Bionieuws

Mens & Maatschappij

Vlees eten maakte de mens

In deze schedel van Homo erectus is goed te zien dat deze voorouderlijke mens over een relatief elegant en rank gebit beschikt.

De moderne mens dankt haar rankere kaken, kleine tanden en gezichtsvorm aan de combinatie gereedschapsgebruik en eten van rauw vlees. Dat concluderen de Amerikaanse evolutiebiologen Katherine Zink en Daniel Lieberman van Harvard University op basis van experimenteel onderzoek, waarbij ze proefpersonen op rauw geitenvlees en weerbarstig plantaardige voedsel lieten kauwen (Nature, 9 maart online).‘Het is een onderwerp van groot belang, voor iedereen op deze planeet’, vertelt Lieberman in een toelichting. ‘Het gaat over kauwen, iets waarvan maar weinigen zich realiseren hoe belangrijk het is voor ons menszijn.’ Chimpansees en andere mensapen brengen volgens hem bijna de halve dag door met kauwen, terwijl mensen in de geïndustrialiseerde wereld nog maar enkele minuten per dag echt kauwen.

Lieberman wijst op de paradox in onze evolutionaire geschiedenis. Zo’n twee miljoen jaar geleden, in de tijd van Homo erectus, kregen mensachtigen steeds grotere hersenen en lichamen, maar tegelijkertijd ook kleine tanden, zwakkere kauwspieren en minder bijtkracht dan hun voorgangers, de Australopithecen. ‘Er zijn aanwijzingen dat die grote veranderingen verband houden met een verandering in dieet.’ De vondsten van stenen werktuigen en snijsporen op botten wijzen erop dat vlees een belangrijk bestanddeel werd van onze voorouders. Gekookt werd er toen waarschijnlijk nog niet, de eerste archeologische bewijzen van koken stammen pas van een half miljoen jaar geleden. Lieberman en Zink besloten de vraag of onze voorouders wel voldoende voedingswaarden konden halen uit rauw voedsel experimenteel te testen.

Yam
Hiertoe lieten zij proefpersonen kauwen op rauw vlees en op weerbarstige, zetmeelrijke wortels, rode bieten en wortelknollen van yam. Voor de plantaardige proeven bestond het proefpanel uit in totaal twaalf mannen en twaalf vrouwen, voor de vleesproef waren er alleen tien mannelijke vrijwilligers beschikbaar. Alle proefpersonen hadden een volledig gebit en voor de vleesproef werd geitenvlees gebruikt. Het vlees moest na het kauwen worden uitgespuugd, omdat de universitaire experimentencommissie doorslikken niet toestond. Van alle kauwproeven werden nauwgezet de spierinspanningen en kaakkrachten gemeten. In vergelijking met het plantaardig voedsel kost het proefpersonen tot 39 procent minder kauwbewegingen en 46 procent minder kracht om onbehandeld vlees doorslikbaar te maken. Het snijden en mechanisch bewerken van het vlees en het plantmateriaal vermindert het aantal benodigde kauwbewegingen met 17 procent en de benodigde krachtsinspanning met 26 procent. Dit bij een dieet dat voor een derde uit vlees bestaat.

Dit levert volgens de onderzoekers experimentele ondersteuning voor de hypothese dat de combinatie van gereedschapsgebruik en vlees eten bij onze voorouders de noodzaak wegnam voor een zwaar kauwapparaat. ‘Dit liet selectie toe op verkleining van het gezicht en de tandgrootte ten gunste van functies als spraakproductie, voortbeweging, thermoregulatie, en misschien zelfs veranderingen in de grootte en de vorm van de hersenen’, concluderen Lieberman en Zink.