Word lid

Boomtype bepaalt luchtkwaliteit in megasteden

Deel

Beijing tijdens de ochtendspits in de zomer, gezien vanaf de meteorologische meettoren van de stad. Foto: Jinan University


Door de mate van stikstofvervuiling in de stad Beijing draagt juist vergroening daar sterk bij aan ozonvorming; herselectie van het soort bomen kan een verschil maken. 


Stedelijke vergroening is niet per definitie goed nieuws voor de luchtkwaliteit, bevestigt een studie naar metingen in de Chinese hoofdstad Beijing. Volgens de auteurs levert stadsvegetatie er meer dan de helft van de organische reactiviteit die essentieel is voor ozonvorming. Ze presenteren hun bevindingen 19 augustus in Science Advances


Vluchtige organische stoffen zijn organische verbindingen die bij kamertemperatuur gemakkelijk verdampen. Allerlei industriële producten en processen, maar ook levende bronnen, stoten deze vluchtige stoffen uit. ‘Bomen emitteren verschillende soorten vluchtige organische stoffen’, vertelt milieukundige Carlijn Hendriks van de Radboud Universiteit, die tijdens haar promotie werkte aan vraagstukken rondom ozon en stikstof. ‘Snel groeiende loofbomen in een gematigd klimaat stoten met name grote hoeveelheden van de stof isopreen uit.’ Hoewel isopreen op zichzelf niet schadelijk is, kan het – net als andere vluchtige organische stoffen – onder invloed van licht in de atmosfeer reageren met stikstofoxiden, die afkomstig zijn van gemotoriseerd verkeer en industrie. Via een reeks complexe chemische reacties ontstaat dan stedelijke ozon. 


Ozonprobleem
Aan de hand van data over vluchtige organische stoffen in combinatie met modellering, betuigen de auteurs dat natuurlijke emissie een onverwacht hoge invloed heeft op ozonformatie. Dat geldt met name bij hogere temperaturen overdag. Stedelijke vegetatie in Beijing zorgt dan voor ruim de helft van de aanwezige vluchtige organische stoffen die kunnen reageren tot ozon. Isopreen is daarin de belangrijkste bijdrager. Dat betekent niet direct dat bomen de voornaamste oorzaak zijn van het ozonprobleem in de stad. ‘Als er minder stikstofvervuiling zou zijn, zouden ozonconcentraties afnemen’, legt Hendriks uit. ‘In stedelijke omgevingen – zeker van het formaat van Beijing – zijn de concentraties stikstofoxide daarentegen zo hoog dat de hoeveelheid vluchtige organische stoffen bepaalt hoeveel ozon zich vormt.’


In de Chinese metropool heeft ongeveer een derde van de bomen het vermogen om veel isopreen uit te stoten. Als een klein deel daarvan plaatsmaakt voor bomen met een laag uitstootpotentieel zou de totale emissie van isopreen al aanzienlijk kunnen verminderen, schrijven de onderzoekers. ‘Loofbomen met een trage groei liggen daarbij initieel het meest voor de hand,’ zegt Hendriks, ‘maar bij de vegetatieselectie voor stadsvergroening spelen veel factoren een rol.’ 


Nederlandse steden
De modellen suggereren daarnaast dat andere grote steden in Azië en Oceanië met vergelijkbare ozonproblemen te maken krijgen. Dicht bij huis verwacht Hendriks dit patroon niet snel terug te zien. ‘De schaal van Nederlandse steden is heel anders dan van Beijing. Daaraan gerelateerd liggen de stikstofoxideconcentraties ook een stuk minder hoog. Maar wellicht het meest belangrijk: het door de auteurs beschreven effect is het sterkst in warme, zonnige gebieden.’ De isopreenemissies in Nederland zijn volgens Hendriks relatief bescheiden omdat de temperatuur in de regel wat lager ligt. Daar komt bij dat het proces van ozonvorming langzamer gaat door het minder felle zonlicht. Ze eindigt dan ook: ‘De invloed van klimaatverandering – met meer zon, hoge temperaturen en weinig regen om de vervuiling weg te spoelen – lijkt me in Nederland relevanter dan isopreen-emitterende bomen.’ 

Lees nu ook