
Wat vinden biologen leuk aan Bionieuws en wat slaan ze het liefst over. Een rondje reacties, van student tot hoogleraar en met een belangrijk advies van de oudste lezer van Bionieuws.

Annette de Deugd-van Kalkeren, bioloog en senior beleidsmedewerker bij onderzoeksorganisatie NWO:
‘Waarschijnlijk ben ik ergens rond 1996 ingestapt als lezer. In Groningen kreeg je het als student gratis als je in het laatste jaar van je studie zat. Na mijn afstuderen heb ik een abonnement genomen, want ik las het altijd met plezier. Het sprak mij erg aan omdat het de biologie in de hele breedte behandelt. Die interesse heb ik eigenlijk altijd gehouden: ook mijn promotieonderzoek in Amsterdam was eigenlijk een combinatie van neurobiologie, immunologie, gedragsbiologie en darmfysiologie. De meeste belangstelling heb ik – beroepsmatig – voor Nederlands onderzoek. Ik heb geen voorkeur voor specifieke rubrieken, maar scan de krant op wat mij interessant lijkt. Dat zijn overigens opvallend vaak stukken over onderwijs, dus blijkbaar ligt daar ook een interesse. Wat ik mis? Nou, misschien analyses en achtergrondverhalen over trends als de gut-brain axis en glycobiologie. En aandacht voor jonge onderzoekers. Ik heb zelf tijdens mijn promotie ooit in de rubriek Hora est gestaan en ik zou het leuk vinden over de huidige ervaringen van PhD’ers te lezen.’

Roel Wouters, masterstudent biologie in Leiden en voorzitter van het Landelijk Overleg Biologie Studenten (LOBS):
‘In Leiden krijgen best veel studenten biologie Bionieuws , maar of ze hem ook allemaal lezen? Zelf blader ik het blad wel regelmatig door. Het biedt toch een soort platform van wat er allemaal in Nederland gebeurt in de biologie. Ik kijk in ieder geval even naar de agenda. Laatst vond ik daarin een bijeenkomt over papegaaienziekte in Bilthoven, daar ben ik heen geweest en dat had ik anders nooit gevonden. Verder vinden we het als LOBS natuurlijk heel mooi dat Bionieuws de columnestafette van studieverenigingen publiceert en aandacht besteedt aan ons jaarlijks congres en de masterdag. Als Bionieuws straks via de app ook echt toegankelijk wordt via je mobiele telefoontje, kan dat voor studenten wel interessant zijn. Persoonlijk vind ik het niet erg dat het niet in het Engels is, maar dat wordt wel een factor. Bij sommige instellingen wordt Engels nu bijna opgelegd als voertaal.’

Jan Carel Zadoks, emeritus-hoogleraar fytopathologie en met 90 jaar waarschijnlijk de oudste Bionieuws-lezer:
‘Wanneer ik het Vakblad ben gaan lezen? Dat moet rond mijn afstuderen in Amsterdam zijn geweest, toen ik in Wageningen begon. Ergens rond 1956, meer dan vijftig jaar geleden. Waarom? Nou gewoon, we zijn toch allemaal kuddedieren. Dus moet je ook weten wat er allemaal om je heen gebeurt. Ik heb ook wel eens wat gepubliceerd in het Vakblad . In de jaren zeventig een keer over remote sensing of teledetectie: hoe je biologie kunt bedrijven vanuit de ruimte. Ik was toen een van de eerste Nederlanders die contact had met NASA. Via satellietbeelden kun je veel interessante informatie over vegetatie te weten komen, dus dat deelde je dan met je vakgenoten. Als hoogleraar had ik eigenlijk geen tijd om het blad te lezen, maar nu weer wel. Ik vind Bionieuws een uitstekend blad en zo blijf ik “bij” in de biologie. Alleen onderwijs sla ik over, want dat ligt achter mij. Ik voel me nog niet oud en misschien helpt het lezen van Bionieuws een beetje om jong te blijven.’

John van der Oost, hoogleraar microbiologie in Wageningen, CrisprCas-expert en winnaar Spinozapremie:
‘Iedere Bionieuws is weer een feestje. Dat meen ik echt. Ik geloof niet dat ik ooit bewust een abonnement heb genomen, volgens mij was het gekoppeld aan het lidmaatschap van de Nederlandse Vereniging voor Microbiologie. De belangrijkste reden waarom ik Bionieuws lees is om snel een update te krijgen van wat er allemaal in de biologie gebeurt. Ik lees heel graag die korte stukjes in de kantlijn. Het is heel toegankelijk geschreven en het brengt je soms op nieuwe ideeën. Het is godsonmogelijk om zelf alle literatuur bij te houden, zelfs de literatuur over Crispr-Cas bijhouden lukt me al niet meer. Maar Bionieuws komt in het weekend en dan ga ik er echt even voor zitten. Ik scroll er doorheen. Ik zou niet weten wat er in Bionieuws mist en eigenlijk wil ik dat ook helemaal niet weten.’

Corine Eising, gedragsbioloog en PhD-coördinator bij het Groningen Institute for Evolutionary Life Sciences (Gelifes):
‘Om eerlijk te zijn heb ik Bionieuws al lang niet of nauwelijks gelezen, dus het zou niet fair zijn nu uitspraken over de inhoud van het blad te doen. Het staat al een tijd op mijn prioriteitenlijstje ergens op plaats 112; dat komt deels door persoonlijke omstandigheden. Mijn goede voornemen is om het blad nu weer van voor tot achter te gaan lezen. Ik heb er ook geen moment over gedacht om mijn abonnement op te zeggen, Bionieuws hoor je als bioloog te lezen. Ik nam wel af en toe een stapeltje mee naar de Gelifes-koffietafel en dan wordt het zeker wel gelezen. En ik hoop echt dat Bionieuws nog heel lang zal blijven bestaan.’

Liesbeth Pronk, docent biologie aan het Almere College in Dronten:
‘ Bionieuws lezen is voor mij een relaxmoment. Wat ik zeker bekijk is de scriptierubriek omdat daarin ook vaak profielwerkstukken aan bod komen. Ook lees ik bijna altijd de lesideeën en de agenda om te kijken of daar iets interessants voor me bij zit. Soms gebruiken we Bionieuws ook in de klas door leerlingen een artikel te laten lezen en dan daar dingen uit te laten benoemen. Ook in veel artikelen over biologisch onderzoek zit vaak wel iets waaruit je inspiratie voor lessen kunt halen. En Bionieuws helpt je je vak bij te houden.’
FOTO IMAGESELECT/BEWERKT AR
