
Vanaf januari 2026 krijgt Bionieuws een nieuw jasje: het vertrouwde vakblad voor biologen verschijnt dan niet langer twintig keer per jaar in krantvorm, maar tien tot twaalf keer als inhoudelijk verdiepend magazine. Minder vaak op papier, maar met meer ruimte voor achtergrondverhalen, persoonlijke rubrieken, krachtige beeldredactie en een nieuwe vormgeving die vertrouwd aanvoelt. Tegelijkertijd krijgt ook de website van Bionieuws een upgrade om uit te groeien tot een centraal platform voor actueel biologisch nieuws.
De redactie werkt momenteel intensief aan een nieuwe bladformule die beter past bij de lagere verschijningsfrequentie, maar wel recht blijft doen aan de inhoudelijke behoeften van het lezerspubliek. Uitgangspunt? Lezers krijgen straks een aantrekkelijker, veelzijdiger en dikker vakblad in handen, zonder het karakter van Bionieuws te verliezen.
Om daar grip op te krijgen, vroeg Bionieuws vier biologen naar hun visie op de nieuwe opzet. Wat is onmisbaar, wat mag verdwijnen, en welke rubrieken of accenten ontbreken nog?

René Westra, biologiedocent met ruim vijftig jaar ervaring in het voortgezet onderwijs
‘Ik ben een trouwe lezer van Bionieuws en waardeer het blad enorm. Rubrieken als QED, Nomen est omen en de Nieuwstoets zijn stuk voor stuk leuk om te lezen én waardevolle tools in de lespraktijk. Ook het wetenschapsnieuws inspireert mij om vragen voor leerlingen te maken over recent onderzoek. Deze rubrieken zie ik dus graag terug in de nieuwe bladformule.
‘Als ik echter kijk naar de balans in het blad, dan zie ik een sterke focus op onderzoek en wetenschap. Heel waardevol, maar het voortgezet onderwijs verdient daarin een prominentere plek. In de klas gebeurt veel moois, maar dat blijft in Bionieuws onderbelicht. Terwijl een flink deel van de lezersgroep uit het onderwijs komt! Het zou waardevol zijn om vaker inspirerende lesideeën te delen, liefst kant-en-klaar met werkblad erbij. Veel docenten hebben zelf de tijd niet om materiaal te ontwikkelen, maar staan wel open voor inspiratie.
‘Geef korte, inspirerende achtergrondverhalen uit de klas; praktijkgericht en herkenbaar. Betrek daar vooral collega’s bij die jaarlijks op de NIBI-conferenties rondlopen of workshops geven – daar zitten echte onderwijsiconen tussen. Bionieuws moet een brug slaan tussen wetenschap en onderwijs. Die kruisbestuiving kan beide kanten enorm verrijken.
‘Een rubriek zoals Soortgenoten, maar uitgebreid met mensen uit het voortgezet onderwijs, zou ik ook toejuichen.’

Louise Vet, emeritus hoogleraar evolutionaire ecologie en oud-directeur NIOO-KNAW
‘Als eerste wil ik graag kwijt dat ik Bionieuws enorm waardeer. Het heeft vaak interessante berichten en een goede diepgang. Er is eigenlijk ook niks dat ik wil missen. Ik ben natuurlijk zo’n boomer die de krant leest in de achtertuin of meeneemt om in de trein te lezen. Wat dat betreft vind ik het jammer dat het vakblad minder vaak op papier zal verschijnen. Want ik zit al zoveel achter de laptop.
‘Maar een meer hybride formule biedt zeker ook kansen, al is de afweging wat je dan in de krant zet en wat online best lastig. Het zal niet verbazen dat ik een ecologische insteek onmisbaar vind, want dat is toch de wetenschap van de 21ste eeuw. Zonder een gezonde biosfeer kunnen we het wel schudden. Ik blijf hameren op de driepoot energietransitie, circulaire economie en vooral biodiversiteit. Zet toponderzoek centraal, breng feiten, vecht tegen fictie en wees kritisch op greenwashing. En probeer minder te focussen op het signaleren van problemen, maar meer op positieve – op natuur gebaseerde – oplossingen zoals bloemrijke dijken in waterbeheer. Laat zien dat de biologie bruggen slaat richting beleid. En biedt vaker een platform aan studenten: die zorgen er dan heus wel voor dat Bionieuws ook digitaal doorklinkt op TikTok, Instagram, et cetera.’

Peter Klaren, dierfysioloog en universitair hoofddocent aan de Radboud Universiteit
‘Ik zie Bionieuws als een zak Engelse drop: ik blader het door, pik eruit wat me aanspreekt, en laat de rest liggen. Dat ik niet alles lees, vind ik niet erg; het aanbod is breed en dat past bij de diversiteit van het vakgebied. Ook qua genres is het blad goed in balans, die moeten allemaal blijven. Ik mis zelden iets – al zou iets meer aandacht voor universitair onderwijs welkom zijn. Nu ligt de nadruk vaak op middelbare school.
Zo’n zes of zeven keer per jaar gebruik ik stukken uit de krant in mijn eigen onderwijs. De vraagrubriek over zware botten in het afgelopen nummer bijvoorbeeld: die heb ik in mijn statistiekcursus gebruikt, inclusief de originele dataset. Dat gebeurt me niet bij veel bladen. Verder zijn Gerts column, de Peiling en de boekrecensies onderdelen die ik altijd wel lees.
‘Als de vorm verandert, is dat prima – zolang de inhoud sterk blijft. Wat extra verdieping is wat mij betreft welkom. Laat experts bijvoorbeeld wat langer aan het woord om een onderzoek in bredere context te duiden, niet alleen in een kort citaat. Dat soort verdieping maakt het blad extra waardevol.’

Stijn Leegte, biologiestudent aan de Vrije Universiteit en penningmeester van het Landelijk Overleg Biologie Studenten (LOBS)
‘Ik weet nog goed de eerste keer dat ik Bionieuws zag liggen: die rode lijn met het logo en daarboven die grote voorpaginafoto – dat is zó herkenbaar en trekt meteen de aandacht. Als je van biologie houdt, wil je dat gewoon openslaan. Hopelijk blijft het nieuwe magazine dat soort sterke beelden gebruiken. ‘Als student waardeer ik de mix van wetenschappelijke actualiteit, politiek relevante thema’s en luchtigere rubrieken. Ga vooral zo door. De QED is een favoriet, net als de LOBS-studentencolumn. Het is belangrijk dat studenten een plek in Bionieuws hebben en hopelijk ook houden – bijvoorbeeld via interviews of artikelen over interessante masters of onderzoeksprojecten.
‘Wat ik wel mis, is online zichtbaarheid. Jonge mensen bereik je via een actieve socialemedia-aanpak, bijvoorbeeld via Instagram. Deel daar actuele stukken en visuals, dan bouw je echt een community op. Dat kost tijd, maar het is belangrijk als je studenten aan je wil binden.
‘En misschien is er in het nieuwe blad ruimte voor iets nieuws: aandacht voor mensen die op creatieve manieren met biologie bezig zijn – kunstenaars of ontwerpers bijvoorbeeld. Dat zou een verrassende aanvulling zijn.’
Tips of ideeën over de nieuwe bladformule of website van Bionieuws ? Mail: schie@bionieuws.nl
