Bionieuws

Ecologie & Evolutie

'Tweede Darwin fraudeerde zelf'

Paul Kammerer en het omslag van The Case of the Midwife Toad van Arthur Koestler

De roemruchte experimenten van de neo-lamarckiaanse bioloog Paul Kammerer met padden en salamanders zijn consistent vervalst. Dit wijst op één dader: Kammerer zelf.

‘Wat ons betreft case closed, absoluut. Het blijkt dat geclaimde resultaten van Paul Kammerers experimenten volgens recent onderzoek gewoon niet mogelijk zijn. Het begint al met zijn promotie-onderzoek aan vuursalamanders, die hij zogenaamd dwong levendbarend te worden’, vertelt oudhoogleraar dierecologie Jacques van Alphen. Samen met Naturalis-onderzoeker Pim Arntzen publiceert hij in Contributions to Zoology (11 november online) uitgebreide analyses van de experimenten die de Weense bioloog Paul Kammerer (1880-1926) begin vorige eeuw deed met amfibieën.

Experimenten die hem destijds veel roem bezorgde en een tijdlang als bewijs golden voor overerving van tijdens het leven verkregen eigenschappen. De veelbelovende loopbaan van Kammerer komt in 1926 abrupt tot een einde als een Nature-publicatie onthult dat er is gesjoemeld met bewijsmateriaal. In de vingers van een vroedmeesterpad blijkt Oost-Indische inkt ingespoten op plaatsen waar volgens Kammerer zogeheten bruiloftskussentjes of nuptial pads te zien zijn. Die ruwe eeltkussentjes komen voor bij in het water parende paddensoorten, voor houvast tijdens de glibberige paring. Vroedmeesterpadden paren op het land en hebben die zwarte eeltkussentjes niet. Kammerer claimt echter dat vroedmeesterpadden die hij in experimenten dwingt zich in water voort te planten na drie generaties wel eeltkussentjes ontwikkelen.

'Tweede Darwin'
Kammerer pleegt kort na de onthulling zelfmoord. Dat is wereldnieuws omdat hij kort daarvoor in de media nog is bestempeld als ‘grootste bioloog van de eeuw’ en een ‘tweede Darwin’. De kwestie blijft wetenschapshistorici bezighouden, zeker nadat in 1971 Arthur Koestler in zijn boek The Case of the Midwife Toad Kammerer afschildert als slachtoffer van een ideologische strijd tussen neodarwinisten en -lamarckisten, en de fraude toeschrijft aan een overijverige assistent. ‘Wij hebben niet naar vroedmeesterpadden gekeken, want het is nog nooit iemand gelukt die in gevangenschap te kweken’, vertelt Van Alphen. ‘Wij hebben daarom gekeken naar zijn experimenten met dieren waarvan wel recenter onderzoek bekend is.


‘Kammerer kan nooit de
resultaten hebben verkregen
die hij claimt’

‘De uitkomst is schokkend: Kammerer kan nooit de resultaten hebben verkregen die hij claimt’, vertelt Van Alphen. ‘Dat begon al met zijn proefschrift, dus heeft hij de vervalsing zelf gedaan. De door hem beschreven uitkomsten zijn alleen mogelijk als je dieren die je buiten in de natuur vindt, presenteert als nakomelingen uit experimenten.’ Dit geldt volgens Van Alphen onder meer voor de blinde grotolm die volgens Kammerer door blootstelling aan licht weer functionele ogen kreeg. Het enige motief dat Van Alphen kan bedenken is dat Kammerer zo’n fervent aanhanger was van Lamarck dat ‘hij zijn onderzoeksresultaten aanpaste om hiervoor bewijzen te leveren’.

Stapel
De Utrechtse wetenschapshistoricus Bert Theunissen vindt het door Van Alphen en Arntzen aangevoerde bewijs heel overtuigend. ‘Ze laten zien dat er vanaf het begin een patroon is waarbij Kammerer fenotypische plasticiteit uit het veld gebruikt als uitkomsten van gefingeerde experimenten’. Hij betwijfelt echter of de fraude voortkomt uit ideologische controverses en ziet eerder een parallel met Stapel. ‘Er bestond ook toen een grote druk om steeds maar weer op te vallen’, aldus Theunissen.

Nog niet overtuigd is de Chileense ontwikkelingsbioloog Alexander Vargas, die Kammerer in 2009 uitriep tot grondlegger van de epigenetica. In een recent artikel in Journal of Experimental Zoology (online 26 oktober) stelt hij juist dat Kammerers resultaten met vroedmeesterpadden verklaarbaar zijn vanuit huidige epigenetische inzichten. Hij bepleit herhaling van de experimenten met vroedmeesterpadden van Mallorca, die volgens hem wel in gevangenschap te kweken zijn.

(Dit bericht verscheen in Bionieuws 19 van 19 november 2016)