Het internet van de natuur

Deel

Ecologisch ingenieur Nadina Galle bij haar boekpresentatie in Amsterdam: ‘Vochtigheid is dé bepalende factor in het welzijn van een stadsboom.’ Foto: Alaïa Fonk

Nadina Galle timmert flink aan de weg. In podcasts, optredens en nu ook een nieuw boek gaat de CanadeesNederlandse ecologisch ingenieur de boer op met haar concept Internet of Nature.

Ze houdt haar linkerhand verticaal en duwt dan de handpalm tegen de uitgestrekte vingers van haar rechterhand, die daardoor doorbuigen. Zo visualiseert ecologisch ingenieur Nadina Galle (1992) hoe in Boston, waar ze haar promotieonderzoek deed, het asfalt gewoonlijk doorloopt helemaal tot aan de voet van bomen op de trottoirs van de stad. ‘Zo krijg je een concave vorm waardoor water en afgevallen bladeren weggevoerd worden van waar de boom wortelt.’ Het is slechts een van de vele problemen waar ze stadsbomen wereldwijd mee ziet kampen. Een ander is het gebrek aan gezonde bodems. ‘In Toronto, waar ik heb gestudeerd, is de halve stad gebouwd op een vuilstort. Alles wat ik heb geleerd tijdens mijn colleges bodemkunde aan de Universiteit van Amsterdam (UvA) is daar niet van toepassing. Het idee dat je daar een boorkern kunt nemen en dan netjes de verschillende lagen kunt zien is lachwekkend. Ook in Boston groeien de bomen op afval, puin, van alles, maar niet op een normale bodem!’

Sensoren
In haar nieuwe boek The Nature of Our Cities (in oktober 2024 in het Nederlands verschenen als De natuur van onze steden) gaan de eerste paar hoofdstukken dan ook vooral over stadsbomen en hoeveel die met ons stadsbewoners te stellen hebben. Maar vooral ook over de technologie om de soms miljoenen bomen die een stad rijk is in de gaten te houden. Met sensoren bijvoorbeeld, zegt ze. ‘Daarmee kun je in real time zuurstof, temperatuur, pH en vochtigheidsgegevens uitlezen. Vooral dat laatste is dé bepalende factor in het welzijn van een stadsboom. Veel bomen kunnen goed hittegolven of insectenplagen doorstaan, maar alleen als ze voldoende vocht hebben.’ Het is een voorbeeld van wat ze bedoelt met de door haar bedachte en uitgedragen term Internet of Nature , het gebruik van technologische netwerken om de levende én niet-levende stadsnatuur te monitoren, te beheersen en te beschermen.


‘Ook in Boston groeien de bomen op afval, puin, van alles, maar niet op een normale bodem!’

In haar boek (dat ze kennelijk in minder dan negen maanden wist te schrijven: ze vertelt dat ze het contract tekende in dezelfde week dat ze zwanger werd, en het manuscript bij de uitgever inleverde op dezelfde dag dat haar zoontje werd geboren) geeft ze talloze voorbeelden van over de hele wereld. Uit Singapore waar zeven miljoen bomen via LiDAR (Laser Imaging Detection And Ranging) in de gaten gehouden worden waardoor het aantal incidenten met vallende takken en bomen met 90 procent gedaald is. Uit New York, waar de gemeentelijke plantsoenendienst een rekenmethode ontwikkelde om in dollars uit te drukken hoeveel openbaar groen bijdraagt aan ecosysteemdiensten – de gratis voordelen die de natuur ons biedt, zoals het verbeteren van luchtkwaliteit, het vasthouden van regenwater en het verminderen van hittestress. Uit Melbourne waar zeventigduizend bomen e-mailadressen hebben gekregen – om problemen te kunnen melden maar ook, zo bleek tot ieders verrassing, om ze liefdesbrieven te schrijven. Naast vegetatie gaan de verhalen ook over het urbane warmte-eiland, de lichamelijke en geestelijke gezondheid van stadsbewoners, bosbaden, brandrisico’s, biodiversiteitsmonitoring, alles wat maar van belang is voor technologische aanpak van de leefbaarheid van de moderne stad.

Veel vertelt ze aan de hand van een persoonlijke ontmoeting met een plaatselijke bewoner, ecoloog, ingenieur of uitvoerder. En vooral daar valt haar fijne pen op: ze schrijft met een ontwapenende eerlijkheid en laat veel van zichzelf zien. Zo komt haar Internet of Nature des te meer tot leven. Ze neemt de lezer bijvoorbeeld mee naar Maastricht waar ze de confrontatie aangaat met traditionele terreinbeheerders van het stadsvergroeningsproject De Groene Loper, een overkluizing van de snelweg. ‘Geen sensor kan mij vertellen wat ik niet al met mijn eigen ogen kan zien,’ is daar de initiële reactie. Maar nadat in een experiment (én een weddenschap om een maaltje zuurvlees) alle bomen mét sensor overleefden en veel van die zonder sensor wegkwijnden, raakten ook de meest verstokte arboristen-van-de-oude-stempel overtuigd van de meerwaarde.

Haar boek is niet de enige route waarlangs ze haar boodschap verkondigt. ‘Ik probeer alle trends samen te smeden en er zoveel mogelijk over te communiceren’, zegt ze. Zo bekleedt of bekleedde ze academische posities aan MIT’s Senseable City Lab, de Universiteit van Amsterdam en University College Dublin, doceerde een wintercursus over het Antropoceen aan de UvA, presenteert haar Internet of Nature -podcast die al vijf seizoenen loopt, en is TED Talk-spreker. En dat valt op! Forbes selecteerde haar in 2020 als een van de 30 Under 30. National Geographic wijdde een lang artikel aan haar en ze werd benoemd tot National Geographic Explorer.

‘Komend jaar belooft opnieuw druk te worden’, vertelt ze. ‘De promoties en presentaties rond mijn boek gaan door, en ik co-organiseer de allereerste City Nature Challenge op Curaçao, een vierdaagse wereldwijde community science-wedstrijd die mensen aanspoort stedelijke biodiversiteit vast te leggen.’ Het afgelopen jaar, waarin ze moeder werd en haar boek lanceerde, was intens, maar het heeft haar alleen maar meer kracht en vastberadenheid gegeven om haar boodschap uit te dragen: ‘Technologie kan natuur en mens in de stad dichter bij elkaar brengen’.

Foto: Alaïa Fonk

Lees nu ook