Word lid

‘Ik ben vast een heel vreemde eend in de bijt’

Deel

Promovendus Norbert Peeters. Credit: Daisy de Pater

‘Als het over exoten gaat, hoor je nu vaak militaire krijgstaal. Over invasies en destructie, waarvoor aanvalsplannen nodig zijn om tot eliminatie te komen’, zegt botanisch filosoof Norbert Peeters (1985) via Teams, kort voor zijn promotie op 20 januari in Leiden. ‘Ik hoop met mijn proefschrift ook bij biologen meer besef te kweken dat woorden ertoe doen.’ Zijn proefschrift met de ultrakorte titel Exoot verschijnt ook als handelseditie, geheel in lijn met eerdere boeken waarvan Peeters (mede-)auteur was: Plantaardig (2015), Botanische revolutie (2016), Rumphius’ Kruidboek (2019) en Wildernis-vernis (2021). Zijn disciplineoverstijgende insteek weerspiegelt zich in zijn twee promotoren: wetenschapsfilosoof James McAllister en milieubioloog Geert de Snoo.


‘Ook qua promotietraject ben ik vast een heel vreemde eend in de bijt’, erkent Peeters, nu universitair docent filosofie in Wageningen. ‘Ik heb direct na mijn afstuderen als filosoof in 2013 een poging gewaagd via het reguliere kanaal van PhD-student, maar dan moet je aanhaken bij onderwerpen waar geld voor is en dat is niet gelukt. Daarna legde ik me toe op een externe promotie op wildernisbeleving, maar mijn begeleiders vonden dat onderwerp veel te ambitieus. Dit is mijn derde poging: met horten en storen is driemaal scheepsrecht.’ Zijn proefschrift wijkt ook af omdat het in het Nederlands verschijnt en niet bestaat uit een bundeling van artikelen, maar als boek met hoofdstukken en afsluitende conclusies. 


‘Ik laat zien hoe grondwoorden als kolonist, onkruid en invasieveling semantisch met elkaar verbonden zijn geraakt tot invasieve exoot en welke rol Linnaeus en Darwin daarin speelden als geestelijke vaders’, vat Peeters kort samen. ‘Zo spreekt Linnaeus – nota bene in een van de 250 proefschriften die hij in opdracht schreef – in 1768 al van plantaardige kolonisaties en legt Darwin later tijdens zijn Beaglereis de link met invasies. Hij beziet dat vooral als een interessant fenomeen en roept ook nergens op tot bestrijding. Zelf vind ik dat een goede houding als wetenschapper. We moeten natuurlijk niet onze ogen sluiten als exoten lokale biodiversiteit echt ernstig bedreigen. Maar ons ook realiseren dat áls je het beeld van een hamer in je hoofd hebt, je geneigd bent alles te zien als een spijker.’ 

Lees nu ook