Word lid

Herstel van zoetwaternatuur raakt achterop

Deel

Een weidebeekjuffer rust uit op een gele plomp in het Deurzerdiep in Drenthe. Foto: Jelger Herder

Na jaren van herstel gaat de zoetwaternatuur nu weer achteruit, schrijft het Wereld Natuur Fonds in het laatste Living Planet Report. Waterbeheerders herkennen dat beeld. Wat kunnen zij doen en waar lopen ze tegenaan?


De Nederlandse zoetwaternatuur was jarenlang herstellende na de dramatische situatie in de jaren zeventig, toen het water op veel plaatsen een algensoep was. Troebel water werd helder, er verschenen weer waterplanten, kikkers en ooievaars kwamen terug. Het was te danken aan milieu- en natuurbeleid. Maar sinds ongeveer 2010 stagneert dat herstel. Sterker: het gaat weer bergafwaarts. Dat blijkt uit het Living Planet Report Kansen voor zoetwaternatuur dat het Wereld Natuur Fonds (WNF) op 9 juni publiceerde. 


Het WNF-rapport volgt een groot aantal diersoorten van 1990 tot en met 2025 en drukt de gemiddelde veranderingen in hun populatieomvang uit in de Living Planet Index. Populaties van dieren die hun hele leven of een deel daarvan in het water doorbrengen – het gaat voornamelijk om vissen, libellen, kokerjuffers en haften – gingen vanaf 1990 gemiddeld genomen vooruit, maar sinds tien à vijftien jaar nemen ze af. 

De geelbuikvuurpad komt voor in Nederland, maar is ernstig bedreigd. Foto: Jelger Herder

Ver onder de maat
Dat slechte nieuws komt op een ongelegen moment, want volgend jaar moeten zoetwaterlichamen voldoen aan chemische, ecologische en biologische kwaliteitsdoelstellingen van de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW). De Europese lidstaten stelden die richtlijn in 2000 vast, omdat de waterkwaliteit weliswaar verbeterd was, maar toch ver onder de maat bleef. De richtlijn verplicht de lidstaten om de staat van zoet water te verbeteren. Ze moeten voorkomen dat de situatie verslechtert. 


Vanwege de KRW houden waterbeheerders (Rijkswaterstaat voor de grote rijkswateren, waterschappen en hoogheemraadschappen voor de regionale wateren en gemeenten voor lokale wateren) gegevens bij over de staat van de natuur in zoet en brak water. Ze bepalen de biologische kwaliteit van waterlichamen aan de hand van algen, planten, macrofauna (met het blote oog zichtbare ongewervelden) en vissen volgens de KRW-systematiek, die anders is dan de Living Planet Index. Ondanks dat verschil beamen waterschappen en hoogheemraadschappen wat WNF beschrijft: ze zagen een verbetering van de zoetwaternatuur, maar die sloeg om in verlies.

Een grote modderkruiper. Foto: Jelger Herder

Marco Beers, specialist ecologie bij waterschap Brabantse Delta, vertelt: ‘We hebben de laatste gegevens vergeleken met die van zes jaar geleden. Tegen onze verwachting in scoren alle groepen, maar vooral de macrofauna, nu gemiddeld genomen iets lager.’ Nikki Dijkstra, adviseur ecologie bij hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden, zegt: ‘Vooral de laatste vijf jaar valt op dat waterplanten en macrofauna achteruitgaan.’ Ook Laura Moria, als aquatisch ecoloog verbonden aan het kennisbureau Nutriënten Management Instituut, herkent het beeld: ‘We zien sinds 2009 elk jaar minder waterplanten. Ik was laatst in het veenweidegebied en trof in bijna geen enkele sloot planten aan.’ Ze benadrukken alle drie dat er locaties zijn waar het goed gaat en dat er soorten zijn die het goed doen, maar de neergang domineert.


Kronkelen
Dat betekent niet dat de waterbeheerders hebben stilgezeten. Om de biologische KRW-doelstellingen te kunnen halen, verbeterden ze allereerst de inrichting van wateren: ze legden vele vispassages, natuurvriendelijke oevers en verbindingen tussen wateren aan en lieten beken weer kronkelen als vroeger. Het hielp, en dit verklaart de aanvankelijke stijging die het WNF-rapport vermeldt. Er kwam ook meer aandacht voor beheer en onderhoud, vergunningverlening en waterzuivering. Dijkstra: ‘We maaien oevers en waterplanten alleen nog als het echt nodig is en zorgen dat daarbij natuurvriendelijke methoden worden toegepast.’ Ze is ook voorzitter van het Platform Ecologisch Herstel Meren en Sloten en vertelt: ‘Voor vergunningsplichtige activiteiten, bijvoorbeeld voor de aanleg van steigers, heeft de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer een kader laten maken om ingrepen aan KRW-eisen te kunnen toetsen.’ 


De terugkeer van de otter laat zien wat schoner water en gezonde, verbonden leefgebieden kunnen opleveren. Dat het ondanks die inspanningen nu toch weer bergafwaarts gaat met zoetwaternatuur komt doordat er krachten zijn die de inspanningen tegenwerken. Een overschot aan de voedingsstoffen stikstof en fosfor blijft aquatische ecosystemen ontregelen. Verontreinigende stoffen in het water, zoals resten van geneesmiddelen die er met rioolwaterzuivering niet uitgehaald kunnen worden, schaden waterdieren, evenals bestrijdingsmiddelen die in het water terechtkomen. Opkomende invasieve soorten, zoals exotische rivierkreeften, bedreigen inheemse flora en fauna. En klimaatverandering, die zich uit in meer droogte, vaker extreem zware regenbuien en hogere temperaturen, zet vooral in kleine wateren het ecosysteem onder druk.

Een otter heeft een vis gevangen. Foto: Jelger Herder

Tessa van der Wijngaart, programmamanager waterkwaliteit en ecologie bij Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer, het kenniscentrum voor regionale waterbeheerders, legt uit: ‘Het is een mix van drukfactoren die elkaar kunnen versterken. Dat maakt het lastig. Als we niet alle factoren tegelijkertijd effectief aanpakken, behalen we niet de gestelde doelen. Waterbeheerders hebben maar op een deel van deze drukfactoren grip. We hebben te maken met overheidsbeleid, en ook natuurorganisaties, agrariërs en grondbezitters hebben invloed. Inrichtingsmaatregelen waar alleen natuurbelangen mee gemoeid zijn, zijn grotendeels gedaan. Complexere opgaven liggen er nog en hiervoor zijn al die partijen samen aan zet.’ 


Versnipperd
WNF wijt de stagnatie van het natuurherstel aan gebrekkig overheidsbeleid. Het rapport stelt: ‘Het Nederlandse beleid is versnipperd doordat water-, natuur- en landbouwbeleid zijn verdeeld over departementen en bestuurslagen. De wetgeving die maatregelen moet afdwingen wordt onvoldoende gehandhaafd. En het grootste knelpunt is dat de politieke wil ontbreekt om bestaande kennis toe te passen en wetten na te leven. Economische belangen krijgen structureel voorrang op ecologische belangen.’

‘We hebben niet de illusie dat we de zoetwaternatuur even snel kunnen herstellen’


Gevolg is dat de doelstellingen van de KRW, een jaar voor de deadline, verder uit zicht raken. Maar waterbeheerders laten zich niet ontmoedigen. Dijkstra: ‘De achteruitgang is soms best frustrerend, maar we proberen toch zo veel mogelijk te bereiken.’ Beers: ‘Ook na volgend jaar blijft de KRW van kracht, en we blijven er keihard aan werken. We hebben niet de illusie dat we de zoetwaternatuur even snel kunnen herstellen, maar we zien wel lichtpuntjes die hoop geven.’


Een voorbeeld is de rivierdonderpad, een visje dat vrijwel geheel is verdrongen door de uit oostelijk Europa afkomstige zwartbekgrondel. Die plant zich razendsnel voort, concurreert met de rivierdonderpad om schuilplaatsen en voedsel en is een alleseter die ook eieren en jongen van inheemse vissen eet. Beide soorten leven onder meer bij rivieroevers met stortstenen. Beers: ‘Maar nu lijkt de toename van de zwartbekgrondel af te vlakken. En de rivierdonderpad is via vispassages uitgeweken naar leefgebied zonder stortstenen, dus naar natuurlijker habitat. We hopen dat de zwartbekgrondel daar wegblijft.’

Een rivierdonderpad op de bodem in een beek. Foto: Jelger Herder

Wat zien waterschappen aan mogelijkheden? Beers: ‘Samen met de Wageningen Universiteit proberen we grip te krijgen op factoren die de visstand beïnvloeden. En met de provincies Noord-Brabant en Limburg en andere waterschappen in het stroomgebied van de Maas willen we de mix van oorzaken van achteruitgang ontrafelen om gerichte maatregelen te kunnen nemen.’ 


Hij vertelt ook dat de waterschappen Aa en Maas, Brabantse Delta en De Dommel in maart twee waterinsecten hebben uitgezet in Brabantse beken die daar vroeger leefden maar verdwenen waren: een eendagsvlieg en een steenvlieg. De soorten kwamen nog wel op de Veluwe voor. Onderzoek wees uit dat de beken zozeer waren opgeknapt dat beide soorten er weer zouden kunnen leven. Door plantenmateriaal af te breken, spelen ze een belangrijke rol in het ecosysteem en, als het goed gaat, dragen ze bij aan verder ecologisch herstel.


Het helpt dat ecologie meer aandacht krijgt. Van der Wijngaart: ‘Ecologen opereerden eerst in de periferie. Als tot een ingreep was besloten, mochten zij aangeven hoe de gevolgen voor natuur verzacht konden worden. Nu praten ecologen aan de voorkant mee; ze worden betrokken bij de besluitvorming. Maar ecologische kennis is niet voldoende, mensen moeten begrijpen wat speelt en willen meewerken. Wat interessant is, is dat sommige waterschappen sinds kort ook antropologen in dienst hebben die hierover mee kunnen denken.’ 

De in Nederland zeer zeldzame oostelijke witsnuitlibel is bij vennen te spotten. Foto: Jelger Herder

De Living Planet Index

Het Wereld Natuur Fonds brengt voor de vijfde keer een Nederlands Living Planet Report uit. De rapporten beschrijven veranderingen in de staat van de natuur aan de hand van de gemiddelde verandering in populatieomvang van een groot aantal diersoorten: de Living Planet Index. Basis daarvoor zijn voornamelijk gestandaardiseerde tellingen door vrijwilligers bij de soortenorganisaties onder de paraplu van het Netwerk Ecologische Monitoring. Zij tellen zoogdieren, broedvogels, reptielen, amfibieën, vissen, dagvlinders en libellen. Het Centraal Bureau voor de Statistiek verwerkt de telgegevens tot trends. Voor de meeste soortgroepen begonnen de meetnetten rond 1990, en dat is dan ook het startjaar van de index.


Het thema van het huidige rapport is zoet water. De tellingen zijn aangevuld met resultaten van langjarig onderzoek naar kokerjuffers (de in het water levende larven van schietmotten) en haften (eendagsvliegen, die het grootste deel van hun leven als larve onder water doorbrengen). 

Een kokerjuffer onder water. Foto: Jelger Herder

Kreeftenprobleem

Exotische rivierkreeften knippen waterplanten in stukjes en eten alles wat eetbaar is. Is een sloot ontdaan van planten en dieren, dan eten ze afval of zelfs elkaar, tot wanhoop van waterschappen. Exotische rivierkreeften komen vooral voor in veenweidegebieden, waar de laatste jaren hele sloten leeg zijn. ‘Maar om alle schuld daarvan bij de rivierkreeften te leggen, is te makkelijk’, zegt Laura Moria van het Nutriënten Management Instituut. ‘Het slootleven verdwijnt door een combinatie van rivierkreeften en een aangetast ecosysteem. Want vooral in voedselrijke sloten met steile, kale randen die rigoureus worden onderhouden, floreren rivierkreeften.’


Het omgekeerde geldt ook, stelt ze: ‘Zorg dat sloten weer een robuust ecosysteem vormen, met een goede waterkwaliteit en een flauwe oever vol planten. Dan is de ecologische draagkracht groter en hebben predatoren van rivierkreeften, zoals ooievaars en reigers, meer kans. Maar een bewezen oplossing voor het kreeftenprobleem is er nog niet.’

Lees nu ook