Word lid

Experimenten in de huiskamer

Deel

We combineren al lang onderzoek in het veld en onderzoek in het lab. Maar de laatste tijd is daar een extra plek bij gekomen. Steeds vaker wordt goed onderzoek ook gedaan in huiskamers. Bij mensen thuis die mee willen werken aan burgerwetenschapprojecten en zo onderzoek mogelijk maken aan diersoorten waar we anders geen toegang toe hebben. Vorige maand kwam er een artikel uit in Current Biology waarin onderzoekers wilden meten of honden (van specifieke rassen) de toonhoogte van hun huilgeluiden aan konden passen. Mensen die dit ras hadden, konden onder begeleiding via Zoom zelf geluiden afspelen aan hun honden en de vocalisaties opnemen. Wat dit zo leuk maakt, is hoe moeiteloos de grenzen tussen ‘wetenschapper’ en ‘participant’ vervaagden: hondeneigenaren werden niet langer alleen bron van data, maar actieve partners in het wetenschappelijke proces. 


Wij werken zelf ook veel met citizen science via mensen die papegaaien als huisdier hebben. Grotere papegaaiensoorten zijn fascinerend en uniek in hoe goed ze melodieën kunnen imiteren. Alleen zijn ze ook heel lastig in een lab te houden. Daarom zijn we blij dat er zoveel mensen zijn die opnames van hun papegaaien willen maken, nieuwe geluiden voor ze af willen spelen en de reacties van de dieren naar ons sturen. Hoe meer we gebruik maken van dit soort methodes, des te meer het geaccepteerd kan worden als valide onderzoeksmethodiek.


Want citizen science is ontzettend waardevol: het opent de deur naar soorten waar we anders lastig mee kunnen werken, het vergroot de hoeveelheden data in bepaalde studies en het helpt natuurlijk om mensen meer te laten begrijpen over wetenschap. Grote biodiversiteitsplatforms – zoals eBird: een online database van vogelobservaties en iNaturalist: een wereldwijde observatie-community van burgerwetenschappers – laten zien hoe miljoenen vrijwilligers bijdragen aan wetenschappelijke kennis. Vanuit tuinen en parken worden data verzameld over verspreiding, migratie en vocalisaties. Daarmee helpen burgers niet alleen wetenschappers, maar leren ze ook de natuur om hen heen beter te begrijpen.


Natuurlijk brengt deze aanpak uitdagingen met zich mee. Data variëren in kwaliteit en context, en de rol van de vrijwilliger is niet altijd neutraal: er is altijd het risico dat mensen alleen de beste momenten van hun huisdieren doorsturen, of halverwege ineens niet meer mee doen. Maar juist door die menselijke factor te omarmen leren we niet alleen iets over diergedrag, we leren ook iets over hoe we zelf naar wetenschap kijken.


Misschien is dat wel de essentie: wetenschap als een gesprek, geen monoloog. En dat gesprek begint bij de nieuwsgierigheid van mensen, of het nu een hondeneigenaar is die via Zoom experimenteert, of een papegaaienliefhebber die een bijzondere roep opneemt en deelt. Wat ooit een anekdote was, kan zo een wetenschappelijk resultaat worden. En wat ooit wetenschap was die aan de universiteit gebeurt, leeft nu ook in tuinen, keukens en huiskamers. Een prachtig perspectief dat ons allemaal uitnodigt om mee te doen.

Michelle Spierings werkt als gedragsbioloog aan het Instituut Biologie Leiden en de universiteit van Wenen aan spraak-, zang- en cognitieontwikkeling van menselijke baby’s, penseelaapjes, parkieten en zebravinken.

Lees nu ook