‘In het juryrapport stond dat het bijzonder was dat ik met iets sufs als biologie zo’n gave prijs had gewonnen. Het woordje suf stond tussen aanhalingstekens, daar was ik wel blij mee. Maar ik weet ook wel dat veel scholieren er zo tegenaan kijken, dus ik begrijp de opmerking best.’ Dat vertelt Christine Moene (1997), in december door een jury van jongerenblad 7Days uitgeroepen tot Jongere van het Jaar 2015. ‘Biologiekoningin’ Moene werd in de zomer namelijk dertiende op de Internationale Biologie Olympiade en ontving daarvoor een gouden medaille: een klassering die geen Nederlandse scholier in de afgelopen 22 jaar had behaald.
Sabbatical
Haar liefde voor biologie ontstond niet op het vwo, vertelt Moene. ‘In de vijfde klas had mijn vader een sabbatical en hebben we de eerste helft van het jaar in de Verenigde Staten gewoond.’ Het schoolsysteem is daar anders, legt ze uit, en ze kon zich een halfjaar toeleggen op één zogeheten AP-vak, dat wordt gegeven op hoog niveau. ‘Ik heb gekozen voor biologie. Het lesboek daarvoor was Campbell’ , vertelt ze, verwijzend naar het standaardwerk voor universitaire studenten. Dat bleek een openbaring. ‘Als er dieper wordt uitgelegd waarom dingen zijn zoals ze zijn, is biologie best interessant. Ik vond de feitjes van de biologieles eerder nooit zo boeiend, maar dat veranderde toen alles met elkaar in verband kwam te staan.’
Terug in Nederland kocht ze zelf een exemplaar van het boek en werkte het verder door, vertelt ze. Aan het eind van het jaar deed ze in Den Haag de bijbehorende toets. ‘Toen wilde ik wel weten hoe ik het op de Biologie Olympiade zou doen. Ik ben niet iemand die bijvoorbeeld graag dingen ontwerpt, maar ik vind het heel leuk om dingen te begrijpen. Die wedstrijd past dus goed bij mij.’
Ze kwam goed door de voorronde, waarna de organisatie de kandidaten voor de tweede ronde een boekje gaf om uit het hoofd te leren. Redelijk droge stof, vond Moene: ‘Allerlei feitenkennis over systematiek, dierenbouwplannen en planten. “Dit is een plantencel, dit is de celwand en dit zijn de celonderdelen.” Gelukkig was het boekje veranderd toen ik het jaar daarop weer meedeed: toen was het veel meer gericht op inzicht. Veel leuker.’

‘Biologiekoningin’ Christine Moene: ‘Het is niet zo dat meisjes slechter zijn in biologie dan jongens.’
‘Ik ben wel wiskundig aangelegd, vóór biologie was wiskunde mijn favoriete vak’
Moene won zowel in 2014 als 2015 de nationale Olympiade en mocht daardoor ook twee keer deelnemen aan de internationale eindronde van de wedstrijd. Op haar eerste internationale finale op Bali haalde ze zilver, de tweede keer in het Deense Aarhus leverde goud op. Moene: ‘Het gastland bedenkt een deel van de opgaven, dus dat bepaalt gedeeltelijk de invulling van de eindronde. In Bali vond ik dat er best wel veel feitenkennis gevraagd werd. In Denemarken was het naast feiten ophoesten ook veel redeneren. Interpretatie van grafieken en data-analyse, dat soort dingen. Ik ben wel wiskundig aangelegd, vóór biologie was wiskunde mijn favoriete vak, dus dat deel vond ik niet zo moeilijk. Dat ik een gouden medaille heb kunnen halen is voor een groot deel te danken aan dat de eindronde in Denemarken was.’
Behalve voor het goud en de dertiende plaats, was er in Nederland veel aandacht voor het feit dat Moene het beste meisje van dat jaar was. ‘Eigenlijk vind ik dat onzin. Het is niet zo dat meisjes slechter zijn in biologie dan jongens, in 2014 was er bijvoorbeeld een meisje tweede.’ Wel is het een manier van uitleggen dat haar prestatie bijzonder was, denkt ze, in een wedstrijd waarin Aziatische landen en de Verenigde Staten vaak domineren. ‘Ik was ook tweede van Europa, zo kun je het ook presenteren.’
Leerboekje
De gouden Olympiade was ook Moenes laatste deelname, omdat ze inmiddels is geslaagd voor het vwo. Ze blijft wel betrokken bij de organisatie, vertelt ze. Zo schrijven oud-deelnemers het leerboekje voor de tweede ronde en koken ze tijdens finaleweken. Moene koos voor een studie biologie, die ze combineert met een studie wiskunde. ‘Ik wil later iets in de biologie gaan doen, met wiskundige ondersteuning.’ Ze studeert aan Amsterdam University College, dat geheel Engelstalig, kleinschalig onderwijs biedt aan geselecteerde studenten. ‘En je kan er vanaf het begin zelf je vakkenpakket samenstellen. Ik doe dat door een set wiskundevakken te combineren met de biologievakken die ik leuk vind’, aldus Moene.
Van haar al opgedane vakkennis heeft ze veel profijt. ‘Mijn eerste biologievak had als tekstboek Campbell .’ Zeker boeiend, vond Moene. ‘Maar als je dat boek al twee keer hebt gelezen heb je wel een voordeel’, voegt ze droogjes toe. Ze kijkt dan ook uit naar vakken die nog dieper in de biologische materie duiken. Aan de Olympiades heeft ze namelijk vooral heel veel plezier beleefd, besluit ze enthousiast, ‘met de mensen, maar ook met het maken van de opdrachten en de practica. Welke scholier heeft er nou al meerdere keren gelelektroforese gedaan? Het is gewoon allemaal écht heel erg leuk om te doen.’
foto Marco Okhuizen
