In Nederland leven 47 duizend eukaryote soorten, maar we zijn ook ‘kampioen biodiversiteitsverlies’ (Statusrapport Nederlandse Biodiversiteit 2025). Is soortenbehoud of -herstel mogelijk en hoe bereik je dat?

Liesbeth Bakker, ecoloog bij NIOO-KNAW en hoogleraar rewilding in Wageningen
‘Gericht soorten behouden is niet het oogmerk van rewilding. Het draait hierbij om het herstellen van natuurlijke processen en ecosystemen door de natuur meer ruimte te geven en de mens minder te laten ingrijpen. Het richt zich vooral op meer veerkracht en in dat opzicht is toename van de soortenrijkdom wel een gewenste uitkomst. Ook doelsoorten uit vogel- of habitatrichtlijnen vinden door rewilding wellicht weer een plek, ondanks dat ze geen direct doel zijn. Voor een gebied wordt wel gekeken of specifieke sleutelsoorten een rol kunnen spelen en bijvoorbeeld grote grazers geherintroduceerd om natuurlijke processen te herstarten.
‘Grappig genoeg duiken soms ook totaal onverwachte soorten op. Een voorbeeld zijn zomertortels bij de rewilding van Knepp Estate in Zuid-Engeland. Zomertortels kennen we vooral als vogels van kleinschalig agrarisch cultuurlandschap met houtwallen en die vogels zijn overal in Europa enorm in aantallen achteruitgegaan. Bij Knepp lieten ze juist het agrarisch beheer los en daar ontstond toen een landschap met struwelen en verwilderde hagen waarin zomertortels het heel goed bleken te doen. Misschien lijkt dit ook meer op hun oorspronkelijke habitat en geldt dat voor meer cultuurvolgers. Want waar zaten die soorten voor het landschap in cultuur is gebracht?
‘Zelf zie ik rewilding als een weg naar natuurherstel, wat iets toevoegt aan het bredere pallet van beheerde natuurgebieden, cultuurlandschappen, landbouwinclusieve natuur, natuurinclusieve landbouw en stadsnatuur. Ze kunnen prima naast elkaar bestaan. Een goed voorbeeld is de ontwikkeling van moerasnatuur op voormalige landbouwgrond in bufferzones rond de Nieuwkoopse Plassen en het Naardermeer. Die bieden voedsel voor moerasvogels van deze natuurgebieden, waarmee ze elkaar versterken.
‘Rewilding past goed bij meer dynamiek en meebewegen met klimaatverandering. Het gaat uit van een zelfredzaamheid van de natuur en niet te veel toegeven aan de drang tot tuinieren. Door te werken aan gunstige randvoorwaarden zoals grondwaterstand en stikstofdepositie verhoog je de kans op meer biodiversiteit. Welke soorten dat precies oplevert blijft soms een verrassing aangezien we soorten zullen krijgen die aangepast zijn aan de toekomstige omstandigheden, niet aan die van het verleden.’
Joop Schaminée, emeritus Westhoff-hoogleraar onderzoek aan plantengemeenschappen in Wageningen en Nijmegen
‘Nederland is niet zo soortenrijk, maar als delta van vier rivieren hebben we wel een grote kleinschalige variëteit aan landschaptypen. Zo telt ons landje liefst 51 habitattypen die bescherming genieten onder Natura 2000. Echt een unieke lappendeken aan natuur. Er is veel kritiek op, maar ik zie Natura 2000 als een zegen. Het verplicht Europese lidstaten voor beschermde gebieden een goede staat van instandhouding te garanderen. Hadden we dat niet gehad dan waren er al veel meer soorten verdwenen.
‘Door klimaatverandering is sprake van verschuivingen van arealen, maar vasthouden aan doelsoorten is geen doodlopende weg. De RIVM-modelstudie Euromove voorspelde ruim 25 jaar geleden dat veel plantensoorten uit Nederland zouden verdwijnen maar er is er geen één verloren gegaan. Het gaat desondanks wel slecht met veel plantensoorten.
‘Met ons initiatief Het Levend Archief hebben we een zadenbank voor inheemse plantensoorten opgezet. Een back-up en bevroren depot met vijfhonderd Rode-Lijstsoorten, waarvan er zo’n zeventig elk moment kunnen verdwijnen. Die zaden kunnen we gebruiken om op een verantwoorde manier genetisch verzwakte populaties ter versterken of – onder strikte voorwaarden – voor herintroducties. Daarnaast moeten we in het beheer nog meer maatwerk gaan leveren om soortenrijke levensgemeenschappen in onze cultuurlandschappen duurzaam te behouden. Bijvoorbeeld door vaker te maaien en hooien met nabeweiding, want Nederland dreigt te vergrassen, als gevolg van klimaatverandering en stikstofbelasting. Maatwerk is nodig om gewenste populaties van plantensoorten en habitattypen te behouden of te herstellen. En als de flora op orde is, volgt de fauna meestal vanzelf.
‘Inzetten op gewenste cultuurlandschappen bijt rewilding trouwens niet, ze kunnen naast elkaar bestaan en elkaar versterken. Voor soortenbehoud is het ook nodig dat biologen verhalen vertellen en – liefst samen met kunstenaars – voeding geven aan verwondering. Zelf vertel ik vaak over de roggelelie die onder de hemelpoort staat afgebeeld op het 15de-eeuwse drieluik Het Laatste Oordeel van Hans Memling. Zulke verhalen houden soorten in leven.’
