Botanicus Barbara Gravendeel: ‘Hier staan misschien wel de stadsbomen van de toekomst’

Deel

Foto: Veerle Sloof

Oude beuken verbranden, Japanse schijniepen verjongen ineens massaal en mediterrane steeneiken worden opgenomen in het lokale voedselweb. Barbara Gravendeel gebruikt de Leidse Hortus als proeftuin voor de stadsnatuur van morgen. ‘Het voedselweb is niet statisch.’


De monumentale beuk in de Leidse Hortus heeft het zwaar. Het is augustus, maar grote delen van de kroon kleuren al bruin en het blad oogt verbrand. ‘Als we tien jaar lang zomers krijgen zoals deze, gaat deze boom dood’, zegt Barbara Gravendeel tijdens een wandeling door de botanische tuin. Even verderop is het beeld compleet anders. In de mediterrane tuin, die deze zomer geen beregening kreeg, staan de granaatappel, olijf en andere Zuid-Europese soorten er opvallend fris bij. ‘Die hebben een geweldige zomer gehad. Mediterrane planten zijn gewend om in de zomer maandenlang vrijwel geen regen te krijgen. En dat gaat hier ook steeds meer gebeuren.’ 


Sinds vorig jaar is Gravendeel wetenschappelijk directeur van de Hortus botanicus Leiden en hoogleraar plant en maatschappij. In juni sprak ze haar oratie uit over de botanische tuin als levend laboratorium. ‘We willen veel nadrukkelijker van bewonderen naar beschermen: daadwerkelijk bijdragen aan het behoud van bedreigde plantensoorten. Tegelijk blijft de Hortus een levend lab, waarin we steeds beter in kaart brengen wat er allemaal rond die planten gebeurt.’


Gravendeel kijkt daarbij vooral naar de relaties rond de plantencollectie. ‘Wat ik zo leuk vind, is dat hier exoten soms al eeuwen naast hun inheemse verwanten staan. Neem de Japanse els, die naast onze zwarte els groeit. Op beide leven mineermotten. Je hoort vaak: exoten, daar kunnen onze insecten niks mee. Maar geef ze wat tijd en die beesten leren ze echt wel eten.’ Dat zo’n nieuwe voedselrelatie evolutionaire aanpassing kan vergen, is volgens haar zichtbaar in blad van de Amerikaanse vogelkers in historische herbaria. ‘Eerst aborteren de vraatgangen vroegtijdig, maar na verloop van tijd worden ze steeds langer totdat de rups de hele cyclus kan voltooien. Dat is echt evolutionaire aanpassing.’ 

Barbara Gravendeel bij een monumentale Japanse schijniep, waarvan de jonge exemplaren volgens haar weleens de stadsbomen van de toekomst kunnen zijn. Foto: Veerle Sloof


Verbranden
Ook daarom vindt Gravendeel het te eenvoudig om exotische planten op voorhand als ongewenst te beschouwen. ‘Dat idee is achterhaald. Kijk naar het klimaat: we hebben net een enorm hete en droge zomer gehad en veel van onze inheemse bomen staan te verbranden.’ De mediterrane steeneik niet. In de Leidse Hortus vond een student er bovendien verrassend veel insectensoorten op. ‘Die is veel klimaatadaptiever dan onze inheemse eiken. Natuurlijk heeft deze soort nog minder relaties met het inheemse voedselweb, maar dat voedselweb is niet statisch. Zulke relaties kunnen zich verder ontwikkelen.’ 


Tijdens de wandeling houdt Gravendeel stil bij een monumentale Japanse schijniep die zo’n tweehonderd jaar geleden als jonge boom naar Leiden kwam. Aan de stam hangt een meetkastje dat registreert hoe de stam gedurende de dag uitzet en krimpt, een maat voor de waterhuishouding. ‘Toen het zo heet en droog was, zag je dat patroon bijna verdwijnen. De boom stond echt onder stress.’ Even verderop, langs een muur tussen deze boom en een tweede oude schijniepen, wijst ze op tientallen jonge exemplaren. ‘Die twee bestuiven elkaar en tot een aantal jaar geleden zagen we nauwelijks verjonging. Nu komen de kiemplanten massaal op, doordat de winters niet meer zo streng zijn.’ De jonge bomen worden inmiddels opgepot. ‘Hier staan misschien wel de stadsbomen van de toekomst.’ 

‘Wat ik zo leuk vind, is dat hier exoten soms al eeuwen naast hun inheemse verwanten staan’


Welke bomen geschikt zijn voor de toekomstige stad onderzoekt de Hortus onder meer binnen het project CSI Trees. Daarbij tellen niet alleen hitte- en droogtetolerantie mee, maar ook de bijdrage aan lokale biodiversiteit en het risico op ongewenste verspreiding. ‘Je kunt naar Zuid-Europese soorten kijken, of naar zuidelijke populaties van soorten die hier al voorkomen.’ Volgens Gravendeel loopt het stedelijke hitte-eiland qua klimaatverandering voor op de rest van Nederland. ‘Daar nu al stadsbomen van de toekomst planten heet human assisted migration: tegen de tijd dat de rest van Nederland hetzelfde klimaat krijgt, staan hier al volwassen bomen die zaden produceren.’ 


Buitenlab
In september opent bovendien een nieuw experimenteel buitenlab. ‘Ik ben heel erg van de experimenten.’ Een van de eerste proeven richt zich op grote waterzuring, de waardplant van de bedreigde grote vuurvlinder. ‘Van de vlinder weten we al heel veel, maar de plant is wel de basis. We willen begrijpen waarom vrouwtjes hun eitjes alleen op bepaalde planten afzetten en waarom grote waterzuring nauwelijks meer verjongt.’ Zo wil Gravendeel plant-insectrelaties onder gecontroleerde omstandigheden onderzoeken. 

Foto: Veerle Sloof


Al dat onderzoek heeft voor Gravendeel pas waarde als er buiten de Hortus iets mee gebeurt. ‘Je kunt als bioloog nog zulke goede data verzamelen, maar daarmee bescherm je de natuur niet. Je moet ook beleidsmakers en het grote publiek meekrijgen.’ De Hortus moet daarom ook een plek zijn waar bezoekers nieuwe relaties met natuur opbouwen, bijvoorbeeld door mee te helpen bij het vlechten van heggen. ‘Ik hoop dat mensen zoiets hier leren en vervolgens bij hun gemeente zeggen: dit wil ik ook in mijn buurt.’ Daarvoor zoekt Gravendeel samenwerking met sociale wetenschappers. ‘Dat vinden biologen soms moeilijk – misschien gaan we wel biologie studeren om juist niet met mensen te hoeven werken. Maar voor natuurbehoud hebben we die samenwerking wel nodig.’


Terug naar vroeger is voor Gravendeel hoe dan ook geen realistisch uitgangspunt voor natuurbeheer. ‘Terug willen naar een vegetatie van honderd jaar geleden kan gewoon niet meer. Er dwarrelt een enorme hoeveelheid stikstof over dit land en ook het klimaat verandert. Daarom vind ik het stedelijk ecosysteem zo leuk om in te werken: we hebben daar niet zo’n historisch referentiebeeld.’

Lees nu ook