Ecologisch én economisch houdbare oplossingen

Deel

Edo Dijkman. Foto: Veerle Sloof


Onderzoeks- en adviesbureau CLM helpt opdrachtgevers verduurzaming te realiseren door kennis toegankelijk te maken en polarisatie om te zetten in verbinding. 


‘CLM laat het goede groeien’, prijkt het groots op de hoofdpagina van de website van CLM Onderzoek en Advies BV. Dat klinkt mooi, maar ook vrij abstract. ‘Een bewuste mottokeuze’, volgens huidig directeur Edo Dijkman, die tot 31 oktober nog aan de organisatie verbonden is. Het laat – binnen het vaste kader van verduurzaming – met opzet ruimte voor eigen invulling. CLM streeft ernaar landbouw en voedselproductie toekomstbestendig te maken, met minimale belasting van het milieu. Het onafhankelijke onderzoeks- en adviesbureau beweegt zich daarmee continu op het snijvlak van beleid, wetenschap en agrarische praktijk; een complexe positie. ‘Het goede’ blijkt zich dan ook niet als één uiterste te profileren, maar als een systeem waarin ecologie en productie samen optrekken en ontwikkelen. 


Vanuit de overtuiging dat verduurzaming binnen het landbouwsysteem noodzakelijk én haalbaar is, ondersteunt CLM onder meer overheden, supermarkten en maatschappelijke organisaties. Een integrale benadering, waarbij meerdere uitdagingen zoals klimaatverandering, biodiversiteitsverlies en waterkwaliteit met elkaar samenhangen, is naar eigen zeggen kenmerkend voor de organisatie. ‘We richten ons op onderzoek, maar vervolgens ook op de implementatie en monitoring van duurzaamheidsinspanningen’, aldus Dijkman. Het bureau wil zo een brug slaan tussen theoretische inzichten en dagelijkse toepassingen. Dijkman: ‘De natuur heeft niets aan veelbelovende studieresultaten die uiteindelijk ongebruikt op een stoffige plank belanden. Wetenschappelijke kennis omvormen naar concrete maatregelen die uitvoerbaar zijn voor boeren, bedrijven en beleidsmakers, dát maakt vooruitgang mogelijk.’ 


Niet het onderzoek zelf, maar juist die vertaalslag waarbij de belangen van alle partijen meewegen, is volgens Dijkman logischerwijs ook de lastigste stap in de verduurzamingsprocessen van CLM. ‘Veel boeren ervaren beleidsmakers en natuurorganisaties als lastpakken; een bedreiging voor hun bedrijfsvoering en toekomstperspectief. Telkens een nieuw gezicht dat hen komt vertellen wat er zoal anders moet op het erf of in de keten. Met een beschuldigende wijzende vinger en een flink eisenpakket, maar vaak zonder tegenbod noch begrip voor hun realiteit. Dat werkt niet stimulerend.’ Houvast en handelingsperspectief zijn daarom een cruciaal onderdeel van de adviezen van CLM. ‘Natuurlijk is het fantastisch als boeren ver voorlopen op het gebied van verduurzaming – dat juichen we volop toe – maar we geloven bovenal in de kracht van haalbare stappen voor een grote groep ondernemers. Oplossingen moeten zowel ecologisch als economisch houdbaar zijn.’ 


Belastend
Praktische hulpmiddelen die keuzes concreet maken, helpen daarbij. CLM ontwikkelt daarom instrumenten en methoden die direct toepasbaar zijn: zoals de CLM-Milieumeetlat, waarmee telers kunnen vergelijken welke gewasbeschermingsmiddelen het minst belastend zijn voor het milieu. Of de Biodiversiteitsmeetlat, die laat zien hoe een agrarisch bedrijf scoort op natuurvriendelijk beheer. De organisatie onderzoekt niet alleen welke maatregelen natuureffectief zijn, maar kijkt ook naar de gevolgen voor de bedrijfsvoering van boeren. Dijkman: ‘Als we zwart op wit kunnen aantonen dat het ene middel minder negatieve milieu-impact heeft dan het ander, zonder verdere effecten op de oogst, is er voor boerenbedrijven geen reden om daar niet voor te kiezen.’ Hij benadrukt: ‘Zo ontstaat niet alleen een objectiever beeld van de bijdrage die boeren kunnen leveren aan milieudoelstellingen, maar ook van de ondersteuning die daarvoor nodig is vanuit beleidspartijen.’


Daarnaast pleit CLM voor een meerprijs voor agrariërs die bereid zijn bovenwettelijke productiemaatregelen te treffen. Zelf gefinancierd onderzoek naar de mogelijkheden voor een dusdanige compensatie voor fruittelers was een aantal jaar geleden zelfs de kiem voor de oprichting van een innovatiefonds. ‘Elk jaar dragen medewerkers projectideeën aan die in aanmerking komen voor realisatie vanuit een eigen winstinvestering’ vertelt Dijkman trots. Zo onderzocht het eerste door dit fonds gefinancierde project de aanwezigheid van bestrijdingsmiddelen in honing en bijenwas, in samenwerking met imkers. ‘Dat gaf ons de mogelijkheid om de verspreiding van deze middelen lokaal met grondgebruikers te bespreken.’ 

Lees nu ook