
Machtsstrijd binnen dierengroepen draait vaak om harde competitie en het recht van de sterkste. Maar recente onderzoeken laten zien: het beeld van de alleenheersende alfaman is eenzijdig en ook tegenmacht is een natuurfenomeen.
Foudouko was geen sympathieke chimpansee. Het alfamannetje regeerde zo meedogenloos dat de Duitse en Amerikaanse wetenschappers die zijn troep bestudeerden hem de bijnaam ‘Saddam’ gaven. Een ware tiran.
Vanaf het begin van de jaren 2000 observeerden de primatologen en antropologen het gedrag en de machtsstructuren van de chimpansees in Fongoli, Senegal. Foudouko, die in 2005 aan de macht kwam, hield samen met bètaman Mamadou door middel van intimidatie en agressie hun troep in zijn greep.
Een strikte hiërarchie met bovenaan een alfa- en bètamannetje is gebruikelijk bij chimpansees, maar de mate van geweld varieert sterk. De overige Fongoli-chimpansees konden niets doen dan hun lot aanvaarden. Tot de situatie in 2007 plotseling veranderde: Foudouko had een beenwond opgelopen. De andere mannen beseften: het was nu of nooit. Ze verjoegen hun voormalige onderdrukker.
Tot verbazing van de onderzoekers keerde de gevallen tiran negen maanden later terug. Foudouko daagde de nieuwe leider David niet uit en bleef aan de rand van het territorium. Hij leek zijn nieuwe positie te accepteren, maar zes jaar later probeerde hij een van de vrouwtjes het hof te maken. ‘s Nachts lanceerden een aantal mannelijke groepsleden een aanval. De volgende ochtend troffen de onderzoekers Foudouko dood aan, beschrijven ze in een publicatie in 2017 (International Journal of Primatology).
Bovenstaand relaas bevestigt ons beeld van hoe het eraan toe gaat in het dierenrijk. Het recht van de sterkste regeert, één moment van zwakte en de leider is er geweest. Wanneer het in de media gaat over dieren en macht, spreken we vaak in Machiavelliaanse termen van manipulatie en onderdrukking. En even vaak worden dierlijke voorbeelden aangehaald om machtsvertoon bij mensen te rechtvaardigen.
Van die voorbeelden zijn er genoeg natuurlijk, en niet alleen bij chimpansees. Berucht is onder meer de dwergmangoest. Dominante vrouwtjes markeren seksegenoten met hun urine, waarin hormonen zitten die de voortplantingshormonen bij deze vrouwtjes onderdrukken. Raken de ondergeschikten toch in verwachting, dan jagen de dominante vrouwtjes hen net zo lang op tot ze van de stress een miskraam krijgen.
Intimidatie
En neem een onschuldig ogend vogeltje als de koolmees. Ook die kent een strakke hiërarchie op basis van intimidatie en agressie. Wanneer het voorjaar op komst is, gaat het testosteron van de mannetjes omhoog en beginnen ze hun territorium te verdedigen tegenover concurrenten, vertelt Kees van Oers, diergedragsonderzoeker bij het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW). ‘Dit doen ze totdat hun jongen uit het ei zijn gekropen en ze die gaan voeren. Tegen die tijd zijn ze er zeker van dat die jongen van hen zijn.’
De natuur is vaak hard. Maar recente publicaties laten zien dat deze kijk op macht in het dierenrijk eenzijdig is. Het beeld van de alfaman als agressieve alleenheerser blijkt lang niet altijd te kloppen en machtsmisbruik wordt in de natuur vaak afgestraft. Net zozeer als competitie en het streven naar macht onderdeel zijn van de natuur, zijn samenwerking en het ontstaan van tegenmacht dat ook.
Neem de wolf, een soort die in de volksmond wordt geassocieerd met een dominantie-hiërarchie. In 2023 prikten wetenschappers in een stuk in de New Yorker de mythe door: deze was ontstaan dankzij een studie uit de jaren dertig, uitgevoerd bij in gevangenschap levende wolven die geen familie van elkaar waren en keihard vochten om de macht. Een boek uit de jaren zeventig populariseerde dit beeld. Inmiddels is duidelijk dat wolvenroedels families zijn en dat net als bijvoorbeeld bij olifanten, leiderschap tot stand komt door ervaring en simpelweg het ouderpaar bovenaan staat.
Chimpansees kennen wel een dominantie-hiërarchie, waarbij de mannen heersen over de vrouwen en die mannen onderling een strikte ‘agressie-rangorde’ hanteren. Mannen bovenaan die hiërarchie hebben meer toegang tot vrouwtjes, voedsel en worden het meest gevlooid. ‘Maar als het gaat om veel van de beslissingen die groepen nemen, is de verantwoordelijkheid eigenlijk veel gelijkmatiger verdeeld over de individuen,’ zegt Damien Farine, diergedragsonderzoeker aan de Australische Nationale Universiteit.

Hapje
Erg verbazingwekkend is dit niet. Wil een groep functioneren, dan moeten de leden ervan voldoende voedsel en water tot hun beschikking hebben en een plek om te schuilen. Anders kan de groep uit elkaar vallen. ‘Als je nadenkt over de communicatie en administratie die erbij komt kijken voor één enkele leider die moet bijhouden wat iedereen nodig heeft en ook nog de groep moet aansturen’, zegt Farine, ‘dat slaat nergens op.’
Farine en zijn collega’s publiceerden in 2020 in Science Advances een intrigerende studie van parelhoenders in Kenia. Die leven groepen van zo’n zestig vogels met een steile hiërarchie. Farines collega Danai Papageorgiou viel het op dat wanneer de alfa-man andere individuen bij een lekker hapje had weggejaagd, de rest van de groep vervolgens een andere kant op bewoog. De alfavogel bleef alleen achter en moest kiezen: blijven dooreten en zich daarbij blootstellen aan het gevaar van roofdieren, of schoorvoetend de groep volgen. De keuze was snel gemaakt.
Volgens de onderzoekers ‘nivelleren’ de vogels via dit soort gezamenlijke besluitvorming macht – wie er op het ene vlak veel van heeft, heeft dat niet op een ander vlak. Net zo’n dynamiek namen ze waar bij bavianen die in hetzelfde gebied leven. Dergelijke processen, zo blijkt, spelen bij veel diersoorten.
Aan de Humboldt Universiteit in Berlijn bestudeert de huidige groep van Papageorgiou hoe dieren binnen groepen elkaars macht in balans houden. Dat doen die dieren soms door samen te spannen, of zoals bij de parelhoenderen door collectief gedrag. Het team doet onder meer experimenten met zoetwatervissen om te testen hoe die reageren op een robotvis die de leider uithangt. Het uitbalanceren van macht, stelt Papageorgiou, komt de overlevingskansen van de groep en daarmee van de groepsleden ten goede. ‘Nivellering lijktt op te treden in reactie op macht.’
Individuele dieren die op het ene vlak machtig zijn, hebben die macht op andere gebieden zelden ook. Bij chimpansees leidt de alfaman zelden de patrouilles van mannen langs de territoriumgrenzen en gaat hij niet voorop bij het zoeken naar voedsel. Vrouwen hebben ook veel invloed, alleen al omdat jonge chimps minstens tien jaar bij hun moeder blijven. ‘Wanneer je puur kijkt naar de hiërarchie van agressie, doe je de complexiteit enorm tekort’, zegt chimpansee-onderzoeker Aaron Sandel van de Universiteit van Texas. ‘Er spelen meer hiërarchieën en er zijn verschillende manieren om een succesvolle chimpansee te zijn.’
En zelfs de ‘agressiehiërarchie’ van chimps wordt niet alleen bepaald door agressie, toont het onderzoek van Katie Slocombe, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van York (Animal Behavior, 2022). Constant vormen de chimps vriendschappen en coalities met groepsleden waar ze iets aan hebben. Haar team speelde onder meer geluiden af van groepsgenoten in de buurt van etende chimps. ‘Als de aankomende chimpansee een hogere rang had of een vriend was, was de kans veel groter dat ze die riepen om eten te delen,’ zegt Slocombe. ‘En ze riepen het vaakst in de buurt van een hoger geplaatst, vriendelijk individu.’
Rugharen
Of de agressieve of juist de relationele stijl meer de overhand heeft, verschilt per groep, observeerde Slocombe. Tijdens haar promotie-onderzoek in Budongo National Park (Oeganda), was fysiek agressief contact daar zeldzaam. Later bestudeerde Slocombe chimpansees in het verderop gelegen Kibale National Park. ‘Daar doen ze veel aan body slamming, waarbij ze de ondergeschikte bij zijn rugharen oppakken en hem tegen zijn poten slaan.’
Bepalend voor zo’n cultuur is de leiderschapsstijl van de alfaman. De recent overleden Nederlandse primatoloog Frans de Waal liet al zien tijdens zijn onderzoek in Burgers’ Zoo in Arnhem, eind jaren zeventig, hoe die stijl kan verschillen. In zijn boek Chimpanseepolitiek (1982) beschrijft De Waal hoe de jongere man Luyt de leider Yeroen uitdaagt. Dat doet Luit niet door geweld of bedreiging, maar door draagvlak te creëren bij de andere chimps. Hij verzorgt hen, deelt voedsel. Hij toont dat hij vrede en rust kan brengen en wordt beloond met buigingen en onderdanige glimlachen. Zoals De Waal schrijft: ‘Een leider ontvangt steun en respect van de groep in ruil voor het handhaven van de orde.’
Heeft een alfa eenmaal die steun, dan hoeft een moment van zwakte ook niet zijn einde te betekenen, aldus Slocombe. Ook alfa-chimp Duane uit Budongo raakt op een bepaald moment verzwakt, doordat hij bij een val zijn been breekt. ‘Maar omdat Duane als alfa dominant gedrag wist te balanceren met het bouwen van relaties, wijkt bètaman Marni niet van zijn zijde tot hij is hersteld. Duane behoudt de alfapositie, en blijft na zijn herstel nog een paar jaar aan de macht.’
Samenwerking uit eigenbelang
Voor mensen is het vrij duidelijk: prosociaal gedrag en samenwerking vinden we goed, een egalitaire samenleving met gelijke kansen ook. Van agressie, intimidatie en een strakke hiërarchie hebben we een veel negatiever beeld. Maar de natuur is niet zo zwart-wit. Een voorbeeld hiervan lieten onderzoekers van de Universiteit Utrecht onder leiding van universitair hoofddocent diergedragsonderzoek Jorg Massen recent zien: onder een despotische leider blijken tweetallen makaken beter samen te werken dan in meer egalitaire populaties (Nature Communications, 30 april). Een ander voorbeeld is de blauwe ekster of de kraaien in de binnenlanden van Spanje. Bij die vogelsoorten helpen ook niet-gerelateerde groepsleden met het grootbrengen van de jongen. Maar ook coöperatief gedrag draait om kosten versus baten, vertelt Massen: ‘Dat helpen doen, in ieder geval die kraaien, ze alleen wanneer het dominante koppeltje aanwezig is, zodat die zien hoe goed ze bezig zijn.’
