijs dat het bergafwaarts gaat met de biodiversiteit. Insecticiden en intensieve landbouw werden het meest genoemd als mogelijke oorzaak.

Deltaplan

Het was mede aanleiding een breed gedragen nationaal Deltaplan Natuurherstel aan te kondigen, maar er kwam ook kritiek: op de gehanteerde onderzoeksmethoden en gebruik van meetreeksen die niet geschikt zouden zijn voor trendanalyses. Op 26 april 2018 presenteerde het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) het rapport Achteruitgang insectenpopulaties in Nederland: trends, oorzaken en kennislacunes, waarin Wageningse onderzoekers de kennis over trends van insecten voor Nederland op een rijtje zetten. Zij concluderen dat de resultaten van het Nijmeegs-Duitse onderzoek aan insectensterfte robuust zijn. Ook constateren ze dat er consensus bestaat dat insecten in Nederland de afgelopen jaren afnemen, maar dat er slechts weinig datasets bestaan om dat hard te onderbouwen. Het ontbreekt met name aan informatie over trends in het agrarisch gebied. De achteruitgang van insectenpopulaties wordt veroorzaakt door een complex aan factoren, maar een aantal ‘direct of indirect met de intensivering van de landbouw samenhangende factoren’ lijken een hoofdrol te spelen. Nog recenter kwam Natuurmonumenten op 14 mei met het bericht dat ook in Nederland het aantal insecten dramatisch afneemt. Op basis van twee langlopende studies aan insectenpopulaties – loopkevers bij Wijster en nachtvlinders in het NoordBrabantse natuurgebied De Kaaistoep – blijken afnamen van 54 procent bij nachtvlinders tot zelfs 72 procent bij loopkevers voor te komen. Is hiermee het bewijs geleverd dat het slecht gaat met insecten en is het terecht om de landbouw als hoofdschuldige aan te wijzen? Bionieuws stak haar licht op bij een paar hoofdrolspelers in deze kwestie.

Insecten op een vangdoek in het Brabantse natuurgebied De Kaaistoep. Foto Natuurmonumenten.


Kees Booij, entomoloog bij Wageningen Plant Research
en een van de experts die zich in de media kritisch uitliet over Nijmeegs-Duitse studie naar insectensterfte:
‘Nog niet al mijn zorgen zijn weggenomen, maar ik erken dat dankzij de vervolgrapporten de onderbouwing van de claims wel steviger zijn geworden. Ik had me de rol van luis in de pels ook vooral aangemeten omdat ik vond dat er te vroeg nogal hoog van de toren werd geblazen. Er zijn daarna ook gesprekken geweest over mijn kritiek en ik ben ook gehoord voor het rapport dat nu bij LNV ligt. Ik vind niet dat ze daarin al mijn kritiek weerleggen, maar voor wat betreft de statistische analyses zit het denk ik wel goed.
Mijn belangrijkste kritiek blijft echter dat de meetreeksen helemaal niet bedoeld zijn voor trendanalyses. Het blijft discutabel ze met kunst- en vliegwerk er toch voor te gebruiken. Ze zijn vaak bedoeld om gebieden en soorten te inventariseren en dat roept de vraag op of ze wel representatief zijn. Met statistische bewerkingen kun je dat deels wel compenseren, maar soms weet je gewoon niet waarvoor je allemaal moet compenseren. Welke veranderingen in het beheer zijn er geweest en kun je wel goed compenseren voor het enorme effect van klimaatverandering op insectenpopulaties?

Activisme
Ook ik zie wel dat het in Nederland slecht gaat met insecten, maar het is te simpel om dat vrij automatisch toe te schrijven aan ontwikkelingen in de landbouw. Een beetje activisme bij wetenschappers vind ik helemaal niet zo erg. Natuurlijk hebben insecticiden en bemesting met stikstof en fosfaat invloed en ook ik juich vergroening van de landbouw toe. Toch moeten we niet raar staan te kijken als straks blijkt dat ook een compleet alternatief effect een rol speelt: dat juist door de milieumaatregelen de productiviteit van natuurgebieden is gedaald en afname van insecten daar mede een gevolg van is. Beter en vooral gestandaardiseerd monitoren is nodig om daar echt objectiever naar te kunnen kijken. Dat kun je mijns inziens niet overlaten aan vrijwilligers, want die gaan toch voor de leuke groepen en mooie gebieden. Vlinders en libellen zijn van belang, maar voor het ecosysteem zijn pissebedden, wantsen en rupsen minstens zo belangrijk.’
(Uit publieksrapport Alle beestjes helpen - onderzoek naar de achteruitgang van insecten van Natuurmonumenten, 14 mei 2017 verspreid).


Caspar Hallmann, ecoloog aan de Radboud Universiteit Nijmegen en eerste auteur van zowel de publicatie over de insectensterfte in Duitsland als het recente onderzoeksrapport in opdracht van Natuurmonumenten:
‘De Duitse studie heeft in ieder geval iets losgemaakt en heeft zeker een rol gespeeld dat Natuurmomenten de portemonnee trok om ook de situatie in Nederland te bekijken. Wat ik nu wel heel sterk vind, is dat we vergelijkbare resultaten krijgen met heel verschillende onderzoeksmethoden. Met de malaisevallen vingen de Duitse entomologen een deel van de vliegende biomassa aan insecten, de loopkevers bij Wijster zijn gevangen in potvallen en vangbekers, en de nachtvlinders in De Kaaistoep actief gelokt met lichtvallen. En ze laten dus alle drie over een lange periode een sterk dalende trend zien. Het is geen cherry picking, want we zien vergelijkbare achteruitgang ook bij meeste andere groepen die bemonsterd zijn. Voor gaasvliegen en wantsen was de afname inderdaad minder of zelfs afwezig, maar daar waren statistisch geen betrouwbare trends van te maken.
De loopkevers en nachtvlinders zijn nu eenmaal over een lange periode op een vrij consistente manier gedetermineerd, geteld en gedocumenteerd. Deels door toegewijde liefhebbers en daar zijn we heel blij mee. Soms moet je gewoon roeien met de riemen die je hebt. Waar ik heel blij mee ben is dat we nu beter kunnen onderbouwen dat het bijvoorbeeld niet alleen de grotere insectensoorten zijn die verdwijnen. Want dat zou een simpele alternatieve verklaring zijn voor het grote verlies aan biomassa. Daarentegen zien we dat met name bij de loopkevers de achteruitgang in het totale aantal vooral door de algemene soorten wordt veroorzaakt.

Keihard bewijs
Ik vind niet dat je ons kunt verwijten dat we te activistisch zijn. In Nederland zijn die rollen ook duidelijk verdeeld. Ik zie mijn rol als wetenschapper vooral in het leveren van betrouwbare cijfers en analyses. De natuur- en milieuorganisaties gebruiken die vervolgens in hun lobby en mediacampagnes. Geen van deze studies levert inderdaad keihard bewijs dat de intensieve landbouw de hoofdschuldige is, maar de aanwijzingen stapelen zich wel op. Voor de toekomst hoop ik dat er uitgebreide en landdekkende monitoring voor insecten wordt opgezet. Wat mij betreft het liefst gekoppeld aan de vogel- en plantenmonitoring van Sovon en Floron, zodat we straks als ecologen ook interessante andere verbanden uit kunnen afleiden.’


Carola Schouten, minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, op 26 april in een brief aan de Tweede Kamer over insectensterfte:

‘De trend van de achteruitgang van de insecten in Nederland is zorgelijk. Niet alleen vanwege de natuurwaarde van de insecten zelf, maar ook omdat zij een essentiële schakel vormen in de natuurlijke voedselketens en de landbouw, zoals voor de bestuiving van gewassen en de afbraak van organische stof in de landbouwbodems. (...) Ik zal deze adviezen betrekken bij mijn beleid en in overleg met betrokken organisaties nader vormgeven, in samenhang met andere relevante ontwikkelingen op het gebied van landbouw en natuur, die kunnen bijdragen aan het herstel van de insecten in Nederland.’

Dit bericht verscheen in Bionieuws 9 van 19 mei 2018.