Het vrouwenhart

Deel

Foto: Shutterstock

Hartkloppingen, benauwdheid of pijn op de borst worden rond de overgang soms weggezet als stress of ‘iets wat erbij hoort’. In deze voorpublicatie uit De overgang: Een nieuwe fase, het nieuwe boek van stichting Biowetenschappen en Maatschappij, beschrijft cardioloog Janneke Wittekoek waarom de jaren rond de menopauze juist een belangrijk kantelpunt vormen voor hart en bloedvaten.


Hart- en vaatziekten zijn wereldwijd de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen. Het risico op hart- en vaatziekten neemt over het algemeen toe met de leeftijd, maar de overgang speelt een extra rol. De jaren rond de menopauze vormen een belangrijk kantelpunt voor het vrouwenhart.

De overgang als kantelpunt

Oestrogeen heeft een beschermende functie op de vaten. Door afname van het hormoon in de jaren rond de menopauze neemt die bescherming af. Daardoor worden bloedvaten stijver en gevoeliger voor ontregeling. Het maakt de overgang geen beginpunt van ziekte, maar wel een versneller van processen die vaak al langer spelen, zoals problemen met de bloeddruk of de vetstofwisseling.


Bij vrouwen beginnen hart- en vaatproblemen vaak subtieler dan bij mannen. De bloedvaten gaan langzaam minder goed werken. Ze ontspannen minder makkelijk, reageren sterker op prikkels en kunnen zelfs tijdelijk verkrampen. Dat noemen we functionele vaatproblemen. Er is dan nog geen duidelijke verstopping, maar de doorbloeding van het hart is wél verstoord. Juist in deze fase ontstaan vaak al klachten, zoals pijn op de borst, benauwdheid of extreme vermoeidheid. Bij mannen ontstaat het risico op hart- en vaatziekten anders. Bij hen zien we vaker het klassieke beeld van een vernauwing in een kransslagader, oftewel een ‘verstopt’ bloedvat aan de buitenkant van het hart. Dat noemen we obstructief vaatlijden. Dat beeld bestaat bij vrouwen ook, maar ontstaat vaak later in het ziekteproces.

Lichamelijke veranderingen

Binnenkant van de bloedvaten
De binnenbekleding van de bloedvaten (het endotheel) speelt een essentiële rol bij het reguleren van de vaatfunctie. Het zorgt ervoor dat bloedvaten zich kunnen aanpassen aan veranderingen in de zuurstof- en voedingsbehoefte van organen en weefsels. Oestrogeen helpt daarbij. Het zorgt ervoor dat de bloedvaten zich makkelijker ontspannen en beschermt tegen schade. Na de menopauze valt die bescherming weg. De bloedvaten worden stijver en reageren minder goed. Soms trekken ze zelfs kort samen. Dat gebeurt vooral in de kleinste bloedvaatjes van het hart. En juist die zijn moeilijk te onderzoeken.


Vrouwen beschrijven vaak een drukkend of beklemmend gevoel op de borst, pijn tussen de schouderbladen, een gevoel alsof de beha te strak zit, moeite met diep ademhalen of het gevoel niet goed te kunnen doorzuchten. Deze klachten gaan niet altijd gepaard met zichtbare vernauwingen van de kransslagaders. Ze worden daardoor regelmatig gemist of verkeerd geïnterpreteerd.


Bloeddruk
Veel vrouwen krijgen na de overgang een hogere bloeddruk. De weerstand in de stijver geworden vaten neemt toe, wat betekent dat het hart meer kracht moet leveren om het bloed rond te pompen. Ook reageert het lichaam anders op hormonen en stress.


Cholesterol

Hoewel cholesterolwaarden geleidelijk kunnen veranderen naarmate we ouder worden, zien we bij vrouwen vaak een duidelijke versnelling rond de menopauze. Oestrogeen beïnvloedt de manier waarop de lever cholesterol verwerkt en helpt LDL-cholesterol uit het bloed te verwijderen. Wanneer de oestrogeenspiegel daalt, stijgt het LDL-cholesterol vaak en kan ook het aantal schadelijke LDL-deeltjes toenemen. Tegelijkertijd neemt het beschermende effect van HDL-cholesterol af. Hierdoor wordt de kans groter dat cholesterol zich ophoopt in de vaatwand en slagaderverkalking ontstaat.


Vetverdeling

Na de overgang verandert ook de manier waarop het lichaam vet opslaat. Vaak neemt het buikvet toe en dat heeft direct invloed op de gezondheid en het risico op hart- en vaatziekten. Het kan zorgen voor meer ontstekingsreacties, lagere gevoeligheid voor insuline en hoger cholesterol.

Hoofd, hart en hormonen horen bij elkaar

Het hart staat niet op zichzelf. Er is een sterke verbinding tussen het hart, de hersenen en diverse hormonen. Samen vormen ze een systeem dat continu met elkaar ‘praat’. Wanneer de hormonen veranderen, verandert ook de manier waarop het lichaam reageert op stress en hoe de bloedvaten functioneren. Andersom werkt het ook: stress kan direct invloed hebben op hart en bloedvaten.


De hersenen sturen via het zenuwstelsel signalen naar het hart en de bloedvaten. Bij stress gaat bijvoorbeeld de hartslag omhoog en trekken de bloedvaten samen. Dat is een normale reactie. Maar als die stress vaak of langdurig aanwezig is, blijft dat systeem als het ware ‘aan’ staan. Oestrogeen helpt om dit systeem in balans te houden. Het zorgt ervoor dat bloedvaten zich makkelijker ontspannen en dempt de stressreactie van het lichaam.


Na de overgang valt die rem deels weg. Het lichaam reageert sneller en sterker op prikkels, zoals stress, emoties of inspanning. Daardoor kunnen bloedvaten eerder verkrampen en ontstaat er sneller een tekort aan zuurstof in de hartspier, zelfs zonder dat er een vernauwing is.


Dit verklaart waarom klachten zoals eerder genoemd (pijn of druk op de borst, pijn tussen de schouderbladen et cetera) bij vrouwen soms moeilijk te plaatsen zijn. Vaak wisselen deze klachten in intensiteit en treden ze niet alleen op tijdens inspanning, maar ook bij stress, emoties of zelfs in rust. Soms lijken de klachten onverklaarbaar, maar dat zijn ze niet. Ze passen alleen niet altijd in het klassieke beeld van een verstopte kransslagader. Het probleem zit dan niet in de doorgang van het bloedvat, maar in de functie en aansturing van de bloedvaten zelf.

Het vrouwenhart door het leven heen

Het risico op hart- en vaatziekten ontstaat niet ineens. Het bouwt zich op, stap voor stap, over de jaren. Vrouwspecifieke factoren uit het verleden kunnen het risico op hart- en vaatziekten op latere leeftijd verhogen. Risicofactoren verschillen sterk per persoon. Enkele voorbeelden:

– migraine

– herhaalde miskramen

– hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap

– pre-eclampsie of het HELLP-syndroom

– endometriose en adenomyose

Dit zijn geen losse problemen. Het kunnen aanwijzingen zijn dat de bloedvaten gevoeliger zijn. Rond de overgang kan dat verder tot uiting komen.

Wat kun je zelf doen?

Gelukkig betekent een verhoogd cardiovasculair risico na de overgang niet dat hart- en vaatziekten onvermijdelijk zijn. Juist in deze levensfase is er veel winst te behalen met tijdige herkenning en preventie. Een goede eerste stap is het kennen van je belangrijkste risicofactoren: bloeddruk, cholesterol, bloedsuiker, gewicht en buikomvang. Bespreek daarnaast overgangsklachten, hartkloppingen, kortademigheid, pijn op de borst of een verminderde conditie altijd met je arts, zeker als deze nieuw zijn ontstaan of toenemen.


Wanneer er aanwijzingen zijn voor een verhoogd risico kunnen aanvullende onderzoeken worden verricht, zoals bloedonderzoek, een inspanningstest, een CT-scan van de kransslagaders of specialistisch onderzoek naar de functie van de kleine bloedvaten van het hart.


De behandeling hangt af van de oorzaak van de klachten en het individuele risicoprofiel. Soms zijn leefstijlmaatregelen voldoende, zoals meer beweging, gezonde voeding, stoppen met roken, voldoende slaap en stressreductie. In andere gevallen kan behandeling van een hoge bloeddruk, een verhoogd cholesterol of diabetes nodig zijn. Bij sommige vrouwen met overgangsklachten kan hormoonsuppletietherapie onderdeel zijn van de behandeling, mits deze zorgvuldig wordt afgestemd op de persoonlijke situatie (zie kader: ‘Hormoonsuppletietherapie – veel misverstanden’).


De belangrijkste boodschap is dat klachten niet moeten worden weggewuifd als ‘horend bij de overgang’. De overgang is een belangrijk moment om opnieuw naar de gezondheid van hart en bloedvaten te kijken en waar nodig tijdig in te grijpen. De overgang is geen ziekte, maar wel een belangrijk cardiovasculair kantelpunt.


Hormoonsuppletietherapie – veel misverstanden
Hormoonsuppletietherapie heeft lange tijd een slechte naam gehad als het gaat om hart- en vaatziekten. Dat kwam vooral door de publicatie van de Women’s Health Initiative-studie in 2002. In dit grote Amerikaanse onderzoek werd hormoonsuppletietherapie geassocieerd met een verhoogd risico op onder andere hart- en vaatziekten en beroertes. Hierdoor ontstond wereldwijd veel onrust over de veiligheid van hormoonsuppletietherapie.

Maar later bleek dat de onderzochte vrouwen gemiddeld 63 jaar oud waren en vaak pas vele jaren na de overgang met hormoonsuppletietherapie begonnen. Veel van hen hadden bovendien al risicofactoren voor hart- en vaatziekten. Daarmee verschilde de onderzoeksgroep aanzienlijk van de vrouwen die in de dagelijkse praktijk hormoonsuppletietherapie starten vanwege overgangsklachten, meestal rond de menopauze.

Inmiddels weten we dat de timing van groot belang is. Wanneer hormoonsuppletietherapie wordt gestart rond de overgang, onder de 60 jaar of binnen tien jaar na de laatste menstruatie, blijkt het cardiovasculaire risico voor de meeste gezonde vrouwen laag te zijn. Sommige studies suggereren zelfs dat vroege behandeling gunstige effecten kan hebben op de bloedvaten. Oestrogeen ondersteunt namelijk verschillende processen die belangrijk zijn voor een gezonde vaatfunctie.

Dat betekent niet dat hormoonsuppletietherapie voor iedere vrouw geschikt is. Het gaat niet om een eenvoudige keuze tussen wel of geen hormoonsuppletietherapie, maar om maatwerk. Leeftijd, tijd sinds de menopauze, klachten, persoonlijke voorkeuren en het cardiovasculaire risicoprofiel spelen allemaal een rol.

Bij sommige vrouwen wordt hormoonsuppletietherapie afgeraden of is extra voorzichtigheid nodig. Als we het hebben over hart en vaten moet bijvoorbeeld gelet worden op een doorgemaakte veneuze trombose of longembolie, een recente beroerte of hart- en vaatziekte. In die situaties moeten de voordelen en risico’s zorgvuldig worden afgewogen.

Geen vrouwenkwaaltje
De overgang: Een nieuwe fase behandelt een levensfase die lang is weggemoffeld als privéongemak, terwijl de gevolgen kunnen doorwerken in hart, hersenen, botten, seksleven, werk en zorg. Onder redactie van Monique Brood-van Zanten, Dorenda van Dijken en Susana Chuva de Sousa Lopes brengen specialisten en ervaringsverhalen in kaart wat er hormonaal, lichamelijk en maatschappelijk verandert rond de menopauze. Het boek is soms nadrukkelijk voorlichtend, maar juist daardoor bruikbaar: het corrigeert hardnekkige misverstanden over hormoonsuppletietherapie, het vrouwenhart, seksualiteit en ‘hormoonbalans’. Zo wordt duidelijk dat de overgang geen vaag vrouwenkwaaltje is, maar een levensfase met biologische gevolgen die nog te vaak worden onderschat. (SvS)

Lees nu ook