
Van bescheiden piep tot oorverdovende roep: bij 123 vogelsoorten blijkt vooral lichaamsgrootte en bekbreedte samen te hangen met hoe hard ze kunnen klinken.
Grotere vogels en soorten met een bredere bekopening kunnen doorgaans harder roepen dan kleinere vogels. Dat blijkt uit geluidsmetingen aan 123 vogelsoorten, waarbij de maximale geluidssterkte uiteenliep van 64,1 decibel bij een kolibrie tot 122,4 decibel bij de naaktkeelklokvogel (Evolution, 29 september). Die laatste en de kuifseriema voegen zich daarmee bij de witte klokvogel als kandidaten voor de luidste vogel ter wereld.
Twee Amerikaanse onderzoekers maten tussen 2018 en 2025 vogelgeluiden in de Verenigde Staten en Brazilië, waarbij ze met geluidsmeters de geluidsdruk bepaalden en met laserafstandmeters de afstand tot de roepende vogel. De waarden corrigeerden ze voor achtergrondgeluid en rekenden ze om naar een standaardafstand van 1 meter.
Tussen de zachtste en luidste soort zat 58,3 decibel; in geluidsdruk was het maximum van de luidste soort meer dan achthonderd keer zo hoog. Vooral lichaamsgrootte en de breedte van de bekopening bleken samen te hangen met een hogere maximale geluidssterkte. Mogelijk kan bij een brede bek meer geluidsenergie naar buiten ontsnappen, terwijl grotere vogels onder meer krachtigere ademhalingsspieren kunnen hebben. Voor vliegmobiliteit, leefgebied en paarsysteem vonden de onderzoekers geen duidelijk verband met de maximale geluidssterkte.
Hoe groot de verschillen klinken, is hieronder te horen bij vier soorten uit het onderzoek.
Naaktkeelklokvogel (Procnias nudicollis)
Met 122,4 decibel op 1 meter leverde deze soort de hoogste meting van het onderzoek. Daarmee is hij samen met de witte klokvogel en kuifseriema een kandidaat voor de titel luidste vogel ter wereld.

Kuifseriema (Cariama cristata)
Ook deze grote Zuid-Amerikaanse vogel kwam boven 120 decibel uit. Gemiddeld over de gemeten individuen behaalde hij zelfs de hoogste maximale geluidssterkte: 120,9 decibel. De soort is monogaam en leeft in open terrein, grappig genoeg precies twee kenmerken waarvoor de onderzoekers geen duidelijk verband met maximale geluidssterkte vonden.

Carolinawinterkoning (Thryothorus ludovicianus)
De roep van deze Noord-Amerikaanse winterkoning is volgens de onderzoekers ongeveer zo luid als een menselijke schreeuw. Daarmee zit hij ruim onder de extreme klokvogels en kuifseriema, maar klinkt hij nog altijd behoorlijk krachtig voor zo’n kleine vogel.

Amerikaanse matkop (Poecile atricapillus)
Deze kleine Noord-Amerikaanse zangvogel behoorde tot de zachtere soorten die de onderzoekers maten. Toch is zijn roep volgens de onderzoekers nog ongeveer zo luid als een blender.

