Bionieuws

Mens & Maatschappij

Voeding in oorlogstijd

Op het dieptepunt van de Hongerwinter bedroeg het rantsoen in gebieden met schaarste 400 calorieën per dag. Foto: Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie

Surrogaatkoffie, de smaak van kat, en een dieet met wildgeplukte ingrediënten. In de tentoonstelling Eten in Oorlogstijd in het Amsterdamse Verzetsmuseum komen vanaf 15 oktober uiteenlopende aspecten rond eten en voeding tijdens de Tweede Wereldoorlog aan bod.

Bionieuws schreef in 2010 over het effect van (te weinig) eten tijdens de Hongerwinter:

Kinderen van moeders die tijdens de zwangerschap honger lijden, presteren op latere leeftijd slechter in cognitieve taken. Dat komt mogelijk door versnelde veroudering van de hersenen en kan een eerste teken zijn van Alzheimerdementie. Ook hebben Hongerwinterkinderen een kleinere schedel. Dat blijkt uit het Hongerwinter Onderzoek van het AMC Amsterdam (PNAS,13 september 2010).

Dit langlopende project onderzoekt de gevolgen van de Hongerwinter en richt zich op mensen die tijdens en vlak na deze periode zijn geboren. De Hongerwinterduurde van november 1944 tot mei 1945 en was het gevolg van een Duits verbod op voedseltransport naar het westen van Nederland. Op het dieptepunt van deHongerwinter bedroeg het gemiddelde rantsoen in gebieden met schaarste 400 calorieën per dag: veel te weinig voor een volwassene en zeker voor een zwangere vrouw.


'De hongersnood was een humanitaire ramp, maar biedt wel de mogelijkheid te onderzoeken welke effecten ondervoeding van moeders heeft op de gezondheid van kinderen op latere leeftijd'

‘De hongersnood was een humanitaire ramp, maar biedt wel de mogelijkheid te onderzoeken welke effecten ondervoeding van moeders heeft op de gezondheid van kinderen op latere leeftijd’, schrijvers de onderzoekers. ‘Toen hongerwinterkinderen op 19-jarige leeftijd werden opgeroepen voor het leger werden ze ook onderzocht. Toen zijn er geen verschillen in cognitieve functie gevonden’, vertelt eerste auteur van het PNAS-artikel Susanne de Rooij. Bijna zestig jaar na de hongersnood zijn de hongerwinterkinderen opnieuw onderzocht. ‘We vergeleken mannen en vrouwen die tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan de Hongerwinter met mensen geboren in 1943 en 1944 – die als kind aan de hongersnood zijn blootgesteld – en met geborenen uit 1946 en 1947, op wie de Hongerwinter geen effect had.’

Strooptest
Meer dan zevenhonderd eind-vijftigers werden aan cognitieve testen onderworpen. Van hen maakten 297 mensen de Hongerwinter vanuit de baarmoeder mee. De deelnemers kregen een geheugentaak, waarbij ze een verhaal hoorden en navertelden, en een motorische leertaak, waarbij ze een ster in spiegelbeeld natekenden. Ook maakten ze een intelligentietest en deden de bekende Strooptest, waarbij kleur en woord niet overeenkomen. ‘Het woord “blauw” is bijvoorbeeld in gele letters geschreven, waardoor je de neiging hebt “blauw” te zeggen, terwijl het goede antwoord “geel” is’, legt De Rooij uit. Bij de eerste drie testen waren er geen verschillen tussen de prestaties van de deelnemers, maar op de Strooptest scoorden mensen die in de baarmoeder werden blootgesteld aan de Hongerwinter slecht. Voor de test is selectieve aandacht nodig om de automatische respons – “blauw” – te onderdrukken.

‘Dit is een van de eerste dingen die achteruit gaan als je ouder wordt. Ander onderzoek laat zien dat als je slecht presteert op deze test, je een verhoogd risico hebt om Alzheimer te ontwikkelen.’ De slechte score van dehongerwinterkinderen kan dus duiden op vervroegde veroudering en een verhoogd risico op Alzheimerdementie. Met name mensen die tijdens de hongersnood in het eerste trimester van de zwangerschap zaten presteren slecht in de test, vertelt De Rooij. ‘In die periode ontwikkelen de hersenen zich. Waarschijnlijk is er door de ondervoeding daarbij iets mis gegaan.’

Schedel
Helemaal zeker is dat overigens niet, vertelt ze: ‘Het zou ook kunnen dat deze mensen altijd al slecht waren in deze cognitieve taak. Mensen met schizofrenie zijn bijvoorbeeld ook niet goed in deze test. Als veroudering de oorzaak is, verwacht je dat de prestaties de komende jaren afnemen en dat ze ook slechter gaan presteren in andere cognitieve taken. Over een paar jaar kunnen we dat met zekerheid vaststellen.’ De onderzoekers brengen de lage Strooptestscore ook in verband met eerdere resultaten van het Hongerwinter Onderzoek. Daaruit bleek dat mensen die verwekt zijn in de Hongerwinter vaker hart- en vaakziekten krijgen. Cognitieve achteruitgang door veroudering blijkt daarnaast geassocieerd met aderverkalking en schade aan bloedvaten. ‘Mogelijk heeft vaatveroudering dus effect op veroudering van de hersenen.’

Opmerkelijk is dat de hongerwinterkinderen ook een kleinere schedel bleken te hebben. ‘Dat was een verrassende bevinding’, zegt De Rooij. ‘Alle mensen die in de zwangerschap aan de hongerwinter werden blootgesteld, hadden een kleinere schedelomtrek, terwijl we dat in eerdere metingen niet hebben gevonden.’ Schedelgrootte is gecorreleerd aan hersenomvang en afgenomen schedelgrootte is eerder in verband gebracht met verminderde cognitieve vaardigheden bij ouderen. De onderzoekers kunnen niet verklaren waarom de schedelomvang bij hongerwinterkinderen sneller achteruit gaat. ‘We zijn hard op zoek naar een oorzaak.’

Dilemma
Vervolgonderzoek levert echter een lastig dilemma. In het verouderingsonderzoek levert een lange periode tussen twee opeenvolgende onderzoeken de duidelijkste verschillen, maar brengt ook een risico met zich mee: de groep wordt steeds kleiner, door overlijden, emigratie of afzien van deelname. Regelmatig onderzoek is echter onmogelijk: ‘De onderzoeken zijn belastend en onderzoeksgeld is schaars’, vertelt De Rooij. Toch probeert ze zoveel mogelijk informatie uit deze unieke onderzoeksgroep te halen. ‘Helemaal nu ze ouder worden, wordt de groep uit wetenschappelijk oogpunt alleen maar interessanter.’

Hongerwinterkinderen

Over het Hongerwinter Onderzoek is 2010 een boek verschenen. Hongerwinterkinderen lijden vaker aan hart- en vaatziekten, depressie en stress. De vrouwen hebben een grotere kans op borstkanker, maar zijn ook bovengemiddeld vruchtbaar. Dat alles is terug te leiden naar de ondervoeding van hun moeders. Tessa Roseboom en Ronald van de Krol tekenden het medische, historische en persoonlijke verhaal van acht hongerwinterkinderen op in Baby’s van de Hongerwinter (Uitgeverij Augustus).

Dit artikel verscheen in Bionieuws 15 van 2010.