In Egmond aan Zee dompelden docenten zich onder meer onder in mariene mysteries rond sponzen en walvisbotten.

Bezoekers bestuderen de schedel en onderkaak van een bruinvis tijdens de workshop over walvisbotten.
‘Sponzen zijn onze oudste nog levende meercellige voorouders’ en ‘sponzen zijn de kringloopmotor van koraalriffen’. Als een ware sponsambassadeur neemt de Amsterdamse marien bioloog Jasper de Goeij op 17 januari in Egmond aan Zee zo’n 700 docenten mee op ontdekkingreis in zee. Zijn hoofdboodschap in de openingslezing van de 34ste NIBI-onderwijsconferentie is dat de motor van mariene biodiversiteit zit in de sponge loop , het deel van de voedselketen waarbij sponzen opgeloste stoffen uit zee opnemen en vastleggen.
‘Koraalriffen zijn voedselrijke oases omringd door een mariene woestijn. Aan de basis van de voedselketen staan eencellige algen, die suikers en andere koolhydraten produceren. Daarvan lost een groot deel op in het zeewater. Dat is voor de meeste rifbewoners niet bruikbaar, maar wel voor sponzen’, aldus De Goeij. Die sponzen zijn niet echt zichtbaar, maar leven als binnenbekleding van holtes en grotten van koraalriffen. Ze omvatten echter een enorm volume. De Goeij neemt zijn gehoor mee in zijn persoonlijke zoektocht, met beelden en filmfragmenten van tal van experimenten in het lab en op het rif.
Hoewel de sponzen nauwelijks lijken te groeien, blijkt er toch sprake van veel celdelingen. ‘Het is de snelst bekende celdeling in levend weefsel. In drie dagen gooien sponzen alle oude cellen eruit.’ Die enorme productie aan detritus of sponzenpoep vormt volgens De Goeij de motor van tropische koraalriffen én van koude koraalriffen dieper in zee. ‘Sponzen domineren onze planeet’, is zijn boodschap en ‘er zijn meer mensen op de maan geweest dan op het diepste punt van de oceaan’.
WALVISBOTTEN
Direct na de pauze geeft bioloog Arthur Oosterbaan, conservator van Ecomare op Texel, tijdens een workshop aan een kleinere groep docenten uitleg over een ander zeemysterie: walvisevolutie. De tafels liggen bezaaid met walvisbotten, afkomstig uit de bijna 5600 strandvondsten die oud-visserman Adrie Vonk op Texel bijeenbracht. Na zijn inleiding zet Oosterbaan de deelnemers aan het werk: ‘Bekijk de botten, probeer te beredeneren wat het is, waar het zat en van welke walvisachtige het afkomstig is. En wat zegt het bot over het leven in zee?’
Biologiedocent Frank van Wieland van het Pax Christi College in Druten buigt zich over een enorme lendenwervel van een gewone vinvis en constateert dat het bot niet zo zwaar weegt. ‘Dat klopt’, doceert Oosterbaan, ‘vrijwel alle walvisbotten zijn sponsachtig want onder water heb je geen sterke, massieve botten nodig. De enige uitzondering zijn bulla’s, deze raar gewonden gehoorbenen. Die zijn zo compact omdat ze niet mee mogen trillen als walvissen zwemmen’. De take home message van Oosterbaan voor docenten is simpel: ‘Elk bot vertelt een verhaal over de leefwijze: dat geldt voor walvisbotten, maar je kunt het net zo goed uitleggen aan de hand van kippenbotjes.’
De motor van mariene biodiversiteit zit in de sponge loop
