
Eén grote transitie gevolgd door meerdere succesvolle kolonisaties kenmerkt de evolutie van de semi-aquatische wantsen (Gerromorpha), die nu als schaatsenrijders, beeklopers of oceaanrijders leven op het grensvlak van lucht en water. Dit mozaïekachtig evolutietraject beschrijven Chinese entomologen, waaronder de Wageningse masterstudent Zhaoqi Leng, na fylogenetische en morfologische analyses aan 215 soorten van zulke wantsen (PNAS, 9 maart). Voorouders van deze insecten leefden zo’n 247 miljoen jaar geleden op vochtige plaatsen op het land en hebben één grote transitie naar het leven aan het wateroppervlak ondergaan, met een grote verschuiving van ‘lopen’ naar ‘roeien’ in het midden-Jura (193-179 miljoen jaar geleden).
Vervolgens koloniseerden deze semi-aquatische insecten met succes een breed scala aan verschillende leefomgevingen aan het wateroppervlak van het midden-Jura tot boven-Krijt (160-79 miljoen jaar geleden): van snelstromend tot stilstaand zoetwater en van getijdengebied tot aan oceaanoppervlak. In marginale leefomgevingen vonden meerdere omkeringen van ‘roeien’ naar ‘lopen’ plaats, terwijl soorten in open habitats aan het wateroppervlak dezelfde wijze van voortbeweging behielden gedurende hun evolutionaire geschiedenis. De door entomologen van Nankai University geleide onderzoekgroep stelt dat hun studie ‘een typisch voorbeeld is van macro-evolutionaire dynamiek bij soorten die zijn aangepast aan gespecialiseerde habitats’. Samengevat noemen zij de geschiedenis van habitatbezetting van deze soorten zowel ‘zeer complex als geordend’, vanwege de grote rol van ‘omgevingscontext en functionele eisen’ van het lucht-watergrensvlak.
