Een restje oermens?

Deel

Op straat stapt me een paard tegemoet. Er zit een dame op. Ik groet haar en vlak voor me houdt zij halt. Vanuit de hoogte zegt ze dat ik de gele bloemen in mijn tuin moet weghalen. Ik herinner me niet haar ooit gezien te hebben.


‘Jakobskruiskruid’, zeg ik. Dat laat ik staan omdat het een van de belangrijkste insectenplanten is. Ik vertel dat de plant ongezond is voor paarden en koeien, en dat ze er daarom omheen grazen. In mijn tuin grazen die nooit.


‘In het hooi is het schadelijk’, weet ze. Dat klopt, je kunt paarden beter geen hooi met jakobskruiskruid voorschotelen. Maar je kunt heel eenvoudig om de planten heen maaien. Mijn tuin is trouwens te klein om paarden- of veehouders te interesseren voor de hooioogst. Het zou wel kruidenrijk hooi zijn en dat is zeldzaam in Nederland. Waar zie je nog bloemrijke graslanden?


Jakobskruiskruid doet het op niet vaak gemaaide velden goed, als geen ander verdraagt het droogte, warmte en stikstof. Alleen de rood met zwarte jakobsvlinders begrazen de planten, en die blieven ook niets anders. Althans, wat betreft hun rupsen in dat geel-zwarte streepjespak. Er zijn zo’n tweehonderd andere soorten insecten op jakobskruiskruid gezien: niet grazend, maar lebberend van nectar of snoepend van stuifmeel.


Daarom laat ik jakobskruiskruid staan. Ik zie er vlinders, bijen en zweefvliegen op. De jakobsrupsen zijn uitgegeten en graven zich in voor de winter. Volgend voorjaar komen ze als rood-zwarte vlinders tevoorschijn. De dag van de paardenvrouw zie ik de laatste rupsen: drie op dezelfde plant, die ’s middags weg zijn.


‘Jakobskruiskruid is dodelijk voor bijen’, beweert de ruiter, een leugen die ik nog niet eerder heb gehoord. De hetze tegen jakobskruiskruid die (hobby-)paardenhouders voeren gaat steeds verder. Soms verwijderen natuurbeheerders de planten uit hun terreinen om van de tijdrovende strijd tegen de kapitaalkrachtige paardenlobby af te zijn. ‘Jakobskruiskruid is een invasieve exoot’, fantaseert ze verder. Welja, zeker door de nazi’s uit Duitsland meegenomen?


‘Maar ze pluizen zo; dat waait overal heen’, trekt de amazone haar laatste troef. Klopt. Als de bloemen uitbloeien, verandert elk bloempje in een pluizenbolletje. Ik knip die af, en doe dus wat de amazone mij opdraagt, alleen niet in één klap alles tegelijk.


Waar komt die haat toch vandaan? Het gevaar voor paarden is daarvoor te klein. Roert zich in paardenmensen een restje oermens die de natuur wil bedwingen? Ik hoor nooit een paardenhouder over slangenkruid, even giftig. Maar wat de paardenmens niet weet, dat niet deert. Ik adviseer haar zich in de materie te verdiepen voordat ze te paard ten strijde trekt.

Koos Dijksterhuis beschrijft dagelijks natuurobservaties in Trouw, en schrijft boeken en vormvaste verzen op rijm.

Lees nu ook