
Dat grasland na landbouw of mijnbouw langzaam herstelt, is bekend, maar ook na zeer lange tijd blijven de planten er andere eigenschappen houden dan in oude graslanden. Ecologen combineerden hiervoor gegevens uit 24 studies op zes continenten, waarin in totaal 742 plantensoorten voorkwamen die kenmerkend waren voor oude of juist herstellende graslanden, schrijven ze 24 augustus in PNAS.
Vooral snelgroeiende soorten blijken bij dat herstel in het voordeel. De planten die kenmerkend waren voor secundaire graslanden waren gemiddeld hoger, bevatten meer stikstof in hun bladeren en hadden per gram droge stof een groter bladoppervlak; tegelijk lag het aandeel droge stof in die bladeren lager. Ook waren er minder meerjarige soorten. In oude graslanden was gemiddeld 83 procent van de indicatorsoorten meerjarig, tegenover 60 procent in de herstellende graslanden.
Bij een deel van de studies konden de onderzoekers vervolgens ook nagaan of dit verschil met de tijd kleiner werd. Daar varieerde de periode sinds landbouw of mijnbouw was gestopt van ongeveer één jaar tot driehonderd jaar, maar ook over die lange reeks bewogen de planteigenschappen niet duidelijk richting die van oude graslanden. Volgens de auteurs kan juist dat langdurige verschil helpen verklaren waarom ook de oorspronkelijke soortensamenstelling maar langzaam terugkeert.

