Bionieuws

Plant & Dier

Mosselkratjes moeten Griend redden

Mossels en zeegrassen lijken als biobouwers essentieel voor het behoud van het eiland Griend. Natuurbeschermers en onderzoekers starten een experiment om ze die rol weer terug te geven.

Deinend op de golven, op weg naar Griend, strooit Sanne van Gemerden van Natuurmonumenten zand op een kaart van het eiland. ‘Dit is de vooroever die afgelopen jaar is aangelegd’, verduidelijkt ze. Natuurmonumenten is al ruim 100 jaar beheerder van het eiland, belangrijk broedgebied voor grote sterns en kokmeeuwen en hoogwatervluchtplaats voor duizenden steltlopers. De natuurorganisatie greep vorig jaar in omdat het eilandje dreigde te verdwijnen. ‘Vijfentwintig jaar geleden is het eiland al eens vastgelegd met grote dijklichamen, maar het eiland is toch grotendeels weggespoeld en de dijklichamen zijn verruigd’, zegt Van Gemerden.

Zandmotor
'Ook is destijds hier een zandmotor aangelegd’, vertelt ze terwijl ze het zand op een hoop veegt. ‘De wind zou het zand het eiland op blazen. Dat zand is overal in de omgeving beland, maar niet op het eiland.’ En dat komt door een misvatting over de vormende processen van het eiland, weet onderzoeker Tjisse van der Heide van Radboud Universiteit Nijmegen, die meevaart richting zijn eigen onderzoekslocatie waar hij mosselbanken probeert te herstellen. ‘De vorm die Griend eind jaren 80 bij het herstel kreeg, leek heel erg op die van bijvoorbeeld Schiermonnikoog, een typisch barrière-eiland. Die eilanden bestaan van nature uit een kwelder die beschermd wordt door een stuifduin, gevoed door zand uit de Noordzee. Maar bij een eiland midden op het wad is er vrijwel geen verstuiving.’ Op een laptop laat hij plaatjes zien van Griend in 1947, voor de aanleg van de Afsluitdijk. 'Daar heeft het eiland een heel andere vorm', zegt Van der Heide. 'Het lijkt veel meer op het eiland Zuiderduintjes bij Rottumeroog. Dat eiland heeft een wal van schelpen en ander aanspoelsel die de kwelder beschermt. Waarschijnlijk is dit bij Griend ook het geval geweest, maar door de achteruitgang van het zeegras en van de mossel- en kokkelbanken die deze wal voedden, is er nu geen opbouw van de wal meer.’

'Bijna 100 procent wordt opgegeten, tenzij ze zich kunnen vestigen in een bestaande mosselbank.'

Van Gemerden laat op de kaart zien waar Natuurmonumenten om die reden op de nieuwe vooroever ook schelpen en plaggen heeft aangebracht. ‘De plaggen, afkomstig van het eiland, zijn een surrogaat voor het zeegrasaanspoelsel’, legt ze uit. Een tijdelijke oplossing dus. Het eiland zal pas weer op natuurlijke wijze aangroeien als de mosselbanken en zeegrasvelden kunnen herstellen. Naast hun rol als vloedmerk voor de schelpenwal, hebben deze biobouwers immers ook een belangrijke functie bij het vastleggen van sediment.

Mosselkratjes
Inmiddels heeft het schip vaart geminderd. Op een flinke afstand van het eiland, aan de zuidkant van Griend, wordt overgestapt in een klein bootje richting eiland om vervolgens het laatste stukje richting drooggevallen plaat te waden. Groepjes drieteenstrandlopers maken zich uit de voeten. Langzaam doemen lage grijze muurtjes op, verspreid over de wadbodem. Het blijken de constructies die onderzoekers en vrijwilligers afgelopen dagen hebben aangelegd. Een soort kratjes met een fijne structuur, enkele decimeters breed en zo'n 5 meter lang. Het is een vreemde verschijning, deze kunstmatige constructies op de wadbodem, met op de achtergrond het vogeleiland. Maar al snel zullen ze vol mossels zitten, verzekert Van der Heide, en de kratjes zelf vergaan uiteindelijk. ‘Het bestaat uit biologisch afbreekbaar biopolymeer, gemaakt van aardappelzetmeel uit de patatfabriek. Binnen 5 tot 10 jaar is het geheel afgebroken.’

Larfjes
Hij ontwikkelde de kratjes samen met Bureau Waardenburg in het onderzoeksproject Waddensleutels, waarin methoden werden getest om droogvallende mosselbanken te herstellen. De beste methode bleek het vangen van mossellarven in een constructie waarin ze zich kunnen verschuilen voor predatoren en stroming. 'De jonge mossellarven, ongeveer een millimeter groot, komen vanuit de waterkolom op de wadplaat en worden opgewacht door een heel leger aan garnalen, zo’n honderd per vierkante meter', vertelt Van der heide. 'Bijna 100 procent wordt opgegeten, tenzij ze zich kunnen vestigen in een bestaande mosselbank. Daar nestelen ze zich tussen de byssusdraden waarmee de volwassen mosselen aan elkaar zitten.' Hij wijst op de touwen van kokos die door de mazen van het biopolymeer gevlochten zijn. 'Zo'n krat bootst de complexe structuur van de mosselbank na, en met dat kokostouw bootsen we de byssusdraden na.' Op een enkele ingespoelde mossel na, is er nog weinig bewoning te zien, maar dat zal snel veranderen. 'De eerste larfjes van het seizoen zijn afgelopen week in het water aangetroffen. We hebben in eerdere experimenten gezien dat je na vijf maanden al met een flinke brok mossels zit en dat het ook blijft staan in de winters die volgen. De vraag is nog wel: hoe valt dit materiaal uit elkaar en wat gebeurt er daarna. Dat is één van de vragen die we gaan onderzoeken.’

Zeegras
Tussen de kratjes staan diverse dataloggers die de opbouw van sedimentatie meten. In de luwte van de mosselkratten wordt komende weken zeegras geplant. Want samen met het onderzoek aan herstel van mosselbanken, lopen rond Griend nog drie onderzoeken: naar de relaties tussen mosselbanken en zeegras, naar de effecten van mosselbanken en zeegras op de stabiliteit van een eiland en naar alle factoren die de opbouw en afbraak van het eiland beïnvloeden. Natuurmonumenten is blij met het uitgebreide onderzoek rond Griend. ‘Van de vorige herstelmaatregelen hebben we weinig kunnen leren', zegt Van Gemerden. 'Dat willen we nu anders doen. We willen nu meer inzicht krijgen in hoe het systeem werkt.'

Langzaam begint het water weer tegen de kratjes aan te klotsen. Het water komt op, tijd om terug te gaan naar de boot. Van der Heide loopt de andere kant op, richting zijn collega's op het eiland. Komende dagen worden aan de westkant van het eiland nog meer voorzieningen aangelegd voor de toekomstige bouwers van Griend.