Begint kinderen gezonder laten eten bij een suikertaks?

Deel

Taarten in de aanbieding in een supermarkt in Winschoten. Foto: Donald Trung Quoc Don (Chữ Hán: 徵國單) / Wikimedia Commons

Per 2030 wil het kabinet een suikerbelasting introduceren. Het doel? Een gezondere Nederlander. Maar is dit echt het beloofde wondermiddel om de jeugd zijn blikje cola of chocoladereep in het schap te doen laten liggen?


‘Een suikertaks is slechts één zandzak in de strijd tegen ongezonde voeding’ 
Liesbeth Velema, expert gedrag bij het Voedingscentrum


‘Ons brein is nog altijd gericht op schaarste: als je calorierijk eten ziet, wil je dat gelijk hebben. We zijn simpelweg niet opgewassen tegen de huidige voedselomgeving, waar ongezond eten constant wordt opgedrongen aan de consument. Als we kijken naar alle factoren die onze voedselkeuzes beïnvloeden – zoals prijs, smaak, gemak, het aanbod – is de prijs van een product inderdaad een heel belangrijke knop waaraan je kunt draaien. 


‘Dat een dergelijke suikerbelasting betuttelend zou zijn is een politiek frame dat wordt ingegeven door de lobby van de levensmiddelenindustrie. Ik zie het juist andersom: de industrie betuttelt de consument door deze constant te belagen met ongezond voedsel en reclames daarvoor. ‘Eetdrammen’, noemen we dat ook wel. Mensen hebben de neiging hun eigen autonomie om keuzes te maken te overschatten – het is aan de overheid om in te grijpen om de volksgezondheid te beschermen.


‘Toch is een suikertaks op zichzelf geen silver bullet – mensen zijn niet alleen maar via een prijs te sturen. Er wordt weleens gezegd: een dergelijke prijsmaatregel moet je echt zien als een enkele zandzak om de dijkdoorbraak van overgewicht bij kinderen tegen te gaan. Geen enkele beleidsmaatregel kan dit probleem in zijn eentje oplossen, maar gecombineerd met andere zandzakken – zoals een streng verbod op kindermarketing en bulkaanbiedingen, en het substantieel gezonder maken van het supermarktaanbod – ontstaat er een effectieve, brede barrière.


‘Het helpt voor een kind als de hele omgeving ook die norm van gezonder eten communiceert: dat op school voedingsonderwijs is opgenomen in het curriculum en ouders gezonde gewoontes meegeven in de opvoeding. Dan wordt gezonde voeding al snel normaal voor het kind, en is deze levensstijl makkelijker vol te houden. Tot nu toe wordt die voedselomgeving onderschat en wordt de verantwoordelijkheid te veel bij het individu gelegd.’



‘De overheid geeft met een suikerbelasting tegenstrijdige signalen af’

Ilona van den Eijnde, onderzoeker indirecte belastingen op levensstijlmiddelen aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en senior manager Global Trade & Sustainability bij EY in New York


‘Ik denk niet dat gezonder eten bij kinderen moet beginnen bij een suikertaks: factoren als voorlichting en opvoeding spelen een veel grotere rol in het dieet van een kind. Sowieso is de effectiviteit van zo’n prijsmaatregel twijfelachtig. Een suikertaks is namelijk een indirecte belasting: de overheid heft hem bij bedrijven, en die bepalen vervolgens zelf hoe ze die doorberekenen.


‘In de praktijk zie je toch vaak dat bedrijven die extra kosten uitsmeren over zowel de suikerhoudende als light- en zeroproducten – de consumentenprijs blijft dus gelijk voor beide varianten en de prijsprikkel vervalt. Bovendien vind ik dat de overheid met zo’n suikerbelasting tegenstrijdige signalen afgeeft naar de burger: deze moet ongezond eten ontmoedigen, maar via de btw blijft alles van chocolade tot een appel onder hetzelfde tarief vallen, omdat het wel ‘betaalbaar moet blijven’.


‘Daarnaast beïnvloedt prijs slechts één element van onze keuzes in de supermarkt. Op zichzelf staande suikertaksen zijn simpelweg niet effectief. Echte gedragsverandering ontstaat pas wanneer meerdere maatregelen consequent in dezelfde richting wijzen. Denk aan een combinatie van gerichte belastingen, strikte reclamebeperkingen en duidelijke waarschuwingen op verpakkingen, zoals in het Verenigd Koninkrijk en Mexico. Als de overheid echt wil voorkomen dat mensen een chocoladereep eten, dan zouden ze idealiter gewoon de verkoop van chocola moeten verbieden. Maar ja: de staat verdient er ook aan, en zijn daarom zelf eigenlijk verslaafd aan dit soort maatregelen.


‘Een ander onderbelicht risico is dat een suikertaks consumenten dwingt richting suikervervangers zoals aspartaam, terwijl de exacte langetermijneffecten op de volksgezondheid van deze alternatieven nog onvoldoende bekend zijn. Als we hierop sturen, vind ik dat de overheid ook moet investeren in wetenschappelijk onderzoek naar de gezondheidseffecten van die vervangers.’


Dit artikel verscheen in 2026 in het septembernummer van Bionieuws, als onderdeel van het themacluster Jong Leren Eten.


Het cluster kwam tot stand met financiële steun van Jong Leren Eten, een overheidsprogramma dat scholen, kinderopvang, partners en overheden samen brengt om kinderen en jongeren in aanraking te brengen met kennis en activiteiten rondom voedsel.


Het thema is onder de nadrukkelijke voorwaarde van redactionele onafhankelijkheid en verantwoordelijkheid ingevuld.


Lees nu ook