Bergtop vergroent maar verliest specialisten

Deel

De gewone alpenroos (Rhododendron ferrugineum) in Tirol. Europese bergtoppen worden soortenrijker, maar verliezen tegelijk karakteristieke hooggebergteplanten. Foto: Kryštof Chytrý


De flora op Europese bergtoppen wordt rijker en armer tegelijk: nieuwe soorten rukken omhoog, terwijl karakteristieke hooggebergteplanten steeds vaker lokaal verdwijnen.


Op Europese bergtoppen komen steeds meer plantensoorten voor. Tegelijk verdwijnen er steeds vaker karakteristieke hooggebergteplanten. Op 62 bergtoppen verspreid over Europa nam het aantal lokale verdwijningen van plantensoorten de afgelopen twee decennia toe, vooral waar de opwarming sterker was. Dat blijkt uit een langlopende analyse in Science van 3 september.


Dat opwarming de bergflora verandert, is al vaker aangetoond. Warmteminnende soorten trekken hoger de bergen in en bereiken ook de toppen. Daardoor kan daar het aantal soorten toenemen. Maar alleen soorten tellen geeft volgens biogeomorfoloog en fysisch geograaf Jana Eichel van de Universiteit Utrecht, die niet bij het onderzoek betrokken was, een onvolledig beeld. ‘Het gaat niet alleen om hoeveel soorten er zijn, maar ook om welke soorten er verdwijnen.’


Lokale extinctie
Voor die verliezen keken de onderzoekers naar gegevens van Gloria, een internationaal meetnetwerk dat veranderingen in bergtopvegetatie volgt. Verspreid over 62 bergtoppen volgden de onderzoekers 896 vaste vegetatieplots. Tussen 2001 en 2022 bezochten ze die vier keer. Ze hielden daarbij bij welke vaatplanten er stonden en hoeveel oppervlak iedere soort bedekte. Verdween een soort bij de volgende meting uit zo’n plot, dan telden de auteurs dat als lokale extinctie. De soort kan dan dus elders op dezelfde berg nog voorkomen.


Bij iedere volgende meetronde werden meer van zulke verdwijningen vastgesteld. Op sterker opgewarmde bergtoppen verdwenen meer soorten lokaal: per extra 0,1 graad opwarming steeg het aandeel lokale extincties met circa 1 tot 1,6 procent. Populaties verdwenen bovendien vaker aan de lage, warmere kant van hun hoogtebereik. Daarnaast traden meer lokale extincties op in plantengemeenschappen die sterker thermofiliseerden: gemeenschappen waarin warmteminnende soorten in de loop der tijd een groter aandeel kregen.


Waarom een soort uiteindelijk verdwijnt, konden de onderzoekers uit deze gegevens niet afleiden. Niet alleen de temperatuur zelf verandert immers: ook sneeuwbedekking en waterbeschikbaarheid verschuiven, net als mogelijk de concurrentie tussen soorten. Soms kondigde zo’n verdwijning zich jaren van tevoren aan. Bij ruim de helft van de soorten die lokaal verdwenen, was de bedekking in de veertien jaar ervoor al teruggelopen. Een afnemende bedekking kan daarmee een waarschuwing zijn voor het lokaal verdwijnen van soorten.


Uitstervingsschuld
De auteurs brengen dat vertraagde verlies in verband met een extinction debt, ofwel een uitstervingsschuld die pas met vertraging zichtbaar wordt. Een populatie kan nog jaren standhouden nadat het klimaat al ongunstiger is geworden. Het lokale verdwijnen volgt dan pas later. De onderzoekers suggereren dat een sinds ten minste de jaren tachtig opgebouwde uitstervingsschuld mogelijk nu begint te worden ‘afbetaald’.


Een Science-studie waarover Bionieuws (nummer 9) vorig jaar schreef, vond toen nog weinig bewijs dat klimaatgedreven verschuivingen al tot grootschalige bergtopextincties leidden. Wel waarschuwden de auteurs dat zulke verliezen vertraagd zichtbaar kunnen worden. De nieuwe studie laat nu zien dat lokale extincties op langdurig gevolgde Europese bergtoppen inderdaad toenemen.


Eichel vindt die interpretatie plausibel. ‘Het kan tijd kosten voordat soorten omhoog komen, de concurrentie toeneemt en uiteindelijk soorten verdwijnen.’ Ook de relatie met klimaatverandering vindt ze overtuigend. ‘De extincties nemen toe, en tegelijk zie je dat de temperatuur juist in de laatste meetperiode sterk is gestegen. Voor zover ik de statistiek kan beoordelen, vind ik dat behoorlijk overtuigend.’ Over het precieze mechanisme blijft ze voorzichtiger. ‘Concurrentie lijkt mij heel plausibel. In gletsjervoorlanden zie je ook dat kleine gespecialiseerde pioniers verdwijnen zodra grotere planten, struiken of bomen binnenkomen. Maar in deze studie is dat niet rechtstreeks aangetoond.’


Toevluchtsoorden
Tegelijk wijst Eichel op een beperking van de gekozen meetlocaties. ‘De Gloria-toppen zijn juist heel stabiel gekozen, onder meer vanwege veiligheid en om verstoring van de vegetatie te beperken. Maar sommige alpiene soorten hebben die verstoring juist nodig.’ Ook wanneer een soort lokaal van een bergtop verdwijnt, hoeft dat volgens haar niet te betekenen dat een soort nergens in het berggebied meer kan overleven. ‘Het kan zijn dat een soort op de top verdwijnt, maar lager op de helling nog blijft bestaan. Op heel kleine schaal kunnen temperatuurverschillen van meerdere graden voorkomen.’ Koude hellingen en dynamische landvormen kunnen zo mogelijk als microrefugia fungeren. ‘Op de top houdt de berg op, maar er kan nog wel een weg naar beneden zijn.’


Bergtoppen kunnen dus tegelijkertijd soortenrijker worden en hun meest karakteristieke soorten verliezen. Of het daar uiteindelijk bij blijft, is onzeker. Sommige soorten kunnen mogelijk elders in het berglandschap nog geschikte plekken vinden.

Lees nu ook