De instroom aan biologische eerstejaarsstudenten stabiliseert dit jaar, met een positieve uitschieter voor de Vrije Universiteit Amsterdam.
Dit studiejaar starten in totaal 3.913 eerstejaarsstudenten met een universitaire bacheloropleiding in de biowetenschappen. Dit is slechts een fractie meer dan de 3.899 die vorig studiejaar instroomden in een opleiding biologie, biomedische wetenschappen of biologiegerelateerde studie. Voor biologie is de landelijke instroom met 1.098 vrijwel gelijk aan die in 2018: toen begonnen er 1.100 eerstejaars met biologie. Dit blijkt uit de instroominventarisatie die Bionieuws jaarlijks en traditiegetrouw rond 1 oktober houdt onder opleidingscoördinatoren (zie bijgaande grafieken).
Er zijn landelijk geen grote verschuivingen in de aantallen eerstejaarsbiologiestudenten die instromen. De volledig Engelstalige biologieopleidingen in Groningen en Nijmegen kennen beide een bescheiden groei van respectievelijk 6 en 4 procent ten opzichte van 2018. De Utrechtse biologie-opleiding blijft de grootste, met 335 eerstejaars, vrijwel hetzelfde aantal als vorig jaar. Grootste daler is Wageningen, waar op 1 oktober 129 eerstejaars aan de biologieopleiding deelnemen, 32 procent minder dan vorig jaar. In Leiden groeit de instroom met 14 procent tot 198 eerstejaars, waarmee deze universiteit na lange tijd weer de derde plaats inneemt qua instroom aan biologiestudenten.
UITSCHIETER
Opmerkelijke positieve uitschieter is de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam, waar dit jaar 42 eerstejaarsbiologen de bacheloropleiding instromen. Een stijging met 83 procent ten opzichte van de 23 eerstejaars in 2018. De VU zit hiermee weer ongeveer op het niveau van tien jaar geleden en de toen ingezette dalende lijn – met als dieptepunt een instroom van 14 eerstejaars in 2017 – lijkt omgebogen in een stijgende.
‘We zijn hier heel blij mee’, zegt gedragsecoloog en opleidingsmanager Joris Koene. ‘We hebben er keihard aan gewerkt om beter zichtbaar te zijn. Wat vast ook meegeholpen heeft is dat we al twee jaar op rij een topopleiding worden genoemd in de Keuzegids Universiteiten ’, aldus Koene. Als andere mogelijke verklaring noemt hij de duidelijke profilering van de systeemaanpak in zowel de ecologie als in de cel- en moleculaire wetenschappen. ‘De aandacht voor systeembiologie past ook prima bij de onderzoeksprofielen van de betrokken afdelingen en we komen daardoor wellicht meer in beeld bij scholieren met een biomedische belangstelling’, aldus Koene. ‘Onze uitdaging is nu deze instroom vast te houden en misschien nog iets te vergroten. Maar we hebben echt niet de ambitie te groeien tot driehonderd. Onze kracht als kleine opleiding is juist dat we veel interactie hebben tussen studenten en docenten. De groei heeft de sfeer wel positiever gemaakt, je staat als docent toch niet graag voor een halflege zaal.’
Opmerkelijk is dat de grotere instroom aan biologen bij de VU niet lijkt te kannibaliseren op de eigen opleiding biomedische wetenschappen. Die nu volledig Engelstalige opleiding groeit ook, met 15 procent tot 271 eerstejaars. Alleen de – eveneens Engelstalige – opleiding biomedische wetenschappen in Maastricht kent een grotere instroom, met 340 eerstejaars.





