Kleine kameleon verbreekt alle records

Deel

Onderzoekers wisten het eigenlijk al: kameleons beschikken over indrukwekkende tonguitroltechnieken om prooidieren als sprinkhanen te overmeesteren. Vanaf ongekend grote afstand verrassen ze hun prooi met een plakkerig stuk weefsel waar door de hoge snelheid geen ontkomen aan is. Maar welke snelheid deze katapulttong kan behalen en wat de maximale afstand tot de doelsoort is, was nog onbekend. Dat had een eenvoudige oorzaak: de kleinste kameleonsoort was simpelweg niet eerder door onderzoekers langs de meetlat gelegd.


Een Amerikaanse onderzoeker bracht daar verandering in en publiceert er 4 januari over in Scientific Reports . Christopher Anderson wilde de grenzen opzoeken van waartoe een kameleon in staat is. Daartoe verzamelde hij individuen van twintig verschillende kameleonsoorten van uiteenlopende groottes. Hij installeerde ze in zijn lab voor een hogesnelheidscamera en hield ze een smakelijk hapje voor. Zodra de tong uit de kameleonbek schoot, schoot de camera drieduizend beelden per seconde.


Op basis van die beelden bepaalde Anderson voor elk van de soorten de afstand die de tong aflegde, de benodigde tijd, de snelheid en de versnelling. Wat opviel was dat de prestaties verbeterden naarmate de soort kleiner was. De kleine Rhampholeon spinosus, die op een menselijke duim past, kwam als winnaar uit de bus. Hij bleek slechts 20 milliseconde nodig te hebben om een sprinkhaan beet te nemen. Zijn tong versnelde van 0 naar bijna 100 kilometer per uur in een honderdste van een seconde.


Volgens Anderson levert de beweging van de kleine kameleontong de grootste versnelling per kilogram spier voor elke reptiel, vogel en zoogdier. Alleen een bepaalde salamander is nog sneller. Kameleons gebruiken daarvoor niet alleen spontane spierkracht, maar vooral energie opgeslagen in het elastische weefsel van de tong zelf.


Evolutionair is het goed te verklaren dat juist de kleinste soort de snelste tong heeft. Kleine dieren hebben naar verhouding meer energie nodig dan grote. En dus ontwikkelden vooral kleine kameleons in de loop der tijd sublieme vangtechnieken.


Eigenlijk geldt dat voor elke fysieke prestatie, stelt Anderson: de kleinste soorten zijn doorgaans de recordhouders. Dus adviseert hij aan vooral te zoeken naar de kleinste varianten. Daarbij stuiten onderzoekers wel op een probleem: ze kunnen nooit zeker zijn dat er niet een nóg kleinere rondloopt. Dat is onvermijdelijk ook hier het geval. Een voorlopige tongrolwinnaar dus. Totdat er nog een kleinere soort wordt gevonden.


Lees nu ook