
‘Ons voorstel biedt een plan voor Europa om de rommelige en onsamenhangende monitoringsystemen te verbeteren. We willen één gecoördineerd, continentbreed netwerk creëren dat veranderingen in soorten en ecosystemen kan volgen – gebaseerd op data variërend van het dna van planten en dieren tot complete bossen, rivieren en oceanen’, zegt de ecoloog Daniel Kissling, hoofd van het biogeografie en macro-ecologielab van de Universiteit van Amsterdam en eerste auteur van een studie in Nature Reviews Biodiversity van 23 februari.
Hierin stellen vijftien Europese onderzoeksinstellingen een opzet voor om gestroomlijnd gegevens over biodiversiteit in te zamelen, gebaseerd op 84 Essential Biodiversity Variables. Hiermee is informatie uit heel diverse bronnen – zoals professionele veldnotities en waarnemingen van burgers, sensoren en satellieten – te integreren in rapportages aan beleidsmakers. Om tot zo’n geïntegreerd, transnationaal systeem te komen stellen de auteurs voor een European Biodiversity Observation Coordination Centre op te richten. Hiervoor heeft het Europees Parlement reeds de voorbereiding goedgekeurd. De routekaart sluit ‘direct aan op de EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030’, de verordening voor natuurherstel en andere EU-wetgeving, en Kissling spreekt in universiteitsblad Folia over ‘misschien wel de belangrijkste publicatie’ van zijn leven.
