Bionieuws

Plant & Dier

Migratie vereist complexe vogel

Een van de gezenderde koekoeken uit het onderzoek. Foto: Mikkel Willemoes​

Koekoeken beschikken over veel complexere navigatievaardigheden dan tot nog toe werd aangenomen. Dat concluderen Deense, Duitse en Spaanse onderzoekers na translocatie-experimenten, waarbij ze koekoeken uitzetten op een plek buiten hun reguliere trekroute. Ze publiceren erover in Scientific Reports (20 november online).

Vlak voor de start van de wintermigratie naar Afrika verplaatsten de onderzoekers elf gezenderde koekoeken naar een voor de vogels onbekend startpunt, meer dan 1000 kilometer buiten de gebruikelijke trekroute. Desondanks wisten de koekoeken moeiteloos op hun reguliere migratieroute aan te sluiten. Dat deden ze niet allemaal op hetzelfde punt; sommige vlogen terug naar bekende pauzeplekken in Europa, andere vlogen juist verder door richting Afrika en hielden onderweg pauze op onbekende plekken.

‘Deze individuele en flexibele keuze in navigatie duidt op het vermogen de voor- en nadelen van verschillende routes af te wegen, waarschijnlijk gebaseerd op hun gezondheid, leeftijd, ervaring of zelfs persoonlijke eigenschappen’, zegt eerste auteur Mikkel Willemoes van de universiteit van Kopenhagen. ‘Ze evalueren hun eigen conditie en passen hun reactie daarop aan, waarbij ze complex gedrag vertonen dat we nu voor het eerst hebben kunnen documenteren in trekvogels.’

Koekoeken zijn een geschikt onderzoeksobject voor dergelijke translocatiestudies. Doordat hun moeder het ei in het nest van een andere soort legt, hebben ze geen ouders of broers en zussen waarvan ze het migratiegedrag kunnen afkijken. De route die ze vliegen, leggen ze alleen en in het donker af, waarbij ze slechts kunnen vertrouwen op instinct, ervaring en geërfde vaardigheden.

Het is niet voor het eerst dat deze onderzoekers de migratieroute van koekoeken volgen. Een jaar eerder legden ze met behulp van zenders al de volledige route en pauzeplekken vast van de Deense koekoeken op weg naar hun overwinteringsgronden in Afrika. Zodoende konden ze concluderen dat de getransloceerde koekoeken naar precies die pauzeplekken terugvlogen, in bijvoorbeeld Polen, de Balkan en Tsjaad.

‘De volgende stap is het ontwikkelen van nog kleinere transmitters die ons in staat stellen jonge koekoeken te volgen tijdens een relocatie’, zegt laatste auteur Kasper Thorup. ‘Zij hebben geen eerdere migratie-ervaring en hun keuzes zullen nog meer inzicht opleveren in hoe ze navigeren vanaf onbekende plekken.’