Bionieuws

Mens & Maatschappij

‘Wild houden als vee is geen doen’

Sip van Wieren: ‘Je hoeft niet te schieten, tenzij er echt problemen zijn.’

Natuurlijk beheer, met minder en professionelere jacht. Dat is wat scheidend begrazingsexpert Sip van Wieren beoogt. ‘Het reeënbeheer is onzinnig.’

‘Een van de weinige echte wetten in de biologie is de wet van vermenigvuldiging: elk organisme wil zich voortplanten. En bij vermenigvuldiging hoort ook uitbreiding van het leefgebied. Dat levert knelpunten op, en dat speelt nu op’, vertelt begrazingsexpert Sip van Wieren die 17 mei afscheid nam van Wageningen Universiteit met een symposium over de toekomst van wilde fauna in Nederland, zoals wilde zwijnen, damherten en ganzen.

Schapen
Zijn werkkamer heeft hij al uitgeruimd, en dus vertelt hij een week voor zijn officiële afscheid thuis aan tafel tussen de stapels nog uit te zoeken boeken hoe hij aan de wieg stond van een meer natuurlijk faunabeheer in Nederland. ‘Als student hield ik mij bezig met begrazing door schapen, een klassieke vorm van beheer waarbij de grazers worden ingezet als middel. Toen ik op expeditie ging naar Spitsbergen voor begrazingsonderzoek kwam ik in aanraking met wilde hoefdieren: rendieren. De focus verschoof van middel naar natuurlijk onderdeel van het systeem.’

Natuurlijk beheer
Ook in Nederland is die verandering terug te zien, vertelt Van Wieren. Hij maakt zich vanaf begin jaren tachtig hard voor een meer natuurlijk beheer. Het liefst had hij wisenten geïntroduceerd, maar uiteindelijk worden het in 1982 Schotse hooglanders op de Veluwe. ‘Ze mochten er jaarrond rondlopen en werden niet bijgevoerd; dat was nieuw in Nederland. Het zette aan tot een andere manier van denken, ook over dierenwelzijn.’

Tuinieren
De rol van wild verschuift tot zijn tevredenheid in de loop der jaren van uitgezet jachtwild naar natuurlijk levende en beschermde soorten. Rasters en continue jacht verdwijnen, er komen ecoducten en mede dankzij frequentere mastjaren nemen de soortaantallen autonoom toe. ‘Ingrijpen is niet altijd nodig; ik ben tegen tuinieren’, zegt Van Wieren. ‘Wild houden als vee is geen doen. En het vele geknal is niet gunstig voor dieren, ze zijn altijd op hun hoede. Er wordt zelfs op edelherten gejaagd in de bronsttijd. Daar wordt wild alleen maar schuw van.’

‘Jagers zijn geen professionals, maar hobbyisten’

Voorwaarde is wel dat het leefgebied groot genoeg is. ‘Groter is altijd beter. Uit ons genetisch onderzoek blijkt dat zowel de edelherten als de wilde zwijnen sterk ingeteeld zijn door langdurige fragmentatie. Als het niet groter kan, dan moet je gaan verbinden’, zegt Van Wieren stellig. ‘Hoe groter een gebied, hoe minder grens en dus minder geruzie met buren. Als een gebied fragmenteert, nemen de problemen toe.’

Conflicten
Dat is nu duidelijk zichtbaar op de Veluwe: een gebied met veel landeigenaren met veel verschillende doelstellingen. ‘De een wil bos, de ander herten, en weer een ander wil zijn agrarisch bedrijf draaiende houden. Dat levert conflicten tussen boeren, natuurbeheerders en jagers. De toenemende soortaantallen zijn nu niet meer te controleren en de problemen nemen alleen maar toe.’

Van Wieren breekt zich nog regelmatig het hoofd over de oplopende spanningen. ‘Kijk, als wetenschapper heb ik geen beheerdoel met een gebied. Ik verzamel feiten en denk mee. Ik ben vaak genuanceerd en niet activistisch’, zegt hij na een korte stilte. ‘Maar ik ben ook een natuurbeschermer en heb wel ideeën over hoe het verder moet.’

Aanrijdingen
Terug naar het klassieke beheer is volgens hem geen optie: ‘De geest is uit de fles.’ Hij ziet potentie in het afrasteren van specifieke stukken terrein, het creëren van bufferzones op de overgang van natuurgebied naar bebouwing, en meer maatregelen bij wegen, zoals drempels, rasters en lichten. ‘Aanrijdingen zijn een van de grootste problemen. Ze komen overigens het meest voor door te hard rijden in de schemer. Je moet aanrijdingen oplossen waar ze zich voordoen; het heeft geen zin midden op de Veluwe te gaan schieten als de weg kilometers ver is. Schieten doe je maar in de bufferzone.’

Hobbyisten
Ook de uitvoer van de jacht moet volgens hem anders. ‘We moeten toe naar een professionele methodiek. Het beheer wordt uitgevoerd door vrijwillige jagers, die er hun eigen ethiek op nahouden. Het zijn geen professionals, maar hobbyisten. Dat heeft invloed op wat je van ze kan vragen. Ze hebben geen zin duizend ganzen neer te schieten, of tientallen wilde zwijnen in een kooi. Dat is ook niet leuk, maar wel efficiënt.’

Vooral over de jacht op reeën kan Van Wieren zich flink opwinden. ‘Reeënbestrijding heeft populatiebeheer als doel, maar schade door reeën is geen issue. Jagers zeggen: als er meer reeën komen, dán treedt er wel schade op. Een non-argument. Bij meer reeën zou er concurrentie optreden, minder voedsel en meer stress: allemaal natuurlijke processen. Waarom zouden we dat niet willen? Je hoeft niet te schieten, tenzij er echt problemen zijn.’

Onzin
Wildaanrijdingen spelen wel een rol bij reeën, geeft Van Wieren toe. ‘Maar dat los je niet op door overal te gaan beheren, dat is echt onzin. Ook hier geldt: focus op de hotspots. Jagers willen het systeem graag onnodig in stand houden’, zegt Van Wieren.

Ook na zijn afscheid zal hij zich met beheer van grazers blijven bezighouden. ‘Het reeënbeheer is onzinnig. Ik spreek me hier niet vaak over uit, maar dat ga ik nu bij mijn afscheidssymposium wel doen. Er komen best veel jagers’, zegt hij weifelend. ‘Ik hoop dat ze niet schieten.’

(Dit bericht verscheen in Bionieuws 9 van 20 mei 2017)