Word lid

Griet leeft niet voort

Deel

Griet is dood. Griet was een kip. We hadden sinds drie jaar vier en sinds anderhalf jaar zeven kippen. Nu zijn er nog zes. We begonnen met twee roodbruine kippen en twee grijze. Daar kwamen drie lichtbruine bij. Op oudejaarsdag liet mijn geliefde de hond uit, terwijl ik een uit winterslaap ontwaakte egel opving. Geliefde belde: ze had twee kippen gevonden. Of ik op de fiets met een doos wilde komen.


De kippen zaten teruggetrokken onder een braamstruik, maar lieten zich pakken. Ik zette ze in de doos, toen geliefde een derde kip ontdekte. Die was dunner. Ik fietste terug en zette ze bij de vier oudgedienden, met gaas ertussen. Zo konden ze aan elkaar wennen.


We bazuinden rond dat we kippen hadden gevonden, maar niemand eiste ze op. Kennelijk waren ze gedumpt op die plek met honden, vossen, marters en buizerds.


Algauw scharrelden en zonnebaadden ze als groep, maar ook vaak met hun tweeën of drieën: kleur bij kleur. De kleinste nieuwkomer noemden we Griet. Die leek minder op voer belust, maar misschien koos ze eieren voor haar geld vanwege haar status onderaan de pikorde.


De laatste tijd at Griet steeds minder. Ik zette haar soms apart met delicatessen als gekookt ei of fruit. Die lustte ze wel, al pikte ze slordig – het lekkers vloog alle kanten op.


Griet werd suffig. We zetten haar binnen in een doos met hooi. Ze stopte met eten, en werd graatmager. We dwongen haar met een spuit water te drinken en te eten. Maar zelfs ei en fruit moesten we erin duwen, en met een spuitje water in haar keel gieten. Dan slikte ze en keek ze rond, om weer in te dutten. Misschien had ze wormen – ze kreeg een ecologisch verantwoorde kuur. Misschien had ze een infectie – idem. Als we haar in de tuin zetten, zocht ze een plekje in de luwte en ging ze zitten suffen.


Van vogelgriep zou ze binnen drie dagen doodgaan. Ze zwaaide ook niet met haar kop. Ze zag er glanzend uit, goed in de veren, en leek geen pijn te hebben. Anders zou ik haar de nek moeten omdraaien. Ik heb laatst een wilde brandgans met vogelgriep dood gemaakt. Ik heb in mijn leven konijnen, cavia’s, muizen en kikkers afgemaakt, en een eend. ‘Uit zijn lijden verlossen’, heet dat. 


Voor onszelf staan we dat alleen toe als artsen erkennen dat ons lijden ondraaglijk is. Meestal slapen we liever in, eventueel met hulp van morfine. Griet leek in te slapen, dus stelde ik mijn verlossende daad uit. Ze lag met gesloten oogjes. Na een paar dagen reageerde ze niet meer op aanraking. Ze was dood.


We zetten haar even bij de andere kippen. Waarschijnlijk beseften die niet dat Griet daar lag en dood was. Ze pikten haar ook niet. Als ze haar zouden opeten, wat soms gebeurt, dan zouden de zes nabestaanden kunnen kakelen: ‘Griet leeft in ons voort.’ Maar ze deden niks. We hadden dat ook niet toegestaan. Griet was toch onze kip.

Koos Dijksterhuis beschrijft dagelijks natuurobservaties in Trouw, en schrijft boeken en vormvaste verzen op rijm.


Lees nu ook