
De minor biomimicry van de Universiteit van Amsterdam laat studenten in multidisciplinaire teams robots ontwerpen waarvan de functies aan de natuur ontleend zijn. ‘Iedereen kan hierin zijn ei kwijt.’
‘Als docent is het superleuk om te begeleiden. Je bent vooral bezig richting te geven aan een creatief proces en er duiken altijd onverwachte dingen op. Soms heb je een groep die helemaal opgaat in het ontwerpen van pootjes om te kunnen lopen en soms juist in vleugels om te vliegen. Er komt heel veel verschillende kennis en vaardigheden bij kijken en aspecten van in teamverband werken. Het is echt een ideale kapstok voor interdisciplinair werken’, vertelt chemicus Pim Linnebank, coördinator van de minor biomimicry van de Universiteit van Amsterdam (UvA). Een minor, onderdeel van de nieuwe bachelor science, technology & innovation, die dit studiejaar voor de derde keer wordt gegeven en studenten trekt uit alle hoeken: biologie, scheikunde, natuurkunde, wiskunde, kunstmatige intelligentie en informatica. De minor ontving 22 oktober de UvA Onderwijsprijs voor de categorie Innovatief onderwijs. ‘De minor slaagt erin om diverse vernieuwende concepten, zoals design thinking en het gebruik van het UvA Makerspace, op een doordachte manier met elkaar te verbinden. Het biedt daarmee een dynamische en inspirerende leeromgeving waar creativiteit en innovatie centraal staan’, aldus het juryrapport.
Linnebank en mede-coördinator Mimi den Uijl geven trots een rondleiding door deze Makerspace, op de begane grond achter in het Science-faculteitsgebouw op Science Park Amsterdam. ‘Het was oorspronkelijk een ruimte voor grote fysische onderzoekapparatuur, vandaar de hoge plafonds en rails. Het stond al lang leeg en we hebben veel geluk gehad dat we deze permanente experimenteerruimte naar eigen inzichten konden inrichten’, vertelt Linnebank. In de Makerspace staan teamtafels opgesteld, met meerdere 3D-printers, soldeerapparaten, zuurkasten en een lasersnijmachine binnen handbereik. ‘Met zo’n lasersnijmachine kun je printplaatjes, of ander materiaal, precies in een gewenste vorm uitsnijden. Dat is ideaal, want de meeste teams maken robot- of drone-achtige prototypes geheel naar eigen ontwerp. De belangrijkste voorwaarde is dat ze voor een essentieel onderdeel inspiratie halen uit de levende natuur’, zegt Den Uijl. ‘Ze hoeven geen compleet dier na te maken, maar het is wel een vereiste dat teams aspecten van organismen overnemen in hun ontwerp’, vult Linnebank aan.
Praktisch
In de Makerspace staan eerder ontworpen prototypes en hangen teamposters met titels als Beebots , Arachnobot en Jooli the Jellyfish die dit principe illustreren. ‘Bij de Beebots ging het om een robot voor bestuiving in verticale landbouwsystemen, waarbij het bestuifmechanisme was afgekeken van bijen. En dit lijkt misschien een gewone maan- of marsrover, maar dat mijndetectie-uitsteeksel is geïnspireerd op de afgeplatte kop van een hamerhaai’, legt Den Uijl uit. ‘Veel studenten schrijven zich voor de minor in omdat ze ook graag iets praktisch willen doen. Ze doen het ook in teamverband, dus dat vertoont meer overeenkomsten met de dagelijkse praktijk op de arbeidmarkt. Veel onderwijselementen op de universiteit zijn solistisch, maar in de meeste banen moet je in teams samenwerken en deze opzet traint ook die vaardigheden. Juist de combinatie van gezamenlijke inspanning en inhoudelijke verdieping zorgt voor een unieke leerervaring bij de studenten’, meent Linnebank. Hij is er ook trots op dat de minor een compleet op zichzelf staand en afgerond onderdeel vormt en niet – zoals veel minors – een uitgeklede en ingedikte versie van de complete opleiding of een verzameling losse vakken.
De minor duurt een compleet semester (20 weken, 30 ECTS-studiepunten) en heeft een maximale capaciteit van zo’n 35 deelnemers, liefst in teams van ongeveer vier personen. ‘De indeling doen wij, want je wilt interdisciplinaire teams, geen studiegenoten die elkaar al kennen’, zegt Linnebank. De minor bestaat uit een theoretisch deel, waarvoor experts gericht workshops geven die passen bij het beoogde prototype dat de teams hebben gekozen. De toetsing is deels individueel, maar bestaat ook uit een beoordeling van het ontwikkelde prototype, een groepsverslag en ook een presentatie waarin een team het ontwerpproces verdedigt en kritisch tegen het licht houdt. ‘Dan komt ook meestal wel aan het licht of iedereen er evenveel aandacht aan heeft besteedt of toch iemand er met de pet naar heeft gegooid. Die verdediging is geïnspireerd op het echte leven op de universiteit: de verdediging van je proefschrift’, zegt Den Uijl. ‘Dat hebben wij beiden kort geleden nog gedaan, maar in dit geval zijn wij samen met andere docenten de opponenten.’ Linnebank signaleert dat niet alleen studenten biomimicry met veel enthousiasme omarmen, maar dat de minor ook in de faculteit werkt als bindmiddel voor docenten. ‘De disciplines zijn hier van oudsher best gescheiden, maar biomimicry is blijkbaar iets waar iedereen zijn ei wel in kwijt kan.’
Meer biomimicry-onderwijs
De Universiteit Utrecht biedt het tweejarig masterprogramma bio inspired innovation aan. Het Biomimicry Living Lab van Laura Stevens verzorgt bij de Haagse Hogeschool de minor design with nature, als onderdeel van de opleiding industrial design engineering. Stevens is in 2021 in Delft gepromoveerd op onderwijstoepassingen van biomimicry en lanceerde deze zomer het boek Building Biomimicry Bridges , vol met praktische tips voor onderwijselementen en inspirerende illustraties. De platforms BiomimicryNL en Biolearn bieden workshops, trainingen, lesmateriaal en informatie voor docenten en leerlingen in het basis en voortgezet onderwijs.
