Hoe specifieker je naar één bepaalde vogel gaat zoeken, hoe groter de kans dat je teleurgesteld thuiskomt. Soms weet je diep vanbinnen al dat het niet gaat gebeuren. Precies zo voelde ik me een paar dagen geleden op een veerboot. Ik verliet het vasteland van Amerika en ging per pontje naar Martha’s Vineyard, een eiland voor de kust van Boston. Speciaal voor een vogel die ik die dag niet zou vinden.
Ik kwam de heidehoen op het spoor door een boek, een dikke bundel van zeven jaar aan tijdschriftnummers. Ingebonden oude blaadjes met op het omslag in mooie letters The Nidiologist. Een tijdschrift dat werd uitgegeven van 1893 tot 1897, puur en alleen over nesten. Voorin zat een sticker, ‘ex libris – Alfred O. Gross’, met een afbeelding van een intrigerende vogel, met langs zijn kop parmantig rechtopstaande veren als konijnenoren: die heidehoen dus.
Gross was gespecialiseerd geweest in de vogel. Op het eiland waar ik naar onderweg was, had hij gewerkt. Met het boek uit zijn boekenkast onder mijn arm stapte ik de veerboot af en ging ik naar daar waar de heidehoen voor het laatst was gezien. Ik vond de exacte plek, en stond er ruim een uur: luisterend, wachtend en rondkijkend. Kansloos. Bijna honderd jaar geleden stierf de heidehoen uit, op die exacte plek op het eiland. Een metalen monument herinnert aan de soort.
Of de eilandgasten zullen weten wat ze missen, is de vraag
De heidehoen die ik pas net had leren kennen, bestond al niet meer. En toch wilde ik naar de plek waar hij leefde. Gross had er zijn levenswerk van gemaakt om de soort te redden. De ooit vrij algemene vogel was op het laatst alleen nog op dit eiland te vinden, en daar verloor Gross – geabonneerd op het nestenblad – veel van zijn dierbare vogels midden in het nestseizoen. Een hevige bosbrand woedde in het gebied, maar de vrouwtjes wilden – dapper broedend – hun nesten niet verlaten. Het bleek het laatste zetje na een opstapeling van pechgevallen dat leidde tot een telling waarbij nog maar vier vogels werden gespot. Alle vier mannetjes. Een jaar later werd nog maar één heidehoen gezien. Hij werd Booming Ben gedoopt, vernoemd naar het booming geluid dat hij met zijn keelzak maakte, zoekend naar een vrouwtje dat hij niet meer zou vinden.
Het moet tragisch zijn geweest voor Gross. Een hele soort glipte door zijn vingers. Wat overblijft zijn oude films waarin je Gross ziet die de laatste vogel vasthoudt, ringt, en laat gaan. Vlakbij de plek waar Booming Ben voor het laatst gezien werd, heeft het bos inmiddels plaatsgemaakt voor een vliegveld. Daar waar een vogel uitstierf, wordt zo nog altijd gevlogen. Het eiland is nu in zekere zin meer booming dan toen Booming Ben als deel van de balts zijn booming geluiden maakte. Nu is toerisme er booming. Maar of de eilandgasten zullen weten wat ze missen, is de vraag. Op de informatieflyer van Martha’s Vineyard lees je niks over de vogel en zijn monument. Slechts drie hardlopers zag ik langs het monument rennen, niemand gunde het een blik waardig. Het voelde daar precies zo eenzaam als je zou verwachten van een plek waar ooit iets uitstierf. De heide moet het doen zonder hoen.

Auke-Florian Hiemstra studeerde biologie in Leiden en doet promotieonderzoek naar bio-diversiteit in de stad bij Naturalis Biodiversity Center. Zijn onderzoek is te volgen op Instagram @aukeflorian
