Bionieuws

Ecologie & Evolutie

Oermensen doorliepen groeispurten

Deze dijbeenfragmenten illustreren de grootteverschillen in de afstamming van de mens. Van boven naar beneden Australopithecus afarensis, Homo ergaster en Homo neanderthalensis. Foto: University of Cambridge.

Gedurende de menselijke evolutie nam de lichaamsgrootte toe, maar die ontwikkeling verliep niet gelijkmatig. In de afgelopen 4,4 miljoen jaar is sprake van een opmerkelijk patroon van horten en stoten bij de toename van lichaamslengte en –gewicht in de lijn van de oermens Ardipithecus tot moderne mensen. De stijging in lengte en gewicht ging kort na de opkomst van Home erectus ook een tijdlang niet meer gelijk op, wat mogelijk wijst op een veranderde leefwijze. Dit beschrijven paleo-antropologen 8 november in het tijdschrift Open Science waarvoor zij in totaal 311 fossiele vondsten van mensachtigen analyseerden uit de geslachten Ardipithecus, Paranthropus, Australopithecus en Homo. Hieruit zijn in totaal 254 schattingen van het lichaamsgewicht en 204 schattingen van de lichaamslengte afgeleid.

Patronen
‘Lichaamsgrootte is een van de belangrijkste determinanten van de biologie van organismen’, stelt paleoantropoloog en eerste auteur Manuel Will van de University of Cambridge. ‘Het reconstrueren van de evolutionaire geschiedenis van lichaamsgrootte kan inzicht bieden in de ontwikkeling van voortbeweging, hersencomplexiteit, voedingsstrategie en zelfs het sociale leven.’ Door grote aantallen schattingen van de lichaamslengte en –gewicht over een lange periode te nemen is het mogelijk patronen te herkennen die niet zichtbaar zijn in studies met een beperktere omvang.

Horten en stoten
Uit de analyses blijkt dat lichaamsgrootte in de vroegste menselijke geschiedenis nog zeer variabel is, met enerzijds de grove Paranthropus en anderzijds de meer ranke Australopithecus afarensis. De onderzoekers onderscheiden vervolgens drie horten en stoten. De eerste treedt op bij de opkomst van het geslacht Homo, ongeveer 2,2 tot 1,9 miljoen jaar geleden. Er is dan sprake van een stijging in lengte met ongeveer 20 centimeter en in gewicht met tussen de 15 en 20 kilogram. Kort na de opkomst van Homo erectus – tussen de 1,4 en 1,6 miljoen jaar geleden – houden gewicht en lengte geen gelijke tred meer met elkaar. De lichaamslengte neemt wel met 10 centimeter toe, maar het duurt nog minstens een miljoen jaar voor ook het lichaamsgewicht met 10 tot 15 kilogram toeneemt.

Achtervolgen
‘Dit kan wijzen op aanpassingen aan een nieuwe omgeving en langdurig jagen, toen vroege Homo-soorten het bos verlieten en verhuisden naar de drogere Afrikaanse savanne. De grotere oppervlak-volume-verhouding van een lang, slank lichaam komt van pas bij het urenlang achtervolgen van dieren in droge hitte’, stelt Will in een toelichting. ‘De latere toename in lichaamsgewicht valt samen met steeds toenemende migraties naar hogere breedtegraden, waarbij een massiever lichaam beter geschikt is voor thermoregulatie in koudere Euraziatische klimaten’.

Transparant
‘Een hele mooie studie en bijzonder door de meta-analyse van zo veel mogelijk fossielen’, meent de Leidse paleobioloog José Joordens. ‘De onderzoekers zijn heel transparant over de mogelijke valkuilen en onthouden zich in het artikel van vrijblijvende speculaties’, aldus Joordens. ‘Dat de Floresmens en de recent ontdekte Homo naledi uit Zuid-Afrika in hun studie uitzonderingsposities innemen is niet zo gek. De eerste zat op een eiland en de andere leefde mogelijk ook in een geïsoleerde populatie. ’