Tijdens mijn master zaten we standaard in college met een pakje crackers in de aanslag. Hele rijen studenten knabbelden zich door lange dagen vol hoorcolleges over hersengebieden, neurotransmitters en cognitieve modellen. Je zou bijna denken dat het een verplichte bijzaak was: studieboek, notitieblok, pakje crackers.
Tot een van onze professoren college gaf over epilepsie en hemisferectomie. Ze vond het maar niets als wij tijdens haar colleges aan het eten waren. Niet omdat ze bang was voor kruimels op de grond of pindakaasvingers op haar slides, maar vanwege onze hersenen . Volgens haar moest je in de collegezaal alleen water drinken, ‘omdat anders je hele cognitieve capaciteit opgaat aan spijsvertering in plaats van informatieverwerking’. Ze zei het met zo’n serieus gezicht dat we ons meteen betrapt voelden – alsof die ene kaascracker net onze halve hippocampus had platgelegd.
Natuurlijk vroeg ik me daarna af: klopt dat eigenlijk? Is eten tijdens college slecht voor je brein? Of helpt het juist om scherp te blijven? Ik dook erin. Niet in de crackers, maar in de literatuur. En wat blijkt: het is ingewikkeld (zoals dat wel vaker het geval is).
Er is redelijk wat bewijs dat wat je eet, invloed heeft op je cognitieve functies. Suiker, bijvoorbeeld, geeft een korte piek in energie, maar ook een even snelle crash – niet ideaal als je nog 45 minuten moet luisteren naar een uitleg over het verschil tussen Broca’s en Wernicke’s gebied. Een zware maaltijd met veel vet en koolhydraten maakt je duf: je lichaam moet aan de slag met verteren en trekt bloed weg van je brein naar je buik. Dus professor Van der Brein had ergens wel een punt.
Alsof die ene kaascracker net onze halve hippocampus had platgelegd
Aan de andere kant: hongerige studenten zijn toch ook geen topleerlingen. Een knorrende maag leidt af. En lichte snacks – zoals noten, fruit, of ja, zelfs crackers – kunnen juist helpen om je bloedsuiker op peil te houden en concentratie vast te houden. Vooral als je lange dagen maakt.
Wat wel echt werkt, zeggen de studies, is water. Hydratatie is key . Zelfs milde uitdroging (je voelt het niet eens echt) kan je concentratievermogen en werkgeheugen verminderen. Dus: die drinkfles mee is geen overbodige luxe. Toen kwam de grote discussie of koffie dan ook hydrateert. Het lijkt erop dat één kopje koffie wel prima is. Dat caffeïneniveau kan helpen om scherp te blijven. Maar de grens is al snel bereikt, vijf kopjes en je zit te stuiteren zonder dat je nog weet waar het college over ging.
Dus wat is nu de ideale snack voor in college? Iets lichts, voedzaams, met langzame koolhydraten en een beetje eiwit. Dat zijn dingen als een banaan met pindakaas, een handje ongezouten noten, of een volkoren cracker met hummus. Maar laat dat laatste dan niet al te luidkrakend zijn. Niet voor je brein – maar voor je buurman.
Kortom: eten in college? Ja, maar met beleid. Geef je hersenen brandstof, maar laat ze niet verdrinken in spijsverteringsprocessen. En neem in elk geval altijd een fles water mee. Onze professor had misschien niet helemaal gelijk, maar ze had ook niet helemaal ongelijk.
Eet smakelijk – en succes met leren.

Michelle Spierings werkt als gedragsbioloog aan het Instituut Biologie Leiden en de universiteit van Wenen aan spraak-, zang- en cognitieontwikkeling van menselijke baby’s, penseelaapjes, parkieten en zebravinken.
