Kikkermoordenaar

Deel

Het was een mooie lentedag. Langs de sloot kwam het gras tot boven de knie. De eerste waterjuffers wuifden mee op de halmen in de wind en het fluitenkruid stond alweer manshoog in de wei, om postbode Siemen te parafraseren. Ik zat stilletjes gehurkt tussen het gras te staren naar mijn dansende dobber. Kleine rietvoorns vielen het te grote broodje op het haakje aan, waardoor de dobber voortdurend van links naar rechts schoot, kort onder water ging om daarna snel weer boven te ploppen. Toen de buurman opeens achter mij stond en informeerde naar de vangst, vluchtten de rietvoorns weg tussen de stengels van wat waterlelies. Na mijn plichtmatige vangstverslag begon hij zonder aanleiding aan een verhaal over vroeger. Vijfentwintig jaar geleden was hij met zijn gezin in het dorp komen wonen in een huis met uitzicht over het weiland. Hij had het huis uitgekozen vanwege de sloot en de natuur die grensden aan de tuin. ‘We hadden een roeibootje liggen waarmee we zo het veld in konden. Alleen in de zomer ging dat voor geen meter, dan was de hele sloot dichtgegroeid met waterplanten. En overal kikkers, hè? Maar ja, die zijn nu bijna allemaal weg.’

Het viel de buurman op dat het water op het moment behoorlijk helder was. Dat klopte, de sloot was ruim een halve meter diep, maar de bodem was goed te zien in de schitteringen van het zonlicht. Zo schoon had hij het in jaren niet gezien. Schoon? Ja, schoon, want het water was niet troebel. Het was duidelijk dat we beiden een andere definitie van ‘schoon’ hanteerden. Maar ondanks dat het water volgens hem schoon was, durfde hij het niet aan om een slokje te nemen. Voor mij was dat het bewijs dat het water vies was. Ik legde hem uit dat we met wat hulp van klimaatverandering een enorm droog voorjaar hadden. Hierdoor spoelde er minder modder en voedingsstoffen vanuit het land het water in, waardoor het water weliswaar helderder dan normaal was, maar nog steeds vol nutriënten en giftige stoffen zat.



Het was duidelijk dat we beiden een andere definitie van ‘schoon’ hanteerden

Waar die viezigheid vandaan kwam? Onder andere van de verdelger die de buurman gebruikte om zijn straatje onkruidvrij te houden. En van een andere buurman verderop, een melkveehouder die plaatselijk bekend staat als ‘de rommelboer’. De buurman had er zichtbaar moeite mee om voor kikkermoordenaar uitgemaakt te worden. Bovendien werd ook duidelijk wat hij gestemd had tijdens de laatste verkiezingen. ‘Ja, maar zonder boer geen eten.’ Dat is natuurlijk een waarheid als een koe. De slogans ‘minder boeren, nog steeds genoeg eten’, ‘minder boeren, meer huizen’ en ‘minder boeren, schoner water’ kende hij nog niet, maar dat terzijde. We waren het wel eens dat de drinkbaarheid van slootwater eigenlijk best een goede graadmeter is voor de waterkwaliteit. En als niemand het slokje durfde te wagen, dan konden we het water altijd nog door kikkers laten proeven. Zij zijn dan net het kanariepietje dat meeging in de kolenmijn. Of was het al te laat als die van zijn stokje ging?

Rob Kroes is visecoloog bij ecologisch adviesbureau ATKB. Daarnaast doet hij promotieonderzoek naar migrerende vissen aan de Universiteit van Amsterdam.

Lees nu ook